Onze favorieten

Ter gelegenheid van het 135-jarig bestaan publiceert De Groene deze week een dubbeldikke special over de mediacratie. De redacteuren selecteerden uit alle nieuwsbronnen die ze gebruiken hun favoriete, en lichten hun keuze toe. Hun voorkeuren, de ‘likes’, zullen we dagelijks publiceren op onze website.

Amy Ellis Nutt

In haar artikel The Wreck of the Lady Mary weet Amy Ellis Nutt, sterverslaggever bij The Star-Ledger, een lokale krant van New Jersey, spannende en betrokken verhalende journalistiek te combineren met gedegen onderzoeksjournalistiek. In een bijlage van twintig pagina’s bracht de krant het verhaal - waarmee Nutt in 2011 de Pulitzerprijs voor feature writing won - over een kleine vissersboot, the Lady Mary, die ‘s nachts, midden op zee plotseling zonk. Van de zeven opvarenden overleefde slechts één visser het. Nutt zoekt gedurende zeven maanden minutieus uit wat er die nacht is gebeurd, hoe het mis ging, hoe een toevallige samenloop van fouten de redding vertraagde, en ontdekte dat op datzelfde tijdstip de mammoettanker Cap Beatrice passeerde. Zag de kapitein de kleine Lady Mary in de nacht over het hoofd?

Wat zo mooi is, is dat Nutt constant van perspectief wisselt, van de eigenaar van de vissersboot, wiens twee zoons, een broer en een neef op de Lady Mary varen die nacht, naar de kustwachter, de visser die in de ijskoude golven ligt en dan weer naar de familie van de overleden vissers. De hoofdpersonen worden personages, als in een roman. En ondertussen richt het verhaal zich langzaam op de veiligheids- en verkeersregels op zee, op het probleem van mammoettankers en deskundigen die het wrak analyseren op een mogelijke botsing. Ze laat zien hoe slecht de veiligheid van de talloze vissersbootjes op zee is geregeld, hoeveel ongelukken er nog meer gebeuren.

Het verhaal leest als een thriller, maar gaat over het echte leven, over toeval en noodlot. Zo vertelt ze hoe een van die vissers die ochtend een plank meenam aan boord om er iets mee te repareren. En juist die plank dreef, toen hij in het ijskoude water lag, voorbij. Hij klampte zich eraan vast en overleefde.
(IRENE VAN DER LINDE)

Lees hier het hele verhaal

Bewondering

Mijn collega’s kiezen over het algemeen een publicatie of een website als hun journalistieke inspiratiebron. Ik denk dat ik mijn inspiratie toch meer put uit de taakopvatting van door mij bewonderde journalisten dan uit een specifiek medium. Een van die bewonderde journalisten is Adrian Nicole LeBlanc, schrijfster van het boek Zomaar Familie.

