De snode plannetjes van Tayyip - Erdogan gaat Turkije machtig maken

Onze Níet Te Vatten Zo Grote Leider Echt On-Voor-Stel-Baar Groot

Waarschijnlijk heerst president Erdogan na de verkiezingen van 1 november definitief als een oppermachtige sultan over zijn gedroomde islamitische republiek Turkije. Met de rug naar het Westen en het gezicht naar de oude Ottomaanse wereld.

Medium anp 33916719

De zogenaamde coalitiebesprekingen tussen de akp van de Turkse president Recep Tayyip Erdogan en de oppositiepartijen zijn ‘mislukt’. Iets anders was niet te verwachten na de verkiezingsnederlaag van Erdogan in de zomer van dit jaar. Parlementszetels van de akp werden toen weggekaapt door de Koerdische hdp-partij. Een dezer dagen wordt de immuniteit van de Koerdische afgevaardigden opgeheven omdat ze gelieerd zouden zijn aan de pkk. De Koerdische oppositie zal daarmee vleugellam worden en niet genoeg zetels halen.

Erdogan gaat niets te ver om de volgende verkiezingen van 1 november te winnen. Hij wil een meerderheid in het parlement, dat dan zonder verder debat de grondwet kan veranderen. In de nieuwe grondwet krijgt de president in Turkije alle macht in handen. Erdogan zal dan als een gekozen sultan over het land kunnen heersen.

Zijn hoop is ook gevestigd op de voordelen van de weer opgelaaide oorlog tegen de pkk en de Koerden in Noord-Syrië, hoewel de hoop van hem en zijn adviseurs dat de dood van inmiddels bijna honderd soldaten en politieofficieren ultranationalisten naar zijn kamp zou trekken tot nu toe ijdel blijkt te zijn. Bijna elke begrafenis van een gedode militair loopt uit op demonstraties van tienduizenden rouwenden die leuzen schreeuwen tegen de president en zijn ministers. Menige hoogwaardigheidsbekleder is al bij een begrafenisplechtigheid met eieren en stenen weggejaagd.

Toen Tayyip Erdogan in 2001 naar buiten kwam met zijn ‘conservatief democratische’ akp, de Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling, toonde hij zich een mild man die zijn vroegere visie van een politieke islam achter zich had gelaten en nu streefde naar een multicultureel en democratisch Turkije, een land waar iedereen kon leven zoals hij of zij wilde, een land dat thuishoorde bij Europa. Hij en zijn partij gingen zich inzetten voor democratie en mensenrechten, niet alleen voor vrome moslims maar voor iedereen in Turkije ongeacht zijn of haar achtergrond.

Het was een façade die Erdogan en de medeoprichters van de partij hadden opgetrokken om in eerste instantie door zo veel mogelijk kiezers te worden uitverkoren en met hulp van Europa een eind te maken aan de dictatuur van de seculiere en kemalistische militairen. Om pas later, als de kust veilig zou zijn, terug te vallen en een islamistische politiek te voeren.

Ten tijde van de Gezi-demonstraties in 2013, die in heel Turkije honderdduizenden mensen op de been brachten, liet Erdogan, toen nog premier, alle pretenties varen een democraat en pro-westers te zijn. De ware Tayyip kwam weer boven: de militante islamist die hij in zijn middelbare-schooltijd was en altijd is gebleven, een absolutist die het niet om de macht an sich te doen is maar die met de macht van de staat zijn ideale islamitische republiek wil creëren.

Net als vele anderen heeft Erdogan ook angsten die zijn handelen bepalen. Een militaire coup of een juridisch verbod van zijn partij, die vreesde hij het meest. In 2008 stonden hij en zijn akp op de rand van de afgrond: bijna had de rechterlijke macht gestemd voor een verbod vanwege de pro-islamitische standpunten die ze innamen, zoals het ‘bevrijden’ van vrouwen die een hoofddoek wilden dragen maar dat van de staat niet mochten. Er was net geen meerderheid voor het verbod van de partij.

