Onze failliete ideologie

Een half jaar geleden overheerste onder economen de mening dat de Amerikaanse economie zich langzaam maar zeker aan de crisis ontworstelde. De werkgelegenheid groeide gestaag, er daagde weer hoop. In februari kwamen er nog 268.000 banen bij.

Maar in maart is dat cijfer gezakt tot 88.000. Dat onbevredigende resultaat wordt deze keer toegeschreven aan de hardnekkigheid van de Europese schuldencrisis. In dit deel van de wereld hebben we 26 miljoen werklozen, dat is twaalf procent. De deskundigen hebben voorlopig geen hoop op verbetering. Nu worden de sombere vooruitzichten bevestigd door de laatste Amerikaanse cijfers. Zie het artikel in de International Herald Tribune van het afgelopen weekeinde. De economen zijn het niet eens over de oorzaken maar de structurele opbouw van de werkloosheid is zorgwekkend. Tienduizenden ouderen (tegenwoordig mensen van boven de vijftig) hebben hun baan verloren. Waarschijnlijk zijn ze gedoemd hun oude dag in armoede door te brengen.

Een jaar of vijf geleden gingen twee Amerikaanse hypotheekbanken, Fanny May en Freddie Mac failliet. Dat was daar het begin van de grote crisis in het onroerend goed. Niet lang daarna begon de Griekse crisis, die nog niet is opgelost, gevolgd door de Italiaanse, die verder zeurt, en nu de dreigende ondergang van Cyprus waarvoor ook nog geen houdbare oplossing is gevonden. De geloofwaardigheid van de Europese Unie is langzamerhand zwaar beschadigd. Kort gezegd: de hele westelijke wereld verkeert al op z’n minst vijf jaar in een toestand van toenemende onzekerheid. De geloofwaardigheid van de leidende klasse, politici en economen gaat in hoog tempo verloren. Dat is een dagelijks ervaringsfeit. Lees de commentaren van de boze burgerij in de kranten en vooral op internet.

En nu het merkwaardige. Deze groeiende onvrede heeft geen politieke gevolgen. Wie nog niet zo lang geleden van mening was dat de maatschappij drastisch moest worden veranderd, stemde op een partij die dat in haar programma had. Ook nadat de radicale ideologieën hun kracht hadden verloren bleef de burger bij zijn beredeneerde politieke keuze. Hij wilde een socialistische, een liberale, een christelijke samenleving en de verwante politici stonden klaar om zijn wensen zo veel mogelijk te vervullen. In Nederland had geen partij een absolute meerderheid, zodat we het altijd met coalities moesten doen. Maar ook die mengvormen hebben zich tot het begin van deze eeuw aardig gehandhaafd.

Toen werd duidelijk dat het coalitiemodel versleten was. Die ontdekking hebben we aan Pim Fortuyn te danken. De burger was ‘verweesd’, hij had geen politiek onderkomen meer. Daarin is sindsdien geen principiële verandering gekomen. Maar lang voordat hier deze pseudo-revolutie uitbrak, waren we beslopen door een andere omwenteling: die van het consumentisme. Niet de politiek maar de commercie legde zich erop toe de klant zo veel mogelijk op zijn wenken te bedienen, en dat niet alleen. Er werden nieuwe verlangens verzonnen waarvan de klant zelf niet had kunnen dromen. In 1957 publiceerde de Amerikaan Vance Packard daarover zijn klassiek geworden boek, The Hidden Persuaders (_De verborgen verleiders). Daarin onthult hij hoe in de reclame door allerlei verborgen trucs de consument tot meer en meer kopen wordt aangezet. In 1960 verscheen _The Wastemakers, waarin hij beschrijft hoe fabrikanten opzettelijk een snelle veroudering in hun product inbouwen. De consument wil altijd het nieuwste van het nieuwste. Resultaat: omzetvergroting.

Zo is het meer dan een halve eeuw geleden begonnen. In het Westen groeide voorspoedig de consumptiemaatschappij, waarin de klant op al zijn wenken werd bediend, dusdanig dat hij in de waan werd gebracht dat hij de koning was. Het bleef niet beperkt tot de dingen die we in de supermarkt kopen. Op den duur werd alles mooier, lekkerder, spannender en leuker gemaakt, tot en met het wereldnieuws op de televisie. Zo is het consumentisme gegroeid. Ogenschijnlijk een onbeperkte tegemoetkoming aan alle wensen die de massa der klanten bewust of onbewust koesterde. Maar in werkelijkheid werd de consument de slaaf van zijn verlangens, die door de producten werden ingegeven. Dit is natuurlijk geen bewust ontworpen proces geweest. Maar van het begin af heeft het een geweldig succes gehad. Het is doorgedrongen tot in de nerven van de samenleving, het heeft de aspecten van een geslaagde ideologie gekregen, het heeft tenslotte alle andere maatschappijtheoriën verdrongen. De consument is van mening dat hij er recht op heeft bediend te worden.

Tot zo’n tien jaar geleden is het consumentisme ongehinderd blijven groeien. Toen kwamen eerst de grote oorlogen en daarna brak de economische crisis uit. Steeds meer mensen worden daardoor getroffen, terwijl de hoop op een snelle oplossing vervaagt. De massa’s die aan het consumentisme gewend zijn, ontbreekt het aan een politiek alternatief. Ze raken in een toestand van verbittering die vergeefs naar een vorm zoekt. De consument wil vooral ook snel bediend worden. Zijn personeel is failliet.