De dubbele loyaliteit van Turkse Nederlanders

Onze man ver weg

De gerichtheid van Turks-Nederlandse jongeren op ‘hun leider’ in Turkije, zoals zichtbaar werd na de mislukte coup tegen Erdogan, wekt wrevel op. Maar is het zo erg dat je hart ook in het land van je voorouders ligt?

Medium hh 57725069

Niet dat James Kennedy, hoogleraar moderne Nederlandse geschiedenis, sympathiseerde met de Turks-Nederlandse jongeren die op de Erasmusbrug in Rotterdam trouw zwoeren aan ‘hun leider’, de Turkse president Recep Tayyip Erdogan. Zwaaiend met de Turkse vlag protesteerden ze tegen de staatsgreep die die julinacht in het land van hun (groot)ouders aan de gang was. Maar met zijn Amerikaanse achtergrond kon Kennedy zich ergens wel met hen identificeren. ‘In bepaalde opzichten komt het overeen met de houding in de VS. De vlag is het symbool van je trotse geschiedenis. Nederlanders denken niet via hun vlag. Ze hebben zo’n andere relatie tot de natie dan burgers in landen met robuuste nationale verhalen.’

Tegelijk spookte er een ander beeld uit zijn jeugd door zijn hoofd. Het openlijke vertoon van nationalistische gevoelens, de weerzin tegen andersdenkenden: het zijn zaken die hem herinnerden aan de moeizame verhouding van veel Amerikanen met hun eigen geschiedenis. Kennedy, die geruime tijd aan de Universiteit van Amsterdam doceerde en nu dean is van University College Utrecht, groeide op in een betrekkelijk gesloten christelijke gemeenschap in de Verenigde Staten, met een Amerikaanse vader en een Nederlandse moeder. ‘Het is voor Amerikanen niet gemakkelijk geweest om te erkennen dat de opbouw van hun land gepaard ging met enorme gewelddadigheden tegen minderheden, zoals de native Americans. Deze groepen werden naar de marge van de samenleving verwezen.’

Maar in tegenstelling tot Turkije, zegt Kennedy, is het de VS grotendeels gelukt om hun geschiedenis te bezweren. Het is niet langer vanzelfsprekend te denken dat het vrijwel lege continent dat hun voorvaderen aantroffen voor hen was bestemd. Voor menigeen in Turkije en voor veel Euro-Turken lijkt het nog te vroeg om de brute agressie en dwingelandij onder ogen te zien die de Turkse geschiedenis kenmerken. Dat is een belangrijke reden, merkt Kennedy op, dat onder het mom van het bewaken van de democratie de vlaggenzwaaiers opriepen om de Turkse natie te zuiveren van niet alleen de aanhangers van de Turks-islamitische prediker Fethullah Gülen maar van alle ideologische, etnische en religieuze groeperingen die zich niet verbinden met het nieuwe, nationalistisch-conservatieve Turkije onder leiding van de autoritaire president Erdogan. De gülenisten worden verantwoordelijk gehouden voor de mislukte staatsgreep en zijn nu – naast secularisten en Koerden – massaal het slachtoffer van zuiveringen op ministeries en universiteiten, in het onderwijs, het leger en mediabedrijven.

Yasar Aydin, onderzoeker in Hamburg van Turkse transnationale bewegingen, en met een Turkse achtergrond, stuitte in Duitsland op dezelfde schijntegenstelling. In de nacht van de coup gingen ook in de stad waar hij is geboren en opgegroeid – Hamburg telt na Berlijn het hoogste aantal migranten in Duitsland – de Turken spontaan de straat op. ‘Het waren vrijwel allemaal aanhangers van de regerende AK-partij’, zegt hij. ‘Toch hadden ze niet het idee dat ze zich verzamelden als aanhangers van de Turkse president Erdogan.’ Ze stonden er als verdedigers van de Turkse democratie, leerde hij in gesprekken met hen.

‘Dat klopt wel en niet’, vertelt hij op een grauwe herfstdag in een lunchzaak op een steenworp afstand van de universiteit waar hij doceert en waar de demonstranten in de nacht van de coup samenkwamen. ‘Het is fout om te stellen, zoals veel Duitsers en naar ik begrijp ook veel Nederlanders doen, dat de demonstranten het autoritaire bewind in Ankara te hulp schoten.’ Hij benadrukt dat conservatieve Turken, of ze nu in Turkije wonen of in Europa, een beperkte notie hebben van wat democratie inhoudt. Erdogan is in hun ogen een democratisch gekozen president en kan met recht zijn wil aan het hele volk opleggen, legt hij uit.

