Marianne Thieme vaart haar stevige koers

‘Onze partij hangt in de trapeze’

Deze eeuw wordt volgens Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren de eeuw van het dier. Het zou wel helpen als andere partijen het technocratische compromisme aan de wilgen hangen. Daarvoor is het klimaatprobleem te urgent.

Small mariannethieme
© Diane Monkhorst

De ‘laboratoriumstallen’ voor vee komen pas ter tafel als het gesprek eigenlijk is afgelopen. Marianne Thieme, al elf jaar fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren in de Tweede Kamer, gaat in dat soort stallen wel eens op bezoek met een commissie vanuit het parlement. Ze vindt dat de techniek in die geavanceerde stallen dieren hun natuurlijke gedrag ontneemt. Maar ze weet dat Kamerleden van het cda, de partij met traditioneel een grote achterban onder veehouders en agrariërs, dat soort stallen juist geweldig vinden.

Maar Thieme voelt een kentering in de samenleving. Ze neemt waar dat de schaamte in het Westen voor hoe wij met dieren omgaan groeit. Het voorbeeld dat ze daarvoor aanhaalt, is wel een doordenkertje. In de Verenigde Staten staat er volgens haar in enkele staten gevangenisstraf op het filmen in koeien- of varkensstallen zonder toestemming van de boer. Thieme legt een verband tussen dat filmverbod en de groeiende ongemakkelijkheid over onze omgang met dieren: wat er te zien is op die beelden zou de kijker het schaamrood op de kaken brengen.

Dat Thieme een einde wil maken aan het bestaan van laboratoriumstallen maakt ze in elk debat duidelijk door steevast te eindigen met hetzelfde citaat: ‘En voorts ben ik van mening dat er een einde moet komen aan de bio-industrie.’ Toch is de bio-industrie niet wat ze als eerste noemt op de vraag waar ze zich voor schaamt als ze naar de Nederlandse politiek kijkt. Dat is de vertrouwenscrisis, tussen burgers en politiek. ‘Daar is nu al jaren sprake van, maar de politiek krijgt de kloof niet gedicht. Er wordt wel gezegd dat de kiezer mee mag denken en praten, maar met de uitkomst daarvan wordt achteloos omgegaan. Uiteindelijk is er dan toch die elitaire opstelling dat wij wel weten wat goed is voor de burger. Daar jaag je de kiezer mee richting de populistische partijen.’

Ze doelt onder meer op het referendum, het correctieve referendum dat er niet komt en het raadgevend referendum dat het dit najaar aangetreden kabinet gaat afschaffen. Haar ervaring is dat als mensen mogen meepraten ze wel degelijk waardering hebben voor expertise. ‘Als je mensen er echt bij betrekt, die inbreng goed inbedt in ons democratisch systeem, dan krijg je het wantrouwen en het populisme er mogelijk wél uit.’ Dat d66, de partij die het referendum vanaf haar oprichting eigenlijk hoog in het vaandel had, nu ook het raadgevend referendum niet meer wil, is volgens Thieme omdat die partij de Europese Unie tegen de burger wil beschermen. Het ‘ondemocratische’ Europa, zal ze daar even later aan toevoegen, dat maar doordendert, wat zijzelf een groot probleem vindt; maar waar d66 volgens haar de burger dus niet bij wil betrekken, omdat het doordenderen dan wel eens door een stok tussen de spaken zou kunnen gaan haperen.

De vertrouwenscrisis wordt volgens Thieme ook erger door wat zij het compromisme noemt: de ontwikkeling waarin het compromis tussen verschillende partijen doel op zich is geworden. ‘Nederland geeft altijd hoog op over het compromis, is trots op het poldermodel. Maar ik heb daar mijn bekomst van. Het sluit niet meer aan bij wat nu nodig is in de samenleving. Het zou zo moeten zijn dat politieke partijen inzetten op het zo veel mogelijk kunnen bereiken van hun idealen. Maar dat gebeurt niet. Door het compromisme krijgen we kabinetten die een ratjetoe van uitgeruilde idealen zijn, zonder samenhangende visie. Regeringspartijen zoeken naarstig naar enkele politieke overeenkomsten en rationaliseren de verschillen weg. Wat overblijft is een samenraapsel van standpunten en besluiten die volledig uit hun context zijn gehaald. Daar bewijzen ze Nederland geen dienst mee.’

