Onze Nobelprijskandidaat

Het zijn niet altijd de beste Nederlandse boeken die in het buitenland een bestseller worden. ‘How far will each couple go to protect their child?’

Er lijkt soms iemand van buiten nodig om Nederlandse waar op waarde te kunnen schatten. In 2005 was het officieel: Margriet de Moor, wier Kreutzersonate net in vertaling in de VS was verschenen, werd in The New York Times door Kathryn Harrison tot ridder geslagen. ‘She’s that rare literary novelist whose books are fun to read.’ In haar recensie tilde ze de Nederlandse schrijfster van markante, ingenieuze romans en verhalen op tot wereldformaat met de volgende kenschets: ‘A gracefully economical stylist, De Moor works on the periphery of realism, satisfying both narrative and aesthetic agendas.’

Toch is Margriet de Moor nu niet direct de eerste schrijver aan wie je denkt als het gaat om succes in het buitenland. En eerlijk gezegd ook niet als de term ‘fun’ in het geding is. Ze is ‘gewoon’ een exceptionele schrijver, een van de beste die we op dit moment te bieden hebben, zoals ze ook dit jaar weer bewees met de grootse roman Mélodie d’Amour.

Medium herman kochkleurnoir

Gerbrand Bakkers succes in binnen- en buitenland kreeg drie jaar geleden een gouden randje met het winnen van de International Impac Dublin Literary Award voor The Twin (de vertaling van Boven is het stil). Ook de Franse en Spaanse vertalingen van Boven is het stil werden bekroond, en dit jaar kreeg hij voor The Detour (de vertaling van De omweg) de Independent Foreign Fiction Prize. ‘A beautiful, oddly moving work of fiction’, werd het in The Guardian genoemd, ‘a quiet read that lingers long in the mind, like the ghosts that linger in our homes, and in the land around us.’

Van zowel Margriet de Moor als Gerbrand Bakker is het niet vreemd of onverwacht dat ze in het buitenland goeie kritieken krijgen en/of prijzen winnen. Het strookt met de waardering die ze in eigen land ten deel valt. Het zou wat dat betreft evenmin vreemd zijn als zij in aanmerking zouden komen voor de Nobelprijs van literatuur, om maar iets te noemen. Iets minder onverwacht in ieder geval dan Herman Koch dat zou zijn. Toch is het juist Koch die figureert op het lijstje kandidaten dat traditiegetrouw door het Britse wedkantoor Ladbrokes wordt opgesteld aan de vooravond van de uitverkiezing. Hij staat niet in de toptien, de kans dat hij wint wordt ingeschat als 100 tegen 1, maar daarmee bevindt hij zich toch maar mooi op gelijke hoogte met A.S. Byatt, Julian Barnes, Hilary Mantel, Ian MacEwan, Paul Auster en Jonathan Franzen.

Op zee is opgetrokken uit kiloknaller-proza, zouteloos en vlak, met een krukkige plot

Nog een opmerkelijk bericht van het buitenlandse boekenfront: de debuutroman van Toine Heijmans, Op zee, is in vertaling (En mer) genomineerd voor een prestigieuze Franse literaire prijs, de Prix Médicis Étranger, de prijs dus voor het beste buitenlandse literaire werk. Heijmans bevindt zich met Alan Hollinghurst, Javier Marìas en Edna O’Brien in sjiek gezelschap.

Met het literaire succes van zowel Koch als Heijmans lijkt het erop dat wat hier te lande doorgaat voor plotgerichte lectuur in het buitenland een tweede leven is gegund als hardcore literature. Het diner is immers niet minder, maar ook niet meer dan a good read waarin de meligheid op de loer ligt en waarvan de plot de angel uit het boek haalt. Op zee is opgetrokken uit kiloknaller-proza, zouteloos en vlak, met een irritante en krukkige plot. Maar gelukkig bestaat er in de literatuur niet zoiets als een gelijk, of het zou het gelijk van de verkoop moeten zijn. Krijgt gemiddeld proza in een andere taal literaire vleugels, of is er wat anders aan de hand?

Literair succes in het buitenland begint altijd in Duitsland, waar veertig procent van het boekenaanbod vertaalde literatuur is. Doet een boek het dáár goed, dan kan er verder worden gekeken. Op zee is verder ‘alleen nog maar’ in het Frans vertaald, maar wel met onmiddellijk resultaat. Volgens het Nederlands Letterenfonds, dat Nederlandse literatuur plugt in het buitenland, is Op zee een goed voorbeeld van een heel klein helder boek dat veel mensen, met name ouders, tot de verbeelding spreekt.

Twee factoren werken in het voordeel van schrijvers die in Nederland wantrouwend door de literaire kritiek worden bekeken: ten eerste kent men ze niet al als journalist, columnist of acteur die ‘ook opeens zo nodig’ een boek moet schrijven; ten tweede is er in andere landen niet zo’n rigide scheiding tussen ‘hoge’ en ‘lage’ literatuur. In Duitsland leggen bijvoorbeeld niet de minste uitgeverijen zich toe op de categorieën ‘Unterhaltung’ en ‘Gute Unterhaltung’. Dat laatste zit tussen literatuur en amusement in.