Het is een concept van democratie dat hij verbindt met de jaren dertig van de vorige eeuw. ‘Toen was het misschien oké, maar vandaag de dag is de houdbaarheidsdatum ervan al lang verstreken.’ Tegelijkertijd, benadrukt Aydin, zien we wereldwijd een trend naar meer autoritaire regeerstijlen. Wat volgens hem specifiek is voor Turkije is dat het naadloos aansluit bij de snelle ontwikkeling die het land in materiële zin doormaakt. Het faciliteert de welvaart. ‘Bouw- en wegenbedrijven, de motoren van de infrastructurele Turkse vooruitgang, hebben behoefte aan snelle beslissingen. Ze kunnen niet wachten op de uitkomst van democratische beraadslagingen. Dat betekent verlies van tijd en geld.’ Erdogan wordt volgens hem algemeen gezien als de man die de vaart erin houdt. ‘Dat is zijn verdienste. Daarom krijgt hij de handen op elkaar voor een presidentieel systeem waaruit de checks and balances zijn verdwenen. Hoe kan Turkije anders het streven halen om in 2023, een eeuw na de oprichting van de Turkse republiek, tot de tien best presterende economieën in de wereld te behoren? Te veel democratie staat die ambitie in de weg.’

Nederland intrigeert de Amerikaanse migratiespecialist Richard Alba, die dit najaar in Amsterdam verbleef. Migrantenkinderen hier doen het op school opvallend goed in vergelijking met hun leeftijdgenoten in de ons omringende landen. Hun pisa-scores – Programme for International Student Assessment van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (oeso) – voor lezen en wiskunde zijn hoger. ‘En veel meer Turks-Nederlandse kinderen stromen in Nederland door naar het hoger onderwijs dan bijvoorbeeld in Duitsland’, aldus Alba. Hij publiceerde vorig jaar samen met zijn collega Nancy Foner Strangers No More: Immigration and the Challenges of Integration in North America and Western Europe, een vergelijkende studie naar het immigratieproces in de afgelopen halve eeuw in Nederland, Duitsland, Groot-Brittannië, Frankrijk, de VS en Canada. Desondanks verraste hem de mate van gerichtheid op het land van herkomst, de nadruk op de eigen Turkse gemeenschap.

Alba is nog steeds een beetje beduusd van de terloopse maar indringende manier waarop hij hier kennismaakte met wat hij de ‘Turkish focus’ noemt. Terwijl hij met zijn vrouw door Amsterdam wandelde, sprak een echtpaar uit Nijmegen hen aan. Alba begreep dat hun wortels in Turkije lagen en refereerde tussen neus en lippen door aan de mislukte coup in Turkije en de massale zuiveringen. Als door een wesp gestoken legden ze omstandig uit dat de mensen die momenteel worden opgepakt in Turkije geen echte moslims zijn. Dat Gülen-aanhangers in de nacht van de staatsgreep met scherp schoten op onschuldige Turken. ‘Deze mensen zijn in Nederland opgegroeid, maar identificeren zich moeiteloos met de actualiteit in Turkije. Ze zijn tot op het bot loyaal aan het Turkse regime.’

‘Moslims en Turken worden hier elke dag vernederd. Op tv zie ik Wilders in de Tweede Kamer spreken over de islam’

Het is een grondhouding die de Amerikaanse socioloog vergelijkt met die van een migrantengemeenschap die hij goed kent: de Italianen in de Verenigde Staten. Als zoon van een Italiaanse immigrant in de Bronx herkent hij de sterke loyaliteit aan de groep, de nadruk op het familieleven. ‘Het staat de individuele mobiliteit in de weg.’ Halverwege de vorige eeuw trad er evenwel een verandering op, legt hij uit. ‘Italianen zoals mijn vader onttrokken zich aan de etnische gemeenschap door deel te gaan uitmaken van de Amerikaanse mainstream.’ Zijn vader trouwde met zijn Ierse katholieke moeder. ‘De Ieren waren eerder naar de VS getrokken, hadden een hogere maatschappelijke status en waren in de politiek succesvoller dan de Italianen.’