‘De VVD koos voor het CDA, en als je die partij erbij betrekt, wordt het niks met het klimaat’

Ook nu zit er volgens haar weer zo’n kabinet. ‘In de vorige kabinetsperiode had je vvd en pvda, die waren tot aan de stembusgang elkaars tegenstander en gingen alleen maar samen regeren omdat ze de grootste waren geworden bij die verkiezingen. Nu zijn die twee grootste vvd en cda, waar ze twee andere partijen bij hebben gezocht, d66 en ChristenUnie. De socioloog Willem Schinkel heeft wel eens gezegd: alle partijen zijn d66 geworden. Hij bedoelt dat partijen uitwisselbaar zijn geworden. Daardoor krijg je technocratische politiek, het gaat niet meer om langetermijnvisies. Dat is beschamend.’

Thieme’s ideaal zou zijn als partijen elkaar vinden op een visie over klimaat, het meest urgente thema wat haar betreft. Volgens haar had zo’n kabinet er dit jaar ook kunnen komen. Mét de vvd als de grootste partij in de Tweede Kamer erbij. Ze refereert nog maar eens aan het pamflet uit 2008 waarin partijleider Mark Rutte zich toen een groen en optimistisch profiel aanmat. ‘Samen met ChristenUnie, GroenLinks en pvda of SP zouden we dan afspraken hebben kunnen maken over het klimaat en alle andere onderwerpen tot vrije kwesties hebben kunnen bestempelen. Dat zou het dualisme ten goede zijn gekomen, wat juist nu de partijen zo op elkaar gaan lijken hard nodig is. Bovendien had de vvd er ook een ander doel mee dichterbij kunnen brengen: minder klimaatvluchtelingen. Maar de vvd koos voor het cda, en als je die partij erbij betrekt, wordt het niks met het klimaat.’

Dat haar partij niet meedoet aan dit politieke spel ervaart Thieme niet als een worsteling. ‘Wij zijn een vreemde eend in de bijt. Wij passen niet in de mal die bepaalt dat je alleen serieus wordt genomen als je macht hebt en meedoet aan de grote thema’s die door de politiek worden bepaald in plaats van door de samenleving. Onze partij hangt in de trapeze. Om van daaruit de koers zo effectief mogelijk bij te stellen. Wij hebben ons eigen thema.’

En dat thema, daar is ze van overtuigd, krijgt meer en meer gehoor. ‘Dit wordt de eeuw van het dier. In de samenleving gaat die verandering veel harder dan in de politiek. Volgens recent onderzoek wil een kwart van de Nederlanders inmiddels minder vlees eten. De Partij voor de Dieren had jaren geleden de eerste Nederlandse klimaatfilm, nu hebben wetenschappers bij adviesorganen als het Planbureau voor de Leefomgeving en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid het over hoe zwaar de vleesindustrie het klimaat belast.

En kijk naar het verbod op wilde dieren in het circus. Dat gaat niet om heel veel dieren, maar het heeft een grote symbolische waarde. Ik hoor mensen inmiddels ook zeggen dat ze het ongepast vinden om nog naar het Dolfinarium te gaan. Ze zijn anders gaan denken over wat een respectvolle omgang met dieren is. Wij hebben veel invloed, juist door steeds op hetzelfde aambeeld te hameren. Mensen komen erachter dat wij een planeetbrede visie hebben. Voormalig lijstduwer Rudy Kousbroek zei het eens zo: “Een goede partij voor de dieren is automatisch een goede partij voor mensen.”’

‘Ik zou het geweldig vinden als anderen het gras voor onze voeten gaan wegmaaien’

Ook de uitslag van de laatste Tweede-Kamerverkiezingen bevestigt volgens Thieme dat haar partij moet doorgaan op de ingeslagen weg: ‘Wij hebben een vaste koers, gaan moeilijke thema’s niet uit de weg en zijn op onze hoofdthema’s compromisloos. De kiezer straft ons daar niet voor af, wij zijn juist gegroeid, van twee naar vijf zetels.’