Erdogan noemde de Gezi-protesten van 2013 ‘couppogingen’. De gebeurtenissen in Egypte tijdens diezelfde zomer maakten hem doodsbenauwd. Daar werden de aan de akp verwante Moslimbroeders, die met een meerderheid waren gekozen, met geweld door militairen afgezet. Hetzelfde was sinds 1960 verschillende keren in Turkije gebeurd. De islamitische partijen waarvan Tayyip Erdogan eerder een vooraanstaand lid was hadden keer op keer te maken met ernstige waarschuwingen van de militaire macht of met rechterlijke verboden, net zoals dat dreigde in 2008. Maar Erdogan is een geraffineerd politicus en een geniale strateeg en hij heeft een militaire en een juridische coup weten te vermijden. Zijn angst is evenwel gebleven en daarom verdenkt hij alle critici ervan een putsch te willen plegen en sleept hij hen voor het gerecht op beschuldiging van landverraad.

Achter het democratisch masker is hij nooit een ander geweest dan de Acilik, de Krijger die strijdt voor een groots en islamistisch Turkije, een radicale beweging waarvan Erdogan in zijn jonge jaren lid was. Waar het boegbeeld van het Turkse islamisme van 1980 tot 2001, Necmettin Erbakan, voor stond, daar staat Recep Tayyip Erdogan zijn leven lang voor. Erbakan was de leider van de ook in Nederland actieve Milli Görüs-beweging. De islamitische groepering heeft een sterke Turks-nationalistische component en keert zich tegen mondialisering en de westerse oriëntatie van Turkije. Milli Görüs is niet noodzakelijk tegen modernisering, maar benadrukt vooral de Ottomaanse wortels van Turkije en bepleit een verdere integratie van Turkije in het Midden-Oosten. Naar het idee van Erbakan moet het land een hegemoniale rol in de islamitische wereld innemen. De Turkse islam moet in deze visie als leidraad voor de politieke koers fungeren. Veel akp-politici hebben wortels in de Milli Görüs-beweging.

Erbakan en Erdogan gingen in 2001 uit elkaar omdat Erdogan en de mannen die samen met hem de akp stichtten het autocratische bewind van Erbakan niet langer konden velen. Erbakan verstikte hen en zij verschilden van mening over de tactiek om hun islamistische ideologie te verwezenlijken. Erdogan wilde samenwerken met niet-islamisten om zo voldoende krediet en vaart te krijgen voor een massapartij en stembusoverwinningen. Hij bediende zich van de modernste communicatiemiddelen en verkiezingsstrategieën.

Een belangrijk verschil met Erbakan was dat Erdogan gebruik maakte van het potentieel van vrouwelijke aanhangers die dolgraag op school, op de universiteit en in alle andere overheidsgebouwen hun hoofddoek en bedekkende kleding wilden dragen. Zij zouden hun echtgenoten, broers, vaders en ooms kunnen bewegen om hun stem op de akp uit te brengen. Een idee dat groot succes had.

‘Voor ons islamisten is democratie als een tram. We rijden mee tot waar we moeten zijn en dan springen we eraf’

Na de scheiding overvleugelde Erdogan Erbakan. Erdogan werd de grote leider van de politieke islam in Turkije. In de termen van zijn leermeester, de dichter en ideoloog van het Turks-islamitisch absolutisme Necip Fazil Kisakürek, werd hij de Basyüce, de Verheven Leider. Erdogan is Erbakan niet afgevallen. Toen Necmettin Erbakan in 2011 stierf, liet Erdogan het overlijdensbericht via de luidsprekers van drieduizend moskeeën bekendmaken. De begrafenis in Istanbul trok honderdduizenden belangstellenden. Erdogan onderbrak er een Europese reis voor en kwam zijn lippen op de kist drukken. Tegenwoordig laat hij zich op posters afbeelden met een foto van Necmettin Erbakan op de achtergrond; een teken dat hij zijn politieke leermeester niet in de steek heeft gelaten en diens programma voortzet.

