Schat het Westen de toestand in Egypte verkeerd in?

Onze mannen in Caïro

In het huidige conflict in Egypte neigt het Westen ertoe op te komen voor de Moslimbroeders, voorheen de paria’s. ‘Het Westen is nogal naïef. Het denkt dat Egypte een democratie is omdat er verkiezingen zijn geweest.’

Medium 42 51113319week37

Een man met baard zwaait wild in het rond met een kalasjnikov, te midden van een grote groep aanhangers van Morsi op de brug langs Zamalek, een welvarend eiland in de Nijl waar veel seculiere Caïrenen wonen. Dan vuurt hij een aantal malen op het raam van een appartementencomplex, en verderop nog eens. ‘Ze schoten op alles wat bewoog in de gebouwen langs de brug’, zei een van de bewoners na afloop. ‘We zijn uit angst het dak op gevlucht.’ De beelden waren te zien op Sky News Arabia, een van de gematigde nieuwskanalen die in Egypte uitzenden. Niet te zien op de video was dat de broer van actrice Leqaa Swedan op dat moment op zijn balkon stond en opnamen probeerde te maken met zijn telefoon. Hij kreeg twee kogels door zijn hoofd en stierf twee dagen later. Wie verder zoekt op YouTube ziet dat vuurwapengebruik door de Moslimbroeders geen uitzondering was tijdens de confrontaties met het leger.

Het zijn opnames die weinig zichtbaar waren in de westerse berichtgeving over de ongeregeldheden in Egypte vorige maand. Als er al melding werd gemaakt van de Moslimbroeders werd er gesuggereerd dat de beelden onbetrouwbaar waren – de Egyptische staatstelevisie had ze gebruikt om te bewijzen dat alle demonstranten terroristen waren. Vooral op tv lag de nadruk op de gevolgen van de confrontatie, niet op wat eraan vooraf ging. Beelden van schietende legereenheden en honderden in plastic verpakte lichamen in de Al-Iman-moskee domineerden, versneden met quotes van rouwende familie. Het wekt geen verbazing dat de sympathie bij het conflict in het Westen bij de Moslimbroederschap kwam te liggen. De indruk die bleef hangen was dat een vreedzaam demonstrerende groep gelovigen werd afgeslacht door een wreed leger. De politieke gevolgen lieten niet lang op zich wachten. De Verenigde Staten beraadden zich op stappen om de militaire hulp aan de Egyptische regering op te schorten en de Tweede Kamer pleitte voor een onafhankelijk onderzoek van de VN naar het buitensporige geweld.

De werkelijkheid was minder eenduidig. Wie gebeurtenissen vanuit Egyptisch perspectief volgde, kon zich niet aan de indruk onttrekken dat een groot deel van de bevolking niet het leger, maar de Moslimbroederschap als hoofdschuldige aanwees. Ook groepen hoogopgeleide links-liberalen, die de uitspraken van de autoriteiten van nature als leugen beschouwen, waren het erover eens: hoezeer zij het optreden van generaal Al-Sisi ook afkeurden, de Moslimbroederschap had het deels over zichzelf afgeroepen.

‘We worden gedwongen om bescherming te zoeken bij degenen die ons onderdrukken, tegen gekken die lukraak onschuldige burgers neerschieten, gebouwen in brand steken, minderheden afmaken en ieder ander die niet voor de Moslimbroeders is’, schreef Rana ElNemr tijdens de ongeregeldheden op Facebook, in een poging om haar buitenlandse vrienden een juiste voorstelling van zaken te geven. ElNemr, een 39-jarige kunstenares uit Caïro, ging de afgelopen jaren talloze malen de straat op om te demonstreren tegen het leger. Volgens haar werd er veel te weinig aandacht besteed aan het geweld van de Moslimbroeders: ‘De westerse media hadden vooral oog voor slachtoffers van de zitactie bij de Rabaa al-Alawiya-moskee, maar in Giza en rondom het Nahdaplein vonden wekenlang moordpartijen plaats van milities van de Moslimbroeders op hun tegenstanders. Daar hoorde je niemand over.’

Ook Abdallah Schleifer, emeritus hoogleraar journalistiek aan de American University in Caïro en voormalig verslaggever van NBC News, zag zich genoodzaakt een artikel te publiceren over het vertekende beeld van de westerse media en de pavlovreactie van hun politici. Hij wees erop dat de Moslimbroeders op de eerste dag van de confrontaties 21 politiebureaus bestormden, 140 agenten verwondden, er 45 vermoordden en een deel van de lichamen op gruwelijke wijze verminkten. Daarnaast verbaasde hij zich erover dat de westerse leiders nauwelijks melding maakten van de vermoorde Kopten en de tientallen kerken die in heel Egypte in de as werden gelegd door Morsi-aanhangers.

