Onze cultuur

Ik ben bij mijn moeder en hoor een man met een gigantische oranje klomp op z'n kop een liedje zingen dat uit een regel bestaat, namelijk: ‘We gaan met z'n alle naar Amerika!’ De muziek heeft hij gejat van Bernstein, maar hij heeft haar aangepast om het nog lekkerder in het gehoor te laten liggen.

Ik ontwikkel een woede. Wie de klomp past, trekke hem aan, want dan zit die man eronder en die zou ik dan meteen goed in dat mestoverschot kunnen trappen. ‘We gaan met z'n alle naar Amerika’ - blijf daar vooral, in dat land van de onbegrensde mogelijkheden, en met je rare klomphoofd, hufter!
Ik word zo treurig van die voetballiederen - en ik hou zo van voetbal. Andre Hazes met het Nederlands elftal. Als het Nederlands elftal net zo speelt als het zingt, regent het rode kaarten, want wat spelen de jongens dan vals. Ik kan me ook niet voorstellen dat er iemand is die zo'n cd wil hebben, tenzij je natuurlijk decoratieve scheuren in de muur wilt hebben. Elf op de schaal van Richter.
En hebt u het nieuwe nummer over Dick Advocaat al gehoord? Nee, niet dat nul-zesnummer, waarin je Dick met een geile stem voor een gulden per minuut hoort zeggen: 'We gaan erg hard ons best doen, en ja, we gaan dus erg hard ons best doen.’ Ik bedoel dat zangnummer. Geen idee wie het zingt: Sjors de Schappenvuller of de Zakkenvuller of zoiets, maar dat lied gaat zo: 'Hij is trainer van Oranje en dat doet-ie heel kordaat/ Alle jongens onder hem die staan juist voor hem paraat/ En hij juicht heel erg blij als er een doelpuntje in gaat/ Dat is onze Dikkie, dat is onze Dikkie/ Dat is onze Dikkie, Dikkie, Dikkie Advocaat.’
Nu moet ik zeggen dat ik wel eens aan 'Dikkie, Dikkie, Dikkie Advocaat’ denk en dat ik dan ook absoluut niet zou weten wat je over hem moet vertellen. Het is de enige nietszeggende advocaat die ik ken. Ik zag laatst Joop van den Ende nog naast Dick Advocaat staan, en als je dan hoort dat Dick naar Amerika gaat, dan word je toch doodsbang. Voor je het weet wil Joop Bill van Dijk op de plaats van Bergkamp hebben, want Joop schijnt zich overal mee te bemoeien in Amerika.
Maar terug naar de liederen. Ik moet eerlijk bekennen dat ik het lied over Dikkie (vijf maal) Advocaat toch leuker vind dan die verschrikkelijke tranentrekker over 'De Generaal’ van Youp van ’t Hek, destijds. Dat was toch erg. Youp, die zo'n twee miljoen per jaar verdient, die zit te slijmen met een generaal b.d. die ook zo'n drie miljoen pakt. Ja toch?
Nu is Youp zelf een beetje de Buckler van het Nederlands cabaret geworden - het ziet er uit als echt bier, maar echt dronken word je er niet van -, maar het gevaar blijft bestaan dat hij bijvoorbeeld dit jaar weer zo'n lied maakt. Als ik me even een woordspeling mag permitteren: Youp heeft Buckler naar het failliet gebracht, dat moet hij met Advocaat maar laten. Of zoals het in carnavalskrakerstermen heet: 'Ik ga van al dat zingen van die Joepie van het Hek/ Toch mooi voortdurend constant over mijn fluwelen nek.’ En dan heb ik nog twee zinnen waarvan u de inhoud kunt vermoeden als u weet dat ik daar de rijmwoorden 'bek’ en 'girocheque’ heb gebruikt.
Maar goed, de vraag is: moeten wij wel een lied hebben, een nationale hymne, een Wilhelmus voor op de tribune? Ik zal het u eerlijk zeggen: het antwoord is nee. Geen gecomponeerd lied. Liederen in het stadion ontstaan vanzelf. Zoals Oe ha Ed de Goey, of zoals De herdertjes lagen bij nachte, en zoals: 'Kankerlijer, teringlijer, typhuslijer, grote hondelul/ en kankerlijer, teringlijer, typhuslijer, grote hondelul.’ En iedereen moet er verder van afblijven en geen oranje beschilderde trams, oranje mayonaise, oranje bloemen en oranje condooms gaan maken. En ik wil ook geen woordspelingen of liederen met leeuwen die in hun hemd staan.