Succes creëert succes. Het verhaal van Het diner zingt zich rond als een veldslag

Die eerste factor, de onbekendheid, kan overigens soms ook weer in het nadeel werken. Saskia Noort is in heel wat talen vertaald, maar is alleen in Nederland een bestsellerauteur; hetzelfde geldt voor Arnon Grunberg. Tirza verscheen onlangs in vertaling bij de kleine, onafhankelijke Amerikaanse uitgever Open Letter nadat hij drie andere Amerikaanse uitgevers had versleten. De extra’s van Noort – haar verschijning op de rode loper, de Linda.-_columns, haar theateroptredens, de succesuitstraling – vallen in het niet in het buitenland, zoals ook de in Nederland alomtegenwoordige Grunberg, met z’n _Voetnoten, columns, lezingen en opiniestukken in het buitenland niet per se al iemand ‘is’. Dit laatste dan weer in tegenstelling tot bijvoorbeeld Leon de Winter, die zich met bijdragen in de grote Duitse kranten een plaats heeft veroverd in het intellectuele debat aldaar.

De sterke kant van Het diner van Koch blijkt zijn ‘pitchbaarheid’. Op de grote boekenbeurzen, afgelopen voorjaar in Londen, komende week in Frankfurt, bestoken literair agenten, uitgevers en fondsmedewerkers elkaar met plots, verhaallijnen en vergelijkingen. De nieuwe roman van Pieter Waterdrinker kan dan zomaar ‘a kind of Da Vinci Code’ worden, en Tip Marugg, de schuwe Curaçaose cultschrijver van weleer, een soort Salinger. Het diner laat zich lezen als een thriller en handelt over een moreel dilemma: hoe ver ga jij om je kind te beschermen? Het laat zich vergelijken met andere bekende internationale successen, verfilmd of op het punt verfilmd te worden: God of Carnage van Yasmina Reza en The Slap van Christos Tsiolkas. Ook de associatie met de filmkraker An Indecent Proposal is snel gemaakt. Handig voor de Amerikaanse markt, waar men over het merendeel van het Europese boekenaanbod klaagt: ‘It remains largely plotless.’

Hoe goed de plot van Het diner dan uiteindelijk in werkelijkheid is, lijkt bijzaak. Dit voorjaar klonken daar in The New York Times kritische geluiden over: Claire Messud vond de plotontwikkeling zwak en het boek daardoor met terugwerkende kracht merkwaardig oppervlakkig. Eerder had Janet Maslin zich opgewonden over de ‘ziekmakende moraal’ van het boek. Het maakte allemaal niet zo veel uit. The Dinner stond ook in de VS al gauw in de boekentoptien, een unicum in een land waar slechts drie procent van het boekenaanbod níet van eigen bodem komt.

Succes creëert succes. Het verhaal van Het diner zingt zich rond als een veldslag – Oost-Europa heeft toegehapt, Zweden aarzelt, Portugal is om, Ethiopië is er klaar voor, Amerika is overwonnen, Rusland staat in vuur en vlam – en de zegetocht krijgt almaar grootsere proporties, met als voorlopig hoogtepunt de recente aankondiging dat Cate Blanchett de roman wil gaan verfilmen. Een enkele Bulgaarse vertaler mort – te commercieel – maar een ander is dan snel gevonden. Nog niet eerder is een Nederlandse roman in zoveel talen vertaald, meer dan dertig, en alleen in Europa zijn er meer dan een miljoen exemplaren verkocht. Het diner heeft daarmee de drie Nederlandse titels die lange tijd het meest vertaald waren achter zich gelaten: De aanslag van Harry Mulisch, De passievrucht van Karel Glastra van Loon en Het volgende verhaal van Cees Nooteboom.

Dit jaar verscheen de Engelse editie bij Atlantic Books: een kloeke paperback met een geheel andere uitstraling dan het Nederlandse origineel. Eigenlijk ziet The Dinner er zo meer uit als een thriller, met z’n blauwige tinten en de foto van een stel jongensgympen waarvan de rechterschoen subtiel maar onmiskenbaar besmeurd is met bloedspatten. ‘Gripping’ staat er ook nog eens op de cover, geciteerd uit The Sunday Times, en ‘Engrossing’, uit de Daily Mail. In het Engels dient het proza zich even klip en klaar aan als in het Nederlands: ‘I went to the men’s room, but when I came back the main course still hadn’t arrived. A new bottle of wine, however, was already on the table.’

In het buitenland wordt die klare stijl gewaardeerd, zeker in combinatie met wat wordt beschouwd als de donkere ondertoon. ‘How far will each couple go to protect their child?’ Misschien is dat nog wel het meest opmerkelijke: óveral doet Het diner het goed. In Rusland was de promotiemedewerkster van uitgeverij Azbooka/Atticus eerst nog wat sceptisch. ‘Het dilemma of je iemand moet aangeven bij de politie speelt hier niet’, vertelde ze aan een medewerkster van het Letterenfonds. ‘Want geen verstandig mens zou dat doen. Russische gevangenissen zijn verschrikkelijk, je jaagt iemand de dood in als je aangifte doet.’ De Russische vertaling kwam in augustus op de markt, in september was het boek al drie keer bijgedrukt en stond het hoog op de bestsellerlijsten. In de recensies werd het donkere cynisme van de Nederlandse schrijver geassocieerd met dat van Roman Polanski, Edgar Allan Poe en Charles Baudelaire. En wij maar denken dat Nederland zo’n vriendelijk en tolerant landje is, riepen de Russen verbaasd uit.