Recep Tayyip Erdogan was in 1983 medeoprichter van Erbakans Partij voor Voorspoed, de Refah Partisi, en werd voor die partij tot burgemeester van zijn geboortestad Istanbul gekozen. De partij had het ook over ‘democratie’. Wat de islamisten daaronder verstaan zette burgemeester Erdogan uiteen in een toespraak: ‘Democratie, is dat een doel of een stuk gereedschap? (…) Volgens ons kan democratie nooit het doel zijn. Democratie is een middel.’ Necip Fazil, de totalitaire moslimideoloog, had het al gezegd: democratie is niet in overeenstemming met de islam. Democratie is van de mensen en is tijdelijk, maar wat van Allah is, is eeuwig en alleen dat geldt.

Bij een andere gelegenheid zei Erdogan: ‘Voor ons [islamisten] is democratie als een tram. We rijden mee tot we zijn waar we moeten zijn en dan springen we eraf.’

Het doel, dat is wel duidelijk: de seculiere Turkse staat vervangen door een islamitische. Als het niet iedereen duidelijk was waarvoor Erbakan en Erdogan in de jaren tachtig en negentig stonden, dan verkondigde de laatste steeds weer: ‘Godzijdank zijn wij voor de sharia.’

Erbakan baseerde zich op een veel oudere islamitische partij, de Mohammedaanse Unie uit 1909, die zich afzette tegen de seculiere Jong Turken, herinvoering van de islamitische wet eiste en de vleugellam gemaakte sultan Abdülhamid II in ere wilde herstellen. Zijn politieke programma’s baseerde Erbakan op de preken van zijn soefigids Mehmet Zahid Kotku. Inspiratie kreeg hij net als Erdogan uit het totalitaire gedachtegoed van Necip Fazil Kisakürek.

Erbakan noemde zijn plannen voor een islamitische republiek Turkije eerst Milli Görüs, Nationale Visie, daarna kregen ze de naam Milli Suur, Nationaal Bewustzijn, en ten slotte Adil Düzen, Rechtvaardige Orde. Milli Görüs werd in bepaalde kringen in Nederland bejubeld als een gematigde stroming binnen de islam, maar Erbakan en Erdogan zijn altijd tegen werkelijke aanpassing geweest van Turken in Europa. Tijdens een toespraak van een met Turkse Duitsers volgepakt stadion in Keulen in februari 2008 zei Erdogan: ‘Jullie moeten wel de Duitse taal leren en integreren, maar niet assimileren.’ ‘Assimilatie’, betoogde hij, ‘is een misdaad tegen de menselijkheid.’ Voor Erdogan zijn Turkse Europeanen vooruitgeschoven lobbyisten die het belang van Turkije, dat wil zeggen Erdogans Turkije, behartigen.

Erdogan en de akp hebben Milli Görüs achter zich gelaten. Zij hebben hun plannen voor het land samengebracht in de termen ‘Nieuw Turkije’ en ‘Geavanceerde Democratie’, en die zijn even verhullend als de term ‘Nationale Visie’. Het Turkse woord voor ‘nationaal’, dat Erbakan in bijvoorbeeld Milli Görüs gebruikte, staat voor een Ottomaanse indeling van de maatschappij naar godsdiensten, waarbij die allemaal ondergeschikt zijn aan de islam.

In de tijd van Erbakan, in de jaren tachtig en negentig, hadden islamisten stilletjes banen in het overheidsapparaat ingenomen. Onder Erdogan werd het een hausse. Politie en de lagere rechterlijke macht waren in de eerste jaren van zijn bewind voor een groot deel in handen geraakt van de aanhangers van Fethullah Gülen, de islamitische prediker die ook als een sluipwesp de seculiere Turkse staat van binnenuit trachtte over te nemen en langzaam de volgelingen van Atatürk uit de bureaucratie en de strijdkrachten probeerde te duwen. In feite willen de gülenisten hetzelfde als Erbakan en Erdogan: Turkije als wereldmacht, Turks als wereldtaal en de Turkse islam als leider van de moslimwereld.