Interculturele huwelijken zijn voor de meeste immigranten in Nederland eerder uitzondering dan regel, en dat geldt zeker voor de Turks-Nederlandse gemeenschap. Het is een van de redenen waarom de gerichtheid op het land van herkomst tot in de generatie van hun kinderen en kleinkinderen voortduurt. De wrevel daarover sluimert al langer in de Nederlandse samenleving, waardoor het zweren van trouw aan ‘hun leider’ en het Turkse vlagvertoon op de Erasmusbrug in de nacht van de mislukte coup de uitwerking had van een rode lap op een stier. Premier Rutte vatte de gevoelens van afkeer onder politici, publicisten en burgers – waarom tooien ze zich met de vlag van het land van hun (groot)ouders terwijl hun leven zich in Nederland afspeelt? Waarom transporteren ze de Turkse politieke polarisatie naar hun aankomstland? – in de dagen erna bondig samen: ‘Pleur op, zou ik in plat Haags zeggen.’

Het is een reactie, zegt James Kennedy, die appelleert aan zijn eigen migratiegeschiedenis. Kennedy kwam vijftien jaar geleden naar Nederland en ervoer dat je herkenbaar en zichtbaar afstand moet doen van waar je vandaan komt als je als nieuwkomer tot Nederland wil behoren. ‘Deze jongeren werden niet geacht, en zeker niet met de drive waarmee ze dat deden, uit te dragen dat Turkije hun die nacht meer aan het hart ging dan Nederland. De democratie daar dreigde in hun beleving het loodje te leggen, maar het algemene idee was dat ze bezig waren hun loyaliteit met Nederland te verloochenen.’

De politicoloog Kerem Öktem vraagt het met gespeelde verbazing: ‘Waarom is het toch zo verrassend dat een coup in het land van hun ouders doorwerkt in het dagelijks bestaan van Turks-Nederlandse jongeren die veelal hier zijn geboren en opgegroeid?’ Is het misschien ook een soort wake-up call, sneert hij tijdens een ontmoeting in een Amsterdams café. Öktem is van Turkse afkomst, groeide op in Duitsland en is momenteel als hoogleraar Zuidoost-Europa en het moderne Turkije verbonden aan het Centrum voor Zuidoost-Europese Studies van de universiteit in het Oostenrijkse Graz. ‘Hallo’, zegt hij met een grijns op het gezicht, ‘worden de felle reacties vanuit de Nederlandse samenleving niet mede ingegeven door een gebrekkige notie van wat globalisering vermag?’

We moeten misschien wel blij zijn, vindt hij, dat deze jongeren zich op de Turkse president Erdogan richten en niet op Islamitische Staat en jihadist worden. ‘Ze leven met enorme frustraties over hun economische en politieke marginalisering, hun ervaringen met een diep geworteld racisme in Nederland, en waarschijnlijk ook met hun eigen onderpresteren. De populistische stem dat migrantengemeenschappen met een moslimaffiliatie eigenlijk uit Europa moeten worden verdreven slaat krachtig aan. Assimilatie is zelfs al niet meer aan de orde. Ze mogen er gewoonweg niet meer zijn. De condities voor moslimmigranten in Europa zijn nog nooit zo slecht geweest als vandaag de dag.’

Richard Alba merkte dat ook tijdens zijn verblijf in Amsterdam. ‘Moslims en Turken worden hier elke dag vernederd. Als ik de tv aan zet zie ik Wilders in de Kamer spreken over de islam. Ook zonder goede kennis van de Nederlandse taal is het makkelijk te begrijpen wat hij zegt: het is een ideologie, het is geen religie. Moslimminderheden kunnen zijn woorden, die inmiddels door anderen worden overgenomen, onmogelijk negeren. De vijandige toon van het publieke debat sijpelt dagelijks hun leven binnen.’

‘Religie wordt gezien als iets van buiten, iets wat migranten eigen is. Iets wat Nederlanders achter zich hebben gelaten’

De Amerikaanse socioloog weet uit eigen ervaring hoe het is om anders te zijn, een achternaam te hebben die opvalt. ‘De meeste Turkse Nederlanders zien er ook nog eens anders uit. Op het moment dat ze zich in een niet-Turkse omgeving bevinden, trekken ze de aandacht. Hun loyaliteit wordt continu onder het vergrootglas gelegd.’ Hij voorspelt dat als Nederland er niet in slaagt om te accepteren dat er migranten zijn die er andere ideeën en opvattingen op nahouden, het voor deze nieuwkomers steeds moeilijker zal worden om zich in Nederland te voegen.

