Onze man in duitsland

Duitsland is al jaren onze belangrijkste handelspartner, maar dat heeft de Nederlandse media nooit kunnen verleiden tot een vriendelijker berichtgeving. Tot voor kort tenminste. Drie Duitsland-correspondenten becommentarieren de recente omwenteling in de Nederlandse pers.
AAN HET BEGIN van de Benedenrijnse laagvlakte ligt Bonn, tot voor kort de hoofdstad van de Bondsrepubliek Duitsland. Eind 1998 verhuist de Bondsdag naar Berlijn, met in zijn kielzog een stoet van ambassades en mediavertegenwoordigers. Van de Nederlandse journalisten in Bonn zal echter niemand de overstap naar Berlijn meemaken; een correspondentschap duurt in de regel vijf tot maximaal zeven jaar. ‘Na zo'n tijd moet je terug’, zegt Ad Vaessen, ‘anders weet je niet meer wat het Nederlandse publiek interesseert. Een correspondent moet met het ene been in Duitsland staan en met het andere in Nederland.’

De Duitse hereniging zorgde voor een kleine omwenteling in de Nederlandse pers. Zo heeft Ad Vaessen (41) jarenlang op de buitenlandredactie van het Algemeen Dagblad gewerkt, waar hij onder andere West- Duitsland in zijn portefeuille had. Hij woont nu sinds twee jaar in Bonn. ‘Er is een omslag geweest bij de krant’, zegt hij. 'Oorspronkelijk hadden we alleen in Washington en Moskou vaste correspondenten zitten.’ De val van de Muur en de komst van een nieuwe hoofdredacteur brachten daar verandering in. 'In 1993 is het besluit genomen om een vaste man naar Bonn te sturen. Dat werd ik. Moskou is inmiddels weggevallen’, vertelt Vaessen.
Het AD was niet de enige krant die naar aanleiding van de eenwording weer een vaste correspondent in Duitsland aanstelde. Ook Het Parool en Het Financieele Dagblad gingen de afgelopen vijf jaar 'om’. In het geval van Het Financieele Dagblad (FD) had dat nog de nodige voeten in de aarde. Cees van Lotringen (35) was bijna een jaar in dienst bij het FD toen de Muur viel. Hij ging Duitsland doen en pendelde regelmatig op en neer tussen Amsterdam en Duitsland. Dat vond hij gaandeweg 'zo surrogaat’ dat hij zijn hoofdredacteur voorstelde om correspondent te worden voor de krant. Die vond dat iets te snel gaan. Waarop Van Lotringen ontslag nam en op de bonnefooi naar Bonn vertrok om daar voor verschillende media te gaan freelancen. Later bood Het Financieele Dagblad hem alsnog een contract aan. Van Lotringen staat overigens op het punt om voor Het Parool naar Parijs te vertrekken.
Er is op de Nederlandse thuisredacties een grote vraag naar artikelen over Duitsland. 'In principe schrijf je elke dag een of meer artikelen’, zegt Vaessen. 'Niet alleen voor de buitenlandredactie, ook voor de zaterdagbijlagen en de economiepagina’s. Of, zoals tijdens die rel rond Gunter Grass’ laatste roman, voor de kunstpagina. Je krijgt in dit land geen moment rust.’
DE NEDERLANDSE dagbladen schenken tegenwoordig meer aandacht aan Duitsland. De hereniging van Duitsland is dan ook, zoals Vaessen opmerkt, 'de belangrijkste gebeurtenis van de tweede helft van deze eeuw’. Ook de toonzetting van de berichtgeving is veranderd, milder geworden. Toch is het nog niet eens zo heel lang geleden dat Nederlandse journalisten vooral hard en negatief over het land schreven. Vaessen: 'Wat zou de Volkskrant zijn zonder een paar anti-Duitse stukken per jaar?’
Als Joep Bik, Cees van Lotringen en Ad Vaessen representatief zijn voor de Nederlandse dagbladen, is van zo'n anti-Duitse houding geen sprake meer. Van Lotringen: 'Ik vind dat je als journalist heel terughoudend over Duitsland moet schrijven. Dat je je steeds bewust moet blijven van de enorme problemen waar dit land voor staat. Als je al kritiek hebt, moet je dat heel goed beargumenteren. Ik waak ervoor om sentimenten, die ik misschien zelf ook wel heb, de boventoon te laten voeren.’
