Onze rot-bouterse

PARAMARIBO - Eindelijk wordt Nederland ‘zakelijk’ tegenover Suriname. Dat mag ook wel nadat inmiddels bijna drie miljard aan ontwikkelingshulp is vergooid.

Afgelopen week kwam minister Herfkens via Wereldomroep Radio Nederland in de Surinaamse huiskamers verkondigen dat het nu ernst is. Suriname, sprak de bewindsvrouwe bestraffend, behoort niet meer tot de negentien landen die in aanmerking komen voor een ‘structurele’ ontwikkelingsrelatie. Eigen schuld dikke bult. Dat mag zo wezen, maar de tuttige en moederlijke toon die Herfkens aansloeg had weinig zakelijks en leek eerder op het drammerige staccato van Truus de Mier uit de Fabeltjeskrant. Ze had er beter aan gedaan met een diepe grafstem de schijn te wekken dat het lot van de Surinamers haar zeer aan het hart ging. Dat ze de arme Surinamers graag zou willen steunen maar dat hun regering haar met de rug tegen de muur plaatst door niet te voldoen aan de eisen van 'behoorlijk bestuur’ en een daadkrachtige bestrijding van de corruptie. In plaats daarvan zei Herfkens kil en pinnig: 'Als Suriname er een rotzooitje van maakt, dan houdt het op.’ Weinig zakelijk en weinig diplomatiek. Vooral nu de financiering van het vuilverwerkingsproject al is stopgezet. Het volk maakt zich op voor een ratteninvasie. Is het dan gek dat de mensen hier in Suriname zeggen: 'Barst met je geld, en blijf met je rotpoten van onze rot-Bouterse af!’ Suriname heeft inderdaad nooit haar huiswerk af. Maar Herfkens’ toon onderstreepte dat ook Nederland nog niet heeft geleerd hoe het met overgevoelige relaties moet omgaan.