Wel werden het afgelopen weekeinde de opstellers van een publieke aanklacht tegen de ondemocratische besluitvorming in het volkscongres aangehouden. Onder anderen Ali Sadikin en Soekmawati Soekarno - de zus van Megawati - werden beschuldigd van staatsondermijnende activiteiten. Sadikin is behalve oud-gouverneur van Jakarta ook ex-bevelhebber der mariniers, het legeronderdeel dat tegenover de studenten een gedogende en zelfs beschermende houding heeft aangenomen. Volgens moslimleider Gus Dur is het optreden van de staat tegen afwijkende meningen, gezien de nieuwe regels van het politieke spel, subversief. Aan de top heerst verdeeldheid en de roep om het aftreden van het koppel Wiranto-Habibie klinkt steeds luider. De toch al geringe legitimiteit van het leiderschap slijt verder.
Habibie is een behendig politicus die de oppositie verdeeld houdt - dat moet met 104 geregistreerde partijen niet zo moeilijk zijn - en tegenstanders intimideert. Wat weinig aandacht krijgt is de steun die deze Soeharto-vazal heeft van het buitenlands kapitaal. Het afgelopen half jaar is de gigantische schuld van Indonesië verder opgelopen met leningen van de Wereldbank en het IMF. Voor de ontvangen miljarden heeft Habibie zijn warme dank betuigd. Met grenzeloos optimisme legt hij de nieuwe kredieten uit als blijk van hersteld vertrouwen in de groeikracht van de economie. De ‘hulp’ is niet gebruikt om de nood van de bevolking te verlichten, maar wordt primair besteed ter opwaardering van de roepia. Met als uiteindelijk doel te voorkomen dat de zo roekeloos gedane investeringen vanuit het rijke deel der wereld moeten worden afgeschreven als niet invorderbare schulden. De injectie lijkt te werken, want voor één dollar hoef je nu minder dan 8000 roepia’s te betalen. Zes maanden geleden was dat bijna twee keer zo veel.
Door afschaffing van subsidies op de eerste kosten van levensonderhoud te eisen, heeft het IMF eerder dit jaar de voedselrellen uitgelokt die mede leidden tot Soeharto’s val. Achteraf staat vast dat dit effect het slecht ingeschatte gevolg van structurele aanpassing is geweest. Het was niet de bedoeling om een tiranniek leider aan populariteit te laten inboeten. Alweer een illusie minder. Maar het in het zadel houden van Habibie past wel degelijk in het stabiliseringsbeleid van de rijke donors. IMF en Wereldbank laten blij weten dat het in Azië weer beter gaat. Ook in Indonesië, dank zij ‘our man in Jakarta’. Habibie staat borg voor een overheidspolitiek waarin armoedebestrijding sluitpost is, de werkloosheid ongeregistreerd blijft uit angst voor onrust en een sociaal vangnet slechts op papier bestaat.
Nederland reageert dubbelzinnig op de gebeurtenissen. Enerzijds is Nederland volgzaam jegens het IMF voor wat betreft de uitvoering van het harde aanpassingsdictaat. Anderzijds spreekt Nederland zijn verontrusting uit, liefst in Europees gezelschap, over het brute optreden tegen demonstranten en dissidenten. Het ziet ernaar uit dat het tot de parlementsverkiezingen onrustig blijft. De enige concessie die Habibie onlangs heeft gedaan, is dat hij direct na de verkiezingen het nieuwe volkscongres bijeen zal roepen voor het aanwijzen van de volgende president. Is de bevolking dan van hem bevrijd? Niet als hij voor een tweede termijn terugkomt, zoals hij zelf wil. Met aanmoediging van zijn buitenlandse opdrachtgevers zou dat wel eens kunnen gebeuren.