‘Een harde opstelling ten opzichte van de Turkse Nederlanders en hun loyaliteit aan het Turkse regime kan leiden tot een permanente situatie van segregatie.’ Dat is het dilemma, meent Alba, waar Nederland zich voor geplaatst ziet. De verwachting in Nederland dat migranten zich identificeren met de heersende mores voert te ver, vindt ook James Kennedy. ‘Amerikanen eisen van migranten dat ze werken, ze mogen geen last zijn voor de samenleving. Je laat blijken dat je om Amerika geeft, van het land houdt en het democratische systeem hoog acht.’ De kledingmoraal, hij wijst op het boerkaverbod in Nederland, is bijna helemaal afwezig in de Amerikaanse discussies over integratie.

Medium hh 57725084

Voordat Kennedy zijn volgende punt maakt, laat hij zijn blik door Podium Mozaïek in Amsterdam-West gaan. De voormalige Pniëlkerk werd tien jaar geleden omgebouwd tot een internationaal cultuurpodium. ‘Gebouwen als dit maakten na de Tweede Wereldoorlog deel uit van een omvangrijk herkersteningsproject. Ergens in de jaren zestig gaven de Nederlandse christenen dat project op omdat het zowel onwenselijk als onhaalbaar bleek. In de decennia daarna ontstond een levensbeschouwelijk pluriforme samenleving.’ Kennedy zegt dat Nederland zich sinds twee decennia in een nieuwe fase bevindt. ‘Als wij nu denken aan religie, dan denken we aan iets wat eigenlijk niet echt bij Nederland hoort. Religie wordt gezien als iets wat van buiten komt, iets wat migranten eigen is. Iets wat Nederlanders achter zich hebben gelaten.’

Dat de migratiegolf in Nederland net achter de secularisering aan kwam, is volgens Kennedy dan ook bepalend voor de manier waarop autochtone en allochtone Nederlanders zich nu tot elkaar verhouden. ‘Aan de ene kant is het Turkse nationale bewustzijn voor Turkse Nederlanders heel belangrijk, het is een onderdeel van wie ze zijn. Aan de andere kant zijn ze religieuzer dan hun autochtone generatiegenoten. De islam kleurt in belangrijke mate hun identiteit.’ In de manier waarop ze zichzelf presenteren ziet Kennedy een parallel met hoe in Turkije het begrip natie wordt ingevuld. ‘Het is niet dat Nederlanders geen hogere en verheffende idealen hebben, maar het zijn geen collectieve ideeën. Iedereen legt zijn eigen accenten.’

Turkije kent, volgens Kennedy, in het jargon van sociale wetenschappers slechts twee talen. De taal rondom de natie en de taal rondom God: ‘Dat betekent dat wat je als volk samenbindt, waar je voor staat, zich veel gemakkelijker tot een collectief verhaal laat smeden. Nederland en Turkije verschillen in dat opzicht buitengewoon van elkaar. De VS zitten ergens tussen die twee polen in, maar hebben verhoudingsgewijs meer overeenkomsten met het Turkse model.’

Mist Nederland sociaal-culturele ankers? Is dat wat Kennedy beweert? ‘Het ontbreekt in Nederland aan een zekere bezieling om nieuwkomers naar zich toe te trekken. Ik wijt dat inderdaad aan het ontbreken van een collectief verhaal. De boodschap hier is dat je zelf maar ziet hoe je je leven inkleedt. Migranten worden niet meegenomen in het grotere, nationale project zoals in de VS. Canada doet het anders dan de VS, maar doet het ook goed.’ Hij ziet het als een van de belangrijkste redenen waarom Nederlanders nu met groeiende ongerustheid naar zoiets als het massale vlagvertoon van conservatieve Turkse Nederlanders kijken: ‘Er sluimert in onze samenleving een breed gedeeld gevoel dat je op z’n minst in het geweer moet komen tegen zo’n massieve bedreiging. Tegelijk is er die onderliggende angst dat het Nederlandse verhaal niet is opgewassen tegen het onwankelbare Turkse natieverhaal, momenteel uitgedragen door een autoritaire president.’

Hierin ziet Kennedy tevens een aanwijzing waarom zowel autochtone als allochtone groepen zich terugtrekken in de netwerken waarin ze zijn opgegroeid. ‘Jezelf buiten je eigen kring bewijzen is altijd moeilijk. Latino’s in de VS die volop willen meedoen in de Amerikaanse samenleving maken gebruik van hun latino-netwerk. Ze gaan niet volop als individuen de “buitenwereld” in. De wereld waar ze vandaan komen is tegelijk een opstap.’