Ze is niet bang voor concurrentie van een nieuwe partij als Forum voor Democratie. Dat noemt Thieme een ‘plofbeweging’. ‘Daar zijn wij niet van, daar zit geen filosofie achter. Wij zijn van de lange termijn. Wij groeien langzaam, maar heel steady. Komend voorjaar gaan we meedoen aan de gemeenteraadsverkiezingen in achttien gemeenten, zes meer dan vier jaar geleden. Forum voor Democratie is een kruiwagen vol kikkers. Het enige wat de aanhangers van Thierry Baudet delen, is onvrede. De vraag is of je daar ooit een duurzame politieke beweging mee kunt bouwen.’

Van de elf jaar dat Thieme in de Tweede Kamer zit, is zij een groot deel van de tijd de enige vrouwelijke fractievoorzitter geweest. Aanvankelijk zegt ze zich daarvoor te schamen. Maar dan corrigeert ze zichzelf: ‘De anderen moeten zich daarvoor schamen.’ Ze ervaart het parlement als een ‘apenrots’ waar haar mannelijke collega’s ‘haantjesgedrag’ vertonen. Ze realiseert zich dat het allemaal termen uit de dierenwereld zijn en moet er zelf even om glimlachen. ‘Andere partijen zetten een vrouw op twee. Als de lijsttrekker dan wordt gevraagd op wie hij stemt, zegt die: op een vrouw natuurlijk. Maar waarom staat die vrouw dan niet op één? Ik wil mannen niet tekortdoen, maar zij hebben in groepsverband de neiging vooral uit te zijn op macht, niet op invloed.’

Thieme is ervan overtuigd dat vrouwen goed zijn in het managen van crises: ‘En we zitten nog steeds in tal van crises ook al doen we alsof dat niet zo is. Er is een grondstoffencrisis, een klimaatcrisis en ook de verborgen werkloosheid is groot. Daarom zou het goed zijn als de verhouding tussen mannen en vrouwen niet zo scheef was.’

Haar eigen partij telt juist wel veel vrouwen. ‘Dat zie je bij geen enkele andere partij. Wij nemen blijkbaar automatisch de vrouwenemancipatie mee. Wij weten vrouwen te inspireren. En als vrouwen zich ergens sterk voor maken, gaan ze overal dwars doorheen. Ze weten waar ze voor staan. Bij behoorlijk wat mannen zie ik vaak het kortetermijndenken overheersen. In mijn partij word ik daar niet door belemmerd.’

Behalve vrouwen weet haar partij volgens Thieme ook lager opgeleiden te bereiken. Geen vlees eten en aandacht voor de rechten van dieren is volgens haar dan ook niet alleen iets van hoger opgeleiden. ‘Wel zie ik een groot verschil tussen jongeren en ouderen. Jongeren zijn van de politiek met een kleine p. Zij doen concrete dingen: ze beginnen kleine start-ups, nemen duurzame initiatieven en eten vegetarisch of veganistisch. Ook bij jongeren op het vmbo merk ik aandacht voor dieren. Een van de vmbo-jongeren zei eens: ik stem op de Partij voor de Dieren, want zij doen geen vlieg kwaad.’

Dat brengt Thieme weer terug bij haar allereerste opmerking: haar schaamte voor de vertrouwenscrisis. De geringe aandacht vanuit de politiek met de grote P voor politiek met de kleine p heeft volgens haar te maken met de gerichtheid van politieke partijen op het eigen voortbestaan. ‘In de VS werden de Democraten en Hillary Clinton gezien als de redders die de Republikein Donald Trump moesten tegenhouden. Maar is Hillary zoveel beter? Was zij niet een marionet van de financiële sector die geen oog heeft voor de redding van de planeet? Een politieke partij moet een uitvloeisel zijn van een volksbeweging. Daaraan ontleent ze haar legitimiteit. Als die ontbreekt, moet ze zichzelf opheffen. Maar het is blijkbaar heel moeilijk om te zeggen: we zijn klaar, we heffen onszelf op.’

Zou ze dat zelf doen? ‘Ik zou het geweldig vinden als anderen het gras voor onze voeten gaan wegmaaien. Dat gebeurt nu, maar veel te laat en te langzaam. Kijk naar GroenLinks-leider Jesse Klaver. Die begint ons liedje mee te neuriën. Hij kent de tekst nog niet, die moet hij nog leren, maar de melodie al wel. En ja, het zou geweldig zijn als de Partij voor de Dieren zichzelf ooit zou kunnen opheffen. Maar zelfs als optimist vrees ik dat dit nog wel even kan duren.’