Zo'n twee, drie jaar geleden sloeg ik dit boek open en had het vervolgens in een recordtempo uit. Daarna gehuild. Van ontroering, en van woede dat het boek niet dikker is.
In het kort: journaliste Adrian Nicole LeBlanc portretteert in Zomaar Familie twee generaties Latino’s in The Bronx, New York. Om twee twee redenen stijgt dit boek uit boven ander werk dat het leven van sociaal zwakkeren als onderwerp heeft.
Een: de tijd die er in geïnvesteerd is. LeBlanc volgde de mensen waar ze over schrijft tien jaar lang. Tien. Jaar. Hoeveel journalisten - los van financiële middelen, redactionele vrijheid etc. - durven zich zo lang te commiteren aan één groepje mensen, aan één milieu, zo'n onsexy milieu?
Twee: Haar toon. Die is er een van afstandelijke betrokkenheid, om maar eens een paradox te formuleren. LeBlanc registreert vooral. In het begin is het bijna harteloos, zo onaangedaan als ze in elke zin (Echt. Elke. Zin!) melding maakt van de bakken ellende die uitgestort worden over de mensen die ze volgt. Incest. Moord. Armoede. Schooluitval. Tienerzwangerschappen. Na 40 pagina’s denk je: “En nu gaat mevrouw LeBlanc eens mooi vertellen hoe erg dit allemaal is en welke maatschappelijke/politieke/sociologische factoren hiervan de oorzaak zijn.” Niets daarvan. De onthechte toon voert ze consequent door. Dan begin je te begrijpen wat LeBlanc aan het doen is. Ze hoeft helemaal niets uit leggen. Ze hoeft alleen te laten zien hoe deze mensen leven, jaar in, jaar uit, tien jaar lang. Op een gegeven moment wordt wel duidelijk hoezeer deze mensen het slachtoffer zijn van hun omstandigheden en het gebrek aan perspectief en alternatief. Echt, hier kan geen enkele analyse in krant of tijdschrift tegenop.
Ik las net op de Wikipedia-pagina van Adrian Nicole LeBlanc een zó ware opmerking van een NY Times-recensente over Zomaar Familie: “(LeBlanc)… must remain cleareyed about people to whom she owes a tremendous debt of gratitude for admitting her into the intimacies of their lives. And for another, she must hew to a plotline that is often stuttering and circular and decidedly lacking in resolution. None of the people she writes about veer definitively toward a newer or better life - they tend toward the same tired grooves - yet she makes their stories riveting”.
Vooral dat laatste. LeBlanc investeert tijd (10 jaar, wtf?!) en moeite, maar heeft geen enkele controle over de uitkomst. Zoiets kun je alleen doen als je beschikt over ongelimiteerde betrokkenheid met de mensen waarover je schrijft. Het wordt ook nergens van dat neerbuigende soort betrokkenheid dat je weleens tegenkomt bij journalisten die vooral van hun nobele inborst willen getuigen als ze over de onderklasse schrijven.
Goed, genoeg. In een volgend leven wil ik terugkeren als Adrian Nicole LeBlanc.
Oja, ze is op het moment weer bezig met een nieuw project van de lange adem. Een boek over de wereld van stand-up comedy. Wordt geweldig, weet ik nu al.
(HASSAN BAHARA)

Jaloers makende onderzoeksjournalistiek

ProPublica.org
- Journalism in the Public Interest geeft Amerikaanse onderzoeksjournalistiek van hoog niveau. De website - waarvoor 34 journalisten werken - werd vijf jaar geleden opgericht omdat er in de traditionele media steeds minder middelen beschikbaar waren voor goede onderzoeksjournalistiek. Een bankiersechtpaar, Herbert en Marion Sandler, besloot daarom tien jaar lang tien miljoen euro beschikbaar te stellen voor een grote onderzoeksredactie.
Die redactie legt nu, overladen met prijzen, machtsmisbruik van overheid en bedrijfsleven bloot. Die verhalen worden gepubliceerd bij mediapartners als The Guardian, The New Yorker en The New York Times en in zeer uitgebreide dossiers op de eigen website. De datajournalistieke projecten resulteren in eindeloos gedetailleerde interactieve infographics, waarin bijvoorbeeld de financiering van de SuperPAC’s te volgen is, of de betalingen van de farmaceutische industrie aan individuele artsen. Zodat je je eigen arts kunt opzoeken. Om jaloers op te worden. En om uren mee zoet te zijn.
ProPublica vond een succesvolle nieuwe vorm in veranderende journalistieke tijden. Het model is typisch Amerikaans - ruimhartig gefinancierd door filantropen en donoren. Kan zoiets in Nederland ook werken? Laten we het hopen.
(REINIER BIJMAN)

De wereld van de krant

Een dag geen krant is een dag niet geleefd. Elke ochtend en elke avond valt mijn journalistieke inspiratiebron bij mij - ouderwets - op de mat. Toen een paar jaar geleden de ochtendkrant zeer slecht werd bezorgd schroomde ik niet de hoofdredacteur daarvan te verwittigen. Zonder krant heb ik een pesthumeur.
Waarom de krant? Omdat die tegen me praat zonder geluid te maken. Me dwingt na te denken over maatschappelijke onderwerpen, over mensen, over kunst, muziek en literatuur, over een wereld die groter is dan de mijne en waarin andere ideeën en opvattingen leven dan de mijne. Omdat de krant me laat lachen, inwendig soms doet huilen, me op een idee brengt voor een maaltijd, me vertelt of er een leuke film is op tv. Omdat de krant me andere journalistieke vormen en invalshoeken leert.
(AUKJE VAN ROESSEL)