Joep Bik (55) is behalve de oudste ook de langstzittende van de drie. Voor hij in september 1989 correspondent werd voor NRC Handelsblad, was hij chef Haagse redactie en politiek commentator bij die krant. Hij is inmiddels bezig aan zijn laatste jaar en wordt de laatste tijd genoemd als een van de kandidaten voor de opvolging van Ben Knapen als hoofdredacteur van de NRC. Bik heeft volgens eigen woorden 'een eigenaardig correspondentschap’ achter de rug. De val van de Muur, amper twee maanden na zijn aantreden, was een complete verrassing. Maar hij heeft zich niet minder verwonderd over de omwenteling in de Nederlandse pers. 'In mei vorig jaar was Kohl in Nederland. Ik wreef mijn ogen uit toen ik de volgende dag in de Nederlandse kranten las wat een geweldige man Kohl eigenlijk was. Dat ging zo hartelijk dat ik me afvroeg waar die emoties van eergisteren opeens waren gebleven. Want die lui daar, die deugden toch niet? En die dikkerd nog wel het allerminst.’
Na het beruchte Clingendael-rapport, dat aan het licht bracht hoe negatief de Nederlandse jongeren denken over de oosterburen, zal geen journalist het meer in zijn hoofd halen om olie op het vuur te gooien. De media hebben een niet onbelangrijke rol gespeeld in het creeren van dat vijandige Duitslandbeeld. Het publieke debat dat naar aanleiding van het Clingendael-rapport opstak, had voor sommige deelnemers dan ook iets weg van een openbare boetedoening. Dat een derde van de Nederlandse export naar Duitsland vloeit, wordt pas sinds kort als argument gebruikt om het land vriendelijker tegemoet te treden.
'In de eerste drie jaar dat ik hier correspondent was’, zegt Bik, 'is het mij opgevallen dat heel wat collega’s precies wisten - overigens in de beste traditie van de Nederlandse Duitsland-correspondentie - hoe mis het was met dit land. En nu verdwijnt die houding zo snel dat je je af kunt vragen of die vorige emotie wel zo authentiek was.’
OF DE NEDERLANDSE bevolking de pers zal volgen in haar genuanceerde Duitslandbeeld, is nog maar de vraag. In oktober 1995 verscheen opnieuw een rapport over het Duitsland-beeld van Nederlandse jongeren. Dat onderzoek liet een lichte verandering zien, maar de uitkomst verschilt niet wezenlijk van twee jaar geleden. 'Ik ontvang nog steeds af en toe brieven van Nederlanders die boos zijn omdat ik in hun ogen veel te positief over Duitsland schrijf’, vertelt Vaessen. Maar ook collega’s op de krant tonen zich niet altijd ongevoelig. Zoals Vaessen bij een recente WK-voetbalwedstrijd Nederland-Duitsland meemaakte: 'Dat sommige collega’s tegen je zeggen: “Kun je niet eens een keer wat harder over Duitsland schrijven?” ’
In de Bondsrepubliek is het Clingendael- rapport overigens evenmin ongemerkt gepasseerd. 'In Duitsland is men zich opeens bewust geworden van het feit dat Nederlanders anti-Duits zijn’, zegt Van Lotringen. 'Dat heeft een kettingreactie veroorzaakt. De pijngrens in Duitsland is wat Nederland aangaat heel laag.’ Dat is ook de ervaring van Vaessen: 'Het valt mij vaak op hoe negatief de Suddeutsche Zeitung over Nederland bericht. Siggi Weidemann, hun correspondent in Amsterdam, is een uitgesproken Holland-hater.’
Die minder coulante houding ten opzichte van Nederlanders heeft ook te maken met Duitslands grote binnenlandse problemen. De wederopbouw heeft de burgers van de Bondsrepubliek opgezadeld met enorme lastenverzwaringen. 'Daarnaast zijn de Duitsers op zoek naar hun nationale identiteit’, zegt Van Lotringen. 'Men zoekt naar de eigen wortels. Dat wordt sterk gestimuleerd door de conservatieven, die zich sinds 1989 steeds sterker laten gelden.’
Een onderwerp waar vanuit de redacties weinig vraag meer naar is, is de Ossi-Wessiproblematiek. Is dat terecht? Van Lotringen: 'Uit journalistiek oogpunt zeker. We hebben er al zoveel over kunnen lezen dat er een zekere mate van vermoeidheid is opgetreden. Het moet wel heel bijzonder zijn, wil je aan een regionale oost-Duitse gebeurtenis nog aandacht schenken.’
'Ik denk dat het veel uitmaakt of je als journalist in Bonn of in Berlijn zit’, zegt Vaessen. 'De problemen liggen in Berlijn bij wijze van spreken voor de deur. Als de regering straks daar zit, richt de blik zich automatisch meer op het oosten.’
Er kleven ook nadelen aan de standplaats Berlijn. 'Als je in Berlijn zit, zal je, vrees ik, te weinig in west-Duitsland komen’, zegt Bik. 'Je moet kiezen. Ik werk voor een burgerlijk-kapitalistisch dagblad en dat betekent dat voor mij Frankfurt belangrijker is. En dan bedoel ik Frankfurt aan de Main, niet Frankfurt aan de Oder.’