In Turkije woedt op dit ogenblik, naast de oorlog tegen de Turks-Koerdische guerrillabeweging pkk, tegen IS en tegen de Koerdische enclave in Noord-Syrië, een broederoorlog. Inzet is niet een ideologisch verschil maar de macht in Turkije. De pure macht. Erdogan is bezig alle fethullacilar de laan uit te sturen en hen te vervolgen wegens pogingen tot een staatsgreep en ‘terrorisme’. De plaatsen van de Gülen-aanhangers worden nu ingenomen door akp’ers. Alle gouverneurs van de 81 provincies van Turkije zijn tayyipisten. Alle rectors van de staatsuniversiteiten zijn tayyipisten. Alle zenders van de staatstelevisie trt worden bevolkt door tayyipisten.

Het ‘Nieuw Turkije’ van Erdogan heeft het oude, de seculiere republiek van Mustafa Kemal Atatürk, vervangen. Die autoritaire staat bestaat niet meer, het is nu de even autoritaire islamitische republiek van Recep Tayyip Erdogan die met de rug naar het Westen staat, niet meer geïnteresseerd is in toetreding tot de EU, en het gezicht gericht heeft naar de oude Ottomaanse gebieden. Daarbij doet Erdogan een beroep op de solidariteit van de vroegere Ottomaanse domeinen in de Balkan, de Kaukasus en het Midden-Oosten. Zij zullen zich, denkt hij, naar het islamistische Turkije voegen en het tot een wereldmacht maken.

Erdogan roept het verleden op om de weg naar een glorieuze toekomst te wijzen, een verleden vol brute autocratische leiders. Op een partijcongres van de akp, vlak voordat hij tot president werd gekozen, sprak hij ‘de jeugd van Turkije’ toe. Zij moet niet alleen vooruit kijken naar 2023, naar het honderdjarig bestaan van de onafhankelijke Republiek Turkije, maar een halve eeuw verder, naar 2071, het begin van de duizendjarige overheersing van Anatolië door de Turken.

‘We zijn op weg een wereldmacht te worden

Op 26 augustus van dat jaar, als de jeugd van tegenwoordig hoogbejaard is, zal de Slag van Manzikert worden herdacht (het huidige Malazgirt, ten noorden van het Meer van Van). Daar versloegen de Seltsjoeken, een Turkse stam uit Centraal-Azië, de machtigste christelijke vorst van die tijd, de Byzantijnse keizer. Aan het einde van de slag stapte de Seltsjoekse sultan Alp Arslan op de keel van de gevangen genomen keizer als symbool van de vernedering van het christendom. Het was het begin van het einde van het Byzantijnse Rijk, dat weliswaar nog vierhonderd jaar een doodstrijd zou leveren, maar dat ten slotte door de piepjonge sultan Mehmed II, van het uit de Seltsjoeken voortgekomen huis van de Ottomanen, met de verovering op 29 mei 1453 van Constantinopel van het toneel verdween. In 2053 zal daarvan fier de zeshonderdste verjaardag worden gevierd. Grootse en imposante feesten zullen er die dagen georganiseerd gaan worden, waarin met trots en vreugde de vernedering van christenen, van wat nu de westerse wereld is, gevierd gaat worden.

Overal waar president Erdogan tegenwoordig komt, wordt hij toegezongen met een lied waarin hij vergeleken wordt met de grote Turkse helden. Ze zijn op één na geen democratische, tolerante of wijsgerige mannen. Het lied wordt gezongen op de wijs van een Ottomaanse mars: twee stappen vooruit, één stap terug, en gespeeld en gezongen door een mehter takimi, een Ottomaanse kapel zoals die vroeger met schetterende fluiten en kletterende trommen de sultans en krijgers op het slagveld aanmoedigden. Het tweede couplet gaat als volgt:

In 2071 zijn we duizend jaar oud

Ons doel is een groots Turkije

We zijn op weg een wereldmacht te worden

We zorgen voor vrede in het land en vrede in de wereld.