Verder bevestigden Amnesty International en Human Rights Watch berichten dat de Moslimbroeders tijdens hun sit-ins tegenstanders ontvoerden en mishandelden, soms met dodelijke afloop. Rond de plekken waar ze de zitacties hielden werden meer dan tien lichamen gevonden van leden van rivaliserende partijen, met sporen van zware marteling.

‘Sinds de revolutie ligt mijn hart in het land waar ik ben opgegroeid’, zegt activiste Hanna Yousef. De 37-jarige natuurkundige werd geboren in Noorwegen, woonde als kind zestien jaar in Caïro, studeerde in Amerika en woont al jaren in Parijs. Ze is regelmatig als Egypte-deskundige te gast bij de internationale nieuwszender France 24. Als dochter van een Noorse moeder en Egyptische vader weet ze als geen ander hoe beperkt de westerse blik op Egypte is: ‘De Moslimbroeders worden vreedzaam genoemd terwijl ze onschuldige burgers doodmartelen tijdens hun demonstraties. Morsi wordt een legitiem machthebber genoemd terwijl zijn aanhangers huizen, winkels en kerken van minderheden in brand steken.’

Al ver voordat deze incidenten plaatsvonden had Egypte meer dan genoeg van de Moslimbroeders. Volgens een enquête van baseera, het Egyptisch Centrum voor Opinieonderzoek, stond 71 procent van de bevolking negatief tegenover de sit-ins. Slechts vijftien procent had sympathie voor de demonstraties. Abdallah Schleifer vroeg zich bovendien af waarom de aanhangers van Morsi hun vrouwen en kinderen bleven meenemen naar de sit-ins, lang nadat duidelijk was geworden dat het leger er niet voor terugdeinsde om grof geweld tegen ze te gebruiken. Egyptenaren kregen de indruk dat de Moslimbroeders hun trouwe volgelingen als kanonnenvoer opdienden, om steun en verontwaardiging in Amerika en Europa te genereren. En tot verbazing van hun tegenstanders lukte hen dat nog ook. Sinds het aanbreken van de Arabische lente heeft het imago van de Moslimbroeders in het Westen een spectaculaire verandering doorgemaakt. Wie had voorspeld dat ze binnen twee jaar zouden uitgroeien van paria’s tot belangrijke bondgenoten zou destijds voor gek zijn verklaard.

Kort na de revolutie in Egypte wezen cynici erop dat de omwenteling wel eens verkeerd voor ons zou kunnen uitpakken. Velen vreesden dat het land een soort Iran zou worden, een islamistische dictatuur die Israël zou binnenvallen en alle banden met het Westen zou doorsnijden. Er waren destijds echter weinig concrete aanwijzingen dat dit daadwerkelijk zou gebeuren. Met gratis voedselvoorziening en goedkope ziekenhuizen leek de Moslimbroederschap zich serieus te bekommeren om het lot van de armen, die zo’n veertig procent van het land uitmaken. ‘Ze konden rekenen op veel sympathie’, beaamt Rana ElNemr, ‘ook buiten hun directe achterban. Ze vertegenwoordigden de oppositie tegen het regime van Moebarak.’ Argwanende christenen en liberalen werden gerustgesteld met mooie woorden over vrijheid van meningsuiting en de suprematie van de wet. Het wekte dan ook geen verbazing dat de Moslimbroeders overtuigend wonnen bij de parlementsverkiezingen.

De presidentsverkiezingen gingen iets moeizamer, maar gematigde kiezers gaven Mohammed Morsi het voordeel van de twijfel ten opzichte van zijn rivaal Ahmed Shafiq, die nog onder Moebarak had gediend. Althans, dat is wat men er in het Westen van meekreeg. ‘Het is slechts de helft van het verhaal’, zegt Hanna Yousef. ‘Al snel was duidelijk dat Morsi met zijn eigen achterban geen meerderheid zou halen, hooguit 25 procent. Om te winnen had Morsi de stemmen nodig van liberalen, revolutionairen en andere anti-Shafiq-partijen, die onder geen beding een handlanger van Moebarak als president wilden.’ Maar er waren wel voorwaarden aan verbonden. In ruil voor steun van de rest van de oppositie zou Morsi alle partijen betrekken bij het opstellen van de grondwet, de geheime politie hervormen en de schuldigen van de moordpartijen op de revolutionairen in 2011 berechten. Het monsterverbond werd op schrift vastgelegd en onder grote media-aandacht aan het volk gepresenteerd als het Fairmont-verdrag, naar het hotel waar de deal werd gesloten. ‘We vertrouwden hem’, zegt Yousef. ‘We dachten echt dat hij het beste met Egypte voor had.’