Wil je verder komen, benadrukt ook de socioloog Richard Alba, dan moet je bereid zijn een deel van je banden te verbreken. Hoe sterker die band, hoe moeilijker dat uiteraard is. En het brengt risico’s met zich mee. ‘Als je er als individu niet in slaagt een succesvol burger te worden, is er geen weg meer terug.’

Yasar Aydin, de onderzoeker uit Hamburg, beaamt dit. ‘Maar vergeet ook niet’, zegt hij met geestdrift, ‘dat het Westen is blijven steken in de asymmetrische machtsverhouding uit het midden van de vorige eeuw. Turkije was toen de hofleverancier van arbeidsmigranten. Terwijl het land in economische en politieke zin machtiger is geworden, houden politici in het Westen aan dat oude beeld vast. Menige Turkse migrant ervaart dat als een onterechte vernedering.’ Voor Duitsland geldt bovendien – in tegenstelling tot in Nederland waar de meerderheid een dubbele nationaliteit heeft, zeker in de tweede en derde generatie – dat veel Turkse migranten en hun kinderen geen Duits staatsburger zijn. Daardoor maken ze ook geen deel uit van het Duitse kiesstelsel. ‘Hoe kun je verwachten dat Duitse Turken democratische opvattingen hebben als ze niet eens kunnen stemmen?’

‘Erdogan streeft naar goed geïntegreerde Turkse gemeenschappen in Europa, dat krikt Turkije’s imago op’

Aydin maakt bezwaar tegen het idee dat de lange arm van Ankara, die zich tot in de haarvaten van West-Europa uitstrekt, Turkse migranten in de greep van hun herkomstland houdt. ‘Euro-Turken blijven niet alleen Turks omdat Erdogan dat van ze verwacht. Veel Turkse migranten houden vast aan de Turkse tradities, heersende waarden en normen omdat ze zich daar goed bij voelen.’ Dat beperkt zich volgens hem niet tot de conservatieve achterban van Erdogan. Het geldt ook voor seculiere alevieten, met hun oorsprong in het Anatolische hartland, of de grootste etnische groepering, de Koerden, die het zuidoosten van Turkije als hun moederland zien – gemeenschappen die juist niet worden aangesproken door de diasporastrategie van de Turkse overheid. Ze passen niet in het nieuwe conservatief-nationalistische Turkse narratief. ‘Wie en wat zorgt er dan voor dat zij blijven uitdragen dat ze aleviet zijn of Koerd? Dat doen ze zelf, én de West-Europese samenlevingen die hen blijven aanspreken op hun afkomst.’

Hoe afwijkend het Turkse integratieproces in Europa voor de Amerikaanse socioloog Richard Alba ook is, hij ziet dat Turkse Nederlanders worstelen met een dilemma. ‘Blijvende gerichtheid op de eigen gemeenschap brengt het risico met zich mee dat zij een permanente minderheidsgroep worden. Dat ze stelselmatig uitgesloten en gestigmatiseerd worden, vergelijkbaar met de Afro-Amerikanen in de Verenigde Staten. Ik ben er niet zeker van dat dit het plaatje is waarop West-Europa afstevent, maar het valt zeker niet uit te sluiten. Te meer omdat de islam een belangrijke scheidslijn aan het worden is. Op korte termijn zal de islam niet als een Europese religie geaccepteerd worden.’

Maar het moderne, seculiere Turkije was toch de brug tussen oost en west? Het voorbeeldland waar islam en democratie hand in hand gaan? Dat is nu zeker niet meer het geval, stelt Alba. ‘De Turken mogen zich verheven voelen boven moslims uit Arabische landen, de Europanen hebben dat onderscheid überhaupt nooit gemaakt of begrepen. Voor hen zijn het allemaal moslims.’

Hij heeft uitgewerkte ideeën over wat de consequenties zullen zijn als delen van de Turkse gemeenschap zich inderdaad als permanente minderheidsgroep gaan opstellen. ‘Het is een onwenselijke situatie, een doodlopende weg. Zodra de scheiding tussen hen en de rest van de samenleving een permanent karakter krijgt, zullen zij ook in sociaal-economisch opzicht achterblijven. Turkse Nederlanders kunnen onmogelijk een parallelle economie van de grond tillen die de hele etnische gemeenschap ondersteunt.’