Heimwee naar de broadsheet

Het klinkt wat verwaand om de International Herald Tribune mijn favoriete medium te noemen, dus laat ik direct opbiechten dat ik de strip Casper and Hobbes als eerste lees, gevolgd door het rubriekje met celebrity-_nieuws. Het hoofd kan dan het zwaardere werk uit deze wereldeditie van The New York Timesmeestal wel aan._

Na lezing van de IHT heb doorgaans het idee weer wat meer van de wereld te weten, wat toch de bedoeling is. Mede daarom is deze krant mijn favoriet. In de week dat de Nederlandse dagbladen de gecompliceerde politieke werkelijkheid reduceerden tot reeksen koopkrachtstatistiekjes over de ziektepremies was in de IHT alles te lezen over de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Maar dat genoegen van de ruimere blik is niet de enige reden voor mijn voorkeur, noch het intellectuele plezier dat ik beleef aan columnisten als David Brooks en Roger Cohen. De IHT is ook mijn favoriet uit heimwee naar de broadsheet, de krant op groot formaat.

Een voor een hebben de Nederlandse dagbladen zichzelf in de afgelopen tien jaar kleiner gemaakt. In praktische zin zijn ze daarmee gemakkelijker leesbaar geworden, dat wel, maar met deze krimpstuip is volgens mij ook iets verloren gegaan. En dat is, in strenge woorden uitgedrukt, de disciplinerende vormdwang van de broadsheet. Als ik, simpeler gezegd, lees in een krant op tabloidformaat bekruipt mij nogal eens het gevoel te verzuipen in de veelheid. Wat belangrijk nieuws is in zo'n krant en wat minder belangrijk wordt mij nooit helemaal duidelijk. Dat gevoel heb ik veel minder bij de broadsheet, naar mijn idee doordat dit formaat zich beter leent voor het aanbrengen van hiërarchie in het nieuws en het onderscheid tussen verslag, beschouwing en commentaar. Op die grote pagina wordt dat alles in één oogopslag duidelijk, althans duidelijker dan op al die paginaatjes waarop alles even belangrijk of onbelangrijk lijkt.

Aldus een journalistiek nogal behoudend ingestelde redacteur van De Groene Amsterdammer, die meteen toegeeft dat dit betoogje op een nogal subjectieve leeservaring is gebaseerd. Het objectieve feit is immers dat de enige krant in Nederland die nog op broadsheet verschijnt De Telegraaf is, inhoudelijk de krant met het hoogste tabloidgehalte.
(MARCEL TEN HOOVEN)

Pareltjes opduiken

Internet biedt een schat aan informatie. Er zijn boeiende meningen, mooie artikelen, goede video’s. Jammer dat we het grootste deel nooit van ons leven zullen zien. Want veel meer dan een paar vierkante meter van de digitale oceaan kunnen we niet in kaart brengen, laat staan structureel bijhouden. Speciaal daarvoor kent in elk geval het Duitse taalgebiedperlentaucher.de. Precies: om de pareltjes eruit te vissen.

De site - of netter: het online magazine - vat dagelijks het culturele, literaire en opiniërende aanbod van de Duitse kwaliteitsmedia samen. Daar zijn er gelukkig nog een hoop van. En dus kan Perlentaucher telkens weer nieuwe overzichten bieden: van de boek- en cultuurrecensies in de feuilletons tot een rondgang langs opinietijdschriften overal ter wereld.[

Perlentaucher](http://www.perlentaucher.de/) is sinds 2000 online. Later kwam er ook een Engelstalige tak: signandsight.com. Helaas is die dit jaar ter ziele gegaan. Het is te hopen dat de Duitse moedersite, tussen het parels duiken door, wél het hoofd boven water weet te houden.
(KOEN HAEGENS)