Tegen die tijd hadden Europa en Amerika al goede betrekkingen met de Moslimbroederschap opgebouwd. In het jaar dat vooraf ging aan de verkiezingen stuurden de Verenigde Staten driemaal een hoge delegatie langs. Ook de EU-landen kwamen op bezoek om de aanstaande verkiezingswinnaars het hof te maken. Na de parlementsverkiezingen begon het westerse publiek langzaam aan het idee te wennen dat Egypte de Moslimbroederschap aan het roer wilde. Toen Morsi werd verkozen tot president leek de publieke opinie de Moslimbroeders te hebben geaccepteerd als nieuwe bondgenoot.

Sindsdien zijn de Moslimbroeders in de ogen van het Westen de legitieme vertegenwoordigers van het volk. Maar in Egypte kwamen degenen die Morsi steunden er al snel achter dat ze om de tuin waren geleid. Gedurende de twaalf maanden dat hij regeerde was de president vooral bezig met het uitbouwen van zijn macht en het doorvoeren van een islamistische agenda. Een van zijn grootste fouten was het uitvaardigen van een decreet waarmee hij zichzelf en een deel van de regering boven de wet plaatste. ‘Niemand had verwacht dat ze zó erg zouden zijn’, zegt Rana ElNemr. ‘Het was echt onvergeeflijk.’

Ook de grondwet, die het fundament van een nieuw en beter Egypte moest worden, werd haastig opgekrabbeld door een comité dat door islamisten werd gedomineerd. De nieuwe constitutie zat vol dubieuze clausules en liet volgens Hanna Yousef veel ruimte open voor interpretatie op gevoelige punten als mensenrechten, vrijheid van meningsuiting en godsdienstvrijheid. ‘Vrouwen zouden in principe vrij zijn, maar alleen zolang ze hun plicht deden voor hun gezin. Daar kun je alle kanten mee op’, zegt ze. ‘Dat Morsi het document er vervolgens binnen een paar weken doorheen drukte, bevestigde dat hij het volk totaal niet serieus nam.’

Morsi’s misstappen vormden het startsein voor grootscheepse demonstraties. Daarbij bleek dat de Moslimbroeders ook qua geweld weinig onderdeden voor het regime dat zij opvolgden. Een verslaggever van The Guardian, die bij een aantal confrontaties aanwezig was, schreef: ‘De gevechten begonnen toen een groep van zo’n driehonderd demonstranten, die voor het presidentieel paleis een vreedzame zitactie hielden, werd aangevallen door duizenden gewapende aanhangers van Morsi.’ Een cameraman die de aanval filmde werd van dichtbij door het hoofd geschoten. Zijn camera werd meegenomen. Het bevel voor het offensief leek van hogerhand te komen. ‘De gevechten werden vooraf gegaan door haatpreken van prominente leiders uit de entourage van Morsi’, zegt ElNemr. ‘“Dit zijn heidenen. Ze moeten bestreden worden”, dat soort taal.’ Niet alleen de oppositie riep dat de tijd van Moebarak weer terug was, ook een deel van Morsi’s achterban hield hem verantwoordelijk voor de meer dan tien dodelijke slachtoffers. Drie van zijn adviseurs traden af uit protest tegen het geweld.

Het politiegeweld en de martelingen die het bewind van Moebarak zo gehaat maakten liet de president ongemoeid. Kritische journalisten werden opgepakt voor ‘belediging van de president’ of ‘belediging van de islam’. De minderbedeelden, die het overgrote deel van zijn electoraat vormden, liet Morsi in de kou staan. Terwijl de energie- en voedselprijzen omhoog schoten, kregen ze een belastingverhoging voor hun kiezen die de president overhaast terugtrok toen half Egypte de straat op ging.