James Kennedy en Richard Alba blijven erop hameren: dat het zich mogelijk in die richting ontwikkelt, ligt niet alleen aan de migrantengemeenschappen zelf. Het past evenzeer in het eigene, de dynamiek van Nederland. ‘Op het politieke vlak gaat het hier moeilijker dan in de VS’, zegt Kennedy. ‘Het wordt daar vanzelfsprekend gevonden dat je als volksvertegenwoordiger ook een spreekbuis bent voor mensen van jouw eigen groep. De Democratische Partij kent bijvoorbeeld een groot aantal latino-politici. Denk verder aan Colin Powell of Condoleezza Rice. Dat zijn mensen van wie wordt verwacht dat ze iets kunnen betekenen voor zwarte Amerikanen.’ In Nederland wordt diversiteit als een meerwaarde gezien als het gaat om het trekken van stemmen, maar als je eenmaal bent verkozen mag je in de politiek geen deelbelang vertegenwoordigen. ‘Dat wordt hier geproblematiseerd’, zegt Kennedy. ‘Je wordt geacht de hele Nederlandse natie te vertegenwoordigen en te bedienen.’

Yasar Aydin benadrukt dat participatie in je nieuwe thuisland, in alle geledingen van de samenleving, juist wordt gestimuleerd door president Erdogan. Maar om andere redenen dan waarover Kennedy spreekt. ‘Erdogan streeft naar goed geïntegreerde Turkse gemeenschappen in Europa, dat krikt het imago van Turkije in de wereld op. Turkse migranten moeten meedoen in hun nieuwe samenleving, en tegelijk moeten ze ook weer niet met die nieuwe samenleving versmelten. De boodschap is: noch segregatie, noch assimilatie, dien de belangen van het moederland zodat Turkije uitgroeit tot een machtige speler op het wereldtoneel.’

Daarmee appelleert Erdogan, benadrukt Aydin nog eens, niet aan hun gut feelings. ‘Zelfs de groep die goed geïntegreerd is en alleen Duits of Nederlands spreekt, onderhoudt banden met Turkije. Ze hebben er familie, een huis of andere investeringen.’ In die zin staat de diasporapolitiek van Ankara de integratie niet in de weg. ‘In de huidige tijdgeest kunnen de meeste mensen prima functioneren met identiteiten, relaties en interesses die de landsgrenzen overschrijden.’

Hij neemt zichzelf als voorbeeld: ‘Ik ben een Europeaan, maar ook een Duitser. Ik ben Duits staatsburger en ik identificeer me met de Duitse grondwet. Tevens ben ik een Europeaan met een Turkse achtergrond.’ De vijandige populistische wind die door Europa waait spreekt een andere taal. Die keert zich tegen dubbele nationaliteiten, eist een eenduidige nationaliteit, stelt de westerse waarden en normen centraal. Aydin ziet er de realiteitszin niet van in. ‘Het maakt mij niet méér loyaal aan Duitsland als ik al mijn banden met Turkije verbreek. Ook dan zal ik me verbonden blijven voelen met Turkije, eis ik het recht op om het Turkse deel van mijn identiteit uit te kunnen drukken. Niet omdat ik een Turkse nationalist ben, maar omdat de banden met het herkomstland van mijn ouders mij als academicus geen windeieren leggen. Ik vaar er wel bij.’

De recente ontwikkelingen in de Euro-Turkse gemeenschappen mogen de notie van wat globalisering vermag dan hebben opgeschud, voor Richard Alba ligt de daadwerkelijke wake-up call besloten in de demografische ontwikkelingen in het Westen. ‘De babyboomers, de generatie van vlak na de oorlog, verlaten momenteel de arbeidsmarkt. Hun plaats wordt ingenomen door jongere generaties die diverser zijn dan die van hun ouders en grootouders.’ Om het welvaartspeil te behouden, beklemtoont hij, worden westerse landen met een relatief laag geboortecijfer meer en meer afhankelijk van de opwaartse mobiliteit van nieuwkomers.’ Hij wil maar zeggen: integratiepolitiek reikt verder dan met verhitte koppen roepen dat zíj de mores van óns moeten overnemen.


Beeld 1: 16 juli, Rotterdam. Nederturken lopen over de Erasmusbrug van het Wilhelminaplein naar het Willemsplein om hun steun te betuigen aan de Turkse regering na de staatsgreep. (Frank de Roo / HH)

Beeld 2: 16 juli, Rotterdam. (Frank de Roo / HH)