Het Nieuwe Turkije is onze rode appel

Onze leider is Recep Tayyip Erdogan

Die door het volk met macht wordt overladen

Vervolgens maakt de songwriter een ‘gouden ketting’ van de ‘grote voorgangers’ van de ‘moedige man’ Recep Tayyip Erdogan. De ketting wijst op de soefiketting die zich uitstrekt van een spirituele gids naar zijn voorgangers en helemaal terug naar Mohammed. De rode appel in het lied is het symbool van het pan-Turkisme. De ketting die eindigt bij president Erdogan begint bij Attila de Hun, bij ons bekend als de ‘Gesel Gods’ die gevreesd werd door West- en Oost-Romeinen. Vervolgens komen onder anderen aan bod Alp Arslan, Osman Gazi, de stichter van het Ottomaanse Rijk, Mehmed II de Veroveraar van Constantinopel, sultan Selim I bijgenaamd de Grimmige en ook wel Slachter van de Alevieten (waarvan er in Turkije vijftien tot twintig miljoen onderdaan van Erdogan zijn, die zich zeer door het lied gekwetst voelen), sultan Abdülhamid II (bekend van zijn wrede optreden tegen christenen in zijn rijk en het opheffen van het eerste Ottomaanse parlement) en ten slotte Mustafa Kemal Atatürk.

Deze laatste doet op het eerste gezicht vreemd aan als schakel naar de islamist Tayyip Erdogan. Atatürk stuurde immers de laatste sultan en de laatste kalief het land uit, voerde een seculier wetboek in en verbood soefi-ordes als de Naksjibandi, waarvan Erdogan sinds zijn dertigste lid is. Dat soort zaken negeren de huidige islamisten als ze het over Atatürk hebben. Zij vereren de ‘Vader der Turken’ als de militaire commandant die eerst bij Gallipoli de Europese christenen versloeg en later, na de Eerste Wereldoorlog, de christelijke bezetters van Anatolië het land uit vocht.

'We zorgen voor vrede in het land en vrede in de wereld’

Aan het einde van de ‘Erdogan Mars’ wordt de naam van de leider verbonden met die van Adnan Menderes, ‘die ons democratie bracht’. Menderes was de eerste Turkse politicus die in redelijke vrijheid in 1950 werd gekozen. Hij begon zijn premierschap met mooie beloften van vrijheid en democratie maar veranderde in een paranoïde tiran. Menderes sleepte de oppositie voor het gerecht en beschuldigde haar van landverraad. Kranten en tijdschriften werden voor onbepaalde tijd verboden.

Maar Menderes was geen vrome man; hij maakte geen geheim van zijn liefdesrelatie met een Turkse operazangeres. Als hij een stad bezocht liet hij kamelen slachten en zijn auto met het bloed van de offerdieren besprenkelen. In de laatste jaren van zijn regime had Adnan Menderes zich meer macht toegeëigend dan de wet hem toestond. Eind mei 1960 zetten militairen hem af en werden Menderes en twee van zijn ministers ter dood veroordeeld. De premier nam op de avond voor het voltrekken van de doodstraf een overdosis slaapmiddelen, maar een arts bracht hem weer bij bewustzijn zodat hij de volgende ochtend opgehangen kon worden.

Turkse historici en journalisten wijzen vaak op de overeenkomsten tussen Menderes en Erdogan, en dan niet om hun democratische referenties maar om hun ontwikkeling tot potentaat. Zij houden het trieste einde van de eerste vrij gekozen premier als voorbeeld aan Erdogan voor. Het ‘Lied van Erdogan’ eindigt met de strofe:

De laatste schakel van de gouden ketting van het Turkse volk

Ben jij, Recep Tayyip Erdogan

Onze baas, onze leider

Die zijn macht van zijn geliefde [God] krijgt

Onze natie, onze vlag, ons moederland isvan ons

Eén Turkije, onze natie

Broederschap, onafhankelijkheid en gelijkheid is ons doel

Het Nieuwe Grote Turkije

Onze aanvoerder Recep Tayyip Erdogan

Die zijn macht altijd van Allah krijgt


Beeld: Tayyip Erdogan bij de begrafenis van Necmettin. Erbakan, Turkije, 2011 (Foto Bullent Kilic / AFP / ANP).