Veel van deze incidenten kwamen ook in het Westen in het nieuws. Maar journalist en activist Omar Robert Hamilton, zoon van een Engelse vader en een Egyptische moeder, had de indruk dat de westerse media Morsi de hand boven het hoofd hielden omdat hij op democratische wijze verkozen was. ‘De stembus is kennelijk heilig. Het wanbestuur van de Moslimbroeders zien ze niet. De chaos en het geweld worden slechts beschouwd als onschuldige kinderziektes van een jonge democratie’, schreef hij op Jaddaliyya, een mediaplatform voor academici, journalisten en activisten. Gevraagd naar de reden voor het vertekende beeld van de westerse media zegt Hanna Yousef: ‘Het Westen is nogal naïef. Het denkt dat Egypte een democratie is omdat er verkiezingen zijn geweest. Maar het is een dictatuur waarop een “democratie”-stickertje is geplakt. In Egypte zijn er referenda geweest over onderwerpen waar niemand iets van afwist. De informatie was gewoon niet voorhanden. Maar de uitslag werd de volgende dag wel doodleuk afgedrukt in westerse kranten, alsof het een democratisch besluit was van het volk.’

In zijn artikel What If President Obama Did What Morsi Did probeerde de Amerikaanse Egyptenaar Tarek Ragheb aan te tonen hoe bizar de kritiekloze houding van het Westen was. ‘Hoe zou Amerika reageren als Obama de huidige constitutie in de prullenbak zou gooien en binnen vier dagen een nieuwe grondwet zou schrijven met hulp van een klein clubje Democraten en fundamentalistische christenen?’ vroeg de luchtvaartconsultant zich retorisch af.

‘Er wordt met twee maten gemeten’, zegt ook Yousef. ‘In het Westen wordt elke misstap van politici onder het vergrootglas gelegd. Maar Egyptenaren mogen zich niet beklagen over hun president, ook niet als hij zichzelf dictatoriale macht toe-eigent. Dat hoort kennelijk bij hun beeld van politici in het Midden-Oosten.’

In juni begon de protestbeweging Tamarod (rebellie) al met het verzamelen van handtekeningen tegen Morsi, om vervroegde presidentsverkiezingen af te dwingen. Aanvankelijk kreeg de beweging alleen liberalen en christenen zo ver, maar na verloop van tijd wilde ook de man op straat van Morsi af. Amira Mikhail schreef in een artikel voor de Atlantic Councel, een Amerikaanse denktank voor internationale politiek: ‘In een buurt vol garagehouders riep vrijwel iedereen trots dat ze de petitie al getekend hadden. Eén man kwam naar me toe met een stapel van 250 getekende formulieren, bestemd voor ons hoofdkantoor.’ Hanna Yousef vertelt: ‘Rond die tijd was ik ook in Egypte. Wie ik ook sprak, taxichauffeurs of mensen in het café, niemand had één goed woord over voor de Moslimbroeders. Mensen hadden hun buik vol van de haatpreken en van hun geweld.’ Het doel van Tamarod was om eind juni vijftien miljoen handtekeningen te hebben verzameld, twee miljoen meer dan het aantal mensen dat een jaar daarvoor op Morsi had gestemd. Op de sluitingsdatum van 30 juni had de beweging naar eigen zeggen meer dan 22 miljoen handtekeningen opgehaald.

Dat Morsi een paar dagen later werd afgezet was voor het merendeel van de bevolking dan ook een grote opluchting. De meeste westerse commentatoren keurden de actie op vaderlijke toon af. Als Egypte zo graag een democratie wil worden, dan moet het land zich wel aan de spelregels houden, was de boodschap. Maar volgens veel Egyptenaren wees het Westen de verkeerde aan als schuldige. Morsi had immers een half jaar eerder de democratie al om zeep geholpen. Teymour El Thary, een in Amerika opgeleide jurist, schreef op Facebook: ‘Als we nog drie jaar hadden gewacht was Egypte een islamistisch bastion geworden en hadden we voorgoed naar onze democratie kunnen fluiten.’

Rana ElNemr zegt: ‘De controlemechanismen die westerse democratieën beschermen tegen een president die over de schreef gaat bestaan in Egypte nog helemaal niet. Morsi kon ongestraft zijn gang gaan. Het enige wat het volk kan doen is de straat op gaan.’

