Onze nietige man

Op de open zee klepperen zeilen in de wind, golven klotsen tegen de romp, bliksemschichten en donder kondigen in de verte de komst van onheil aan. Zo overweldigend is de omgeving in J.C. Chandors All Is Lost dat ‘onze man’, Robert Redford in de rol van een verloren zeevaarder, niet anders kan dan ernaar te staren.

Medium film

Vlak voor de storm is het voor te stellen dat hij in zijn zwaar beschadigde zeiljacht overvallen wordt door het besef dat hoe groot de wereld ook is er weinig kans is op ontsnapping en vrijheid. En toch gaat hij de strijd aan.

De overlevingsfilm toont de mens gevangen in een existentiële crisis. De natuur lijkt alle voorwaarden te scheppen voor de volledige vrijheid: de ogenschijnlijke willekeur waarmee dingen gebeuren, de afwezigheid van iets wat maar lijkt op een organiserend principe. En toch is het een illusie te denken dat er iets te manipuleren valt. De mens, ‘onze man’, slaagt er maar niet in aan zijn lotsbestemming te ontkomen, hoe hij ook zijn best doet.

Al binnen de eerste vijf minuten is duidelijk dat geen andere acteur beter in deze rol past, niemand van wie je sterker gelooft dat hij het zal redden zo verloren op zee dan Redford, man van weinig woorden, als de downhill racer in Michael Ritchie’s gelijknamige jaren-zeventigfilm over skiën, als de honkbalspeler in Barry Levinsons jaren-tachtigfilm The Natural en als de Sundance Kid naast Paul Newman als Butch, de voortvluchtige cowboy die sneller kan praten dan schieten in George Roy Hills westernklassieker uit 1969. Redford is een icoon, zo gegrift in het cultureel bewustzijn dat al deze figuren als schaduwen op de achtergrond aanwezig zijn terwijl hij nu in de gedaante van ‘onze man’, zoals zijn personage in All Is Lost heet, vecht tegen het geweld van de zee, zonder een woord te zeggen.

Het verhaal begint met een incident waarvan de toevalligheid even overweldigend is als alles wat volgt: op zeventienhonderd zeemijl van de Straat van Sumatra botst Redfords zeiljacht op een dobberende container. Door een scheur in de romp stroomt water naar binnen en hij moet alles op alles zetten om het schip varend te houden. Met vastberadenheid die aanvankelijk grenst aan verveling gaat hij te werk: water wegpompen, gat vullen met vloeibare glasvezel, zeilen repareren, radio werkend krijgen, vloer van de kajuit dweilen. Hij heeft zelfs tijd om zich te scheren. Maar op het moment dat hij de voorwaarden lijkt te hebben gecreëerd voor veiligheid en geborgenheid pakken de onweerswolken samen.

In de crisis bestaat taal niet meer. Instinct neemt het over. Noodmaatregelen treden in werking. Hij vist een sextant uit een hightech overlevingstas. Maar hoe werkt het ding? Hij vindt een antiquarisch boek over navigatie, misschien ter decoratie geplaatst op een rek in de kajuit, en bestudeert de inhoud (taal als laatste redmiddel). Nog altijd is hij er vast van overtuigd dat hij het zal redden zo in z’n eentje.

Maar in werkelijkheid is hij nooit alleen. Regisseur Chandor illustreert de wrange situatie prachtig met onderwatershots, de camera tussen de vissen diep onder het water, het perspectief gericht naar boven waar onze nietige man op pathetische wijze spartelt, een echo van de vrouwelijke astronaut die op precies dezelfde wijze in de ruimte tegen dodelijke natuurkundige wetten vecht om mentale en lichamelijke overleving in Alfonso Cuaróns recente film Gravity.

De overlevingsfilm zit vol met tegenstrijdigheden: eenzaam, maar nooit alleen, handelen terwijl het doel buiten bereik blijft. En wat is onze man dan nog, in deze chaos?

Te zien vanaf 15 januari

beeld: Universal