Westerlingen kregen de indruk dat het conflict in juli begon. Het leger zette de eerste democratisch gekozen president van het land in de gevangenis, noemde zijn partij een stel ‘terroristen’ en vermoordde vervolgens honderden van zijn aanhangers in koelen bloede. Volgens deze voorstelling van zaken is het leger de boosdoener en zijn de Moslimbroeders het slachtoffer. Dat Morsi’s aanhangers zich vervolgens afreageerden op iedereen die tegen hen was, was in dat licht niet geheel onbegrijpelijk. Hanna Yousef schrok van de onwetendheid van de westerse media: ‘Nadat Morsi was afgezet werd ik uitgenodigd door nieuwszender France 24 om de situatie in Egypte te bespreken. Alle sympathie in de studio ging uit naar de Moslimbroeders. Tegenover me zat een zogenaamde expert die Morsi vergeleek met Salvador Allende. Ik was zo van slag dat ik niets meer kon uitbrengen.’

Voor het Egyptische volk gaat dit conflict tussen hen en de Moslimbroeders. En die strijd begon al in november, toen bleek dat Morsi zich in hun ogen ontpopte als een nieuwe versie van Moebarak. Abdalla Schleifer: ‘Vorige maand hielden de Moslimbroeders regelmatig protestmarsen naar overheidsgebouwen om hun ongenoegen over Morsi’s afzetting kenbaar te maken. Daarbij raakten ze vaak niet slaags met de veiligheidspolitie, maar met omwonenden die schoon genoeg hadden van de overlast die ze veroorzaakten.’ ‘De tragiek van de Moslimbroeders’, zegt Abdalla Schleifer, ‘is dat ze niet beseffen dat ze vrijwel iedereen van zich hebben vervreemd.’

Het leger sloot zich pas op het allerlaatste moment aan bij het conflict. ‘Morsi is niet afgezet door het leger, maar door het volk. Het leger maakte slechts misbruik van de situatie’, aldus Rana ElNemr. Hoewel generaal Sisi nu door velen als een volksheld is onthaald, is er nog steeds een groep die zowel een hartgrondige hekel heeft aan het leger als aan de Moslimbroeders en hun aantal groeit met de dag. Enkelen van hen hebben inmiddels een eigen beweging opgericht onder de naam het Derde Plein.

Na de schokkende beelden van het geweld moesten westerse politici het leger wel veroordelen. Maar in Egypte werd dat gezien als openlijke steun voor de Moslimbroeders. Velen, zoals Hussein Hamouda Mostafa, een ex-functionaris van de veiligheidspolitie, zien er zelfs een gevaar in. De islamisten zouden zich erdoor aangemoedigd voelen. ‘Het is nu erger dan in de jaren negentig. Ze willen een burgeroorlog’, zei Hamouda in een interview met Reuters. Feit is dat Mohamed Beltagy, secretaris-generaal van de Moslimbroeders, na de machtsovername van het leger in het openbaar aankondigde Egypte in een soort Syrië te veranderen. Andere prominente leiders zouden ‘heel Egypte platbranden’ en tegenstanders van Morsi ‘met bloed besproeien’ als hun president niet zou terugkomen. Niet lang daarna verhevigde het sektarische geweld, plunderden extremisten een museum met Egyptische oudheden in Minya en executeerden ze 25 soldaten in de Sinaï. Ook de bom die vorige week ontplofte in het konvooi van minister Mohamed Ibrahim Mustafa roept herinneringen op aan de jaren negentig, toen Egypte werd geteisterd door aanslagen van islamitische fundamentalisten op overheidsfunctionarissen.

Deze incidenten kwamen ook in het Westen in het nieuws, maar ze zijn het topje van de ijsberg. Aanvallen op overheidsgebouwen, checkpoints en politiebureaus zijn nog steeds aan de orde van de dag. ‘Wat het leger heeft gedaan is verschrikkelijk, maar laten we niet de honderden onschuldige burgers vergeten die de Moslimbroeders hebben vermoord’, stelt Yousef op haar Facebook-pagina. Volgens de laatste cijfers van Egyptische lijkenhuizen loopt het aantal slachtoffers van geweld van aanhangers van Morsi tegen de zeshonderd. ‘In korte tijd zijn we vele jaren ouder geworden’, zegt Rana ElNemr. ‘Wie de situatie wil begrijpen moet verder kijken dan de vraag of het nu wel of geen coup was. Het is een grote fout om dingen versimpeld op te dienen, alleen maar om ze begrijpelijker te maken voor het grote publiek.’


Foto: Mohamed Mahmoud /NurPhoto / Corbis

Bijschrift: Caïro, 6 september. Supporters van de afgezette president Morsi botsen met aanhangers van de minister van Binnenlandse Zaken Mohammed Ibrahim na een moordaanslag op de laatste