Europa in Libanon

‘Onze staat is zwak’

De Europese Unie heeft een speciaal beleid voor haar buurlanden met als doel hervormingen en modernisering. Drie dagen nadat Europa gaat stemmen voor het Europees Parlement, gaat ook ‘buurland’ Libanon naar de stembus. Hoe ver reikt Europa’s hand?

HET BUSJE met vijftien Europese journalisten hobbelt over de weg naar de gehavende buitenwijken van Zuid-Beiroet waar het hoofdkwartier van Hezbollah zetelt. De chauffeur ontwijkt de gaten in de weg, het kruisje aan zijn achteruitkijkspiegel slingert, modder spat aan de zijkanten omhoog. Buiten verschijnen de eerste posters met de afbeelding van de leider van Hezbollah die met gevouwen handen naar boven kijkt, op muren, palen en palmboomstammen. Bij een onopvallend flatgebouw rennen veiligheidsmannen met donkere colberts en mobiele telefoons in de hand zwaaiend op ons af. Het hoofdkwartier van de sjiitische Libanese partij mag niet worden gefotografeerd.
Binnen staan de stoelen tegen de muren geschoven, op tafeltjes staan gesloten flesjes water, sinaasappelsap, ananassap en aardbeiensap. Nawwaf Massaoui, een kleine man met een blauw colbert en een stoppelbaard, verantwoordelijk voor Hezbollah’s buitenlandse relaties, gaat zitten op een groenfluwelen stoel, de Libanese en de Hezbollah-vlag ernaast. Boven zijn hoofd hangt een foto van een in de oorlog van 2006 gedode leider in gevechtstenue. Op de andere wand een zwart-witposter van ruïnes in een gebombardeerde wijk met de tekst: ‘We rise in the midst of the rubble…’ Daarnaast een zwart-witfoto van ayatollah Khomeini met Khatami.
De reis naar Hezbollah in Beiroet begon in het hoofdkwartier van de Europese Unie in Brussel. Rondom de uitgebreide Unie hanteert Brussel sinds 2004 de European Neighbourhood Policy (ENP) – het buurlandenbeleid. Het doel is de buren op weg te helpen naar een stabiele democratie, een stevig rechtssysteem, verbetering van mensenrechten en naar economische vooruitgang. Libanon is een van onze buurlanden, samen met Wit-Rusland, Oekraïne, Moldavië, Georgië, Armenië, Azerbeidzjan, Syrië, Israël, de Palestijnse gebieden, Jordanië, Egypte, Libië, Tunesië, Algerije en Marokko. Brussel wil een gordel van veiligheid en welvaart creëren rondom de Unie. Door onze buurlanden te helpen, helpen we onszelf, zo is de gedachte.
‘Het gaat langzaam, tailor made, land voor land’, legt Oliver Nette uit in een zaaltje in een van de spiegelende Unie-gebouwen. Nette is hoofd informatie voor de commissie Buitenlandse Betrekkingen. ‘Het gaat om kleine maatregelen, niet spectaculair, maar wel ingrijpend.’
De buurlandenpolitiek is buitenlandbeleid dat direct invloed heeft op binnenlands terrein. Het is soft power-politiek, tegenover de hard power van Amerika en de Navo. Het ‘boek van de uitbreiding’ en de ervaring met de Oost-Europese landen die onlangs lid werden, gebruikt de Unie als blauwdruk voor modernisering en democratisering. Als het buurlandenprogramma succesvol is doorlopen, is een land in theorie klaar om toe te treden tot de Unie. In theorie, want de slagroom op de taart ontbreekt: er is geen uitzicht op Europees lidmaatschap. Het contract is op basis van vrijwilligheid. Hier zit dan ook de zwakke plek, vindt Antonio Missiroli, directeur van het European Policy Centre in Brussel. ‘Het is geen uitbreiding, het is geen buitenlandbeleid, het is meer een programma dat overschat is en onderbegroot.’ Als je het vooruitzicht van lidmaatschap op tafel kunt leggen, hebben landen reden om pijnlijke hervormingen door te voeren. ‘Zo niet, dan is er geen delivery.’

MAAR DE BUURLANDEN doen graag mee. Het Libanese parlement, het Europees Parlement en de nationale parlementen van alle Europese lidstaten ratificeerden in het voorjaar van 2006 het Buurlandencontract tussen de Europese Unie en de republiek Libanon – als een van de laatste landen en het meest instabiele. Het Actieplan van de ENP dat in januari 2007 van kracht werd, met het bescheiden budget van 187 miljoen euro, bestreek een breed palet, van politieke dialoog, economische en sociale hervormingen, handel, samenwerking op het gebied van justitie, vrijheid en veiligheid, energie, transport en milieu, onderzoek en onderwijs tot gezondheid en cultuur. In praktijk lijkt de Europese soft power in buurland Libanon vooralsnog ondergesneeuwd door spanningen, geweld en politieke moorden.
Alle ogen zijn gericht op de parlementsverkiezingen van 7 juni. Na een periode van geweld en verwarring hoopt de Libanese bevolking vooral op vrede en opbouw van het land. Maar de spanning rondom de verkiezingen en de uitslag is groot. Hezbollah heeft in 2006 afspraken gemaakt met de christelijke oppositieleider generaal Michel Aoun, die zich daarmee voegde bij het 8-maartblok van Hezbollah – de tegenhanger van de 14-maartbeweging die onder leiding van Saad Hariri is gevormd. De kans is groot, zo luiden de voorspellingen, dat Hezbollah met zijn blok een meerderheid in het parlement zal krijgen. En dus in de regering. Een missie van de Europese Unie observeert met negentig waarnemers het verloop van de verkiezingen.

MIDDEN IN Beiroet, op het Plein der Martelaren, ligt in een immense witte tent de in 2005 vermoorde oud-premier Rafik Hariri. Witte bloemen en kransen bedelven zijn kist, die omringd is door talloze van zijn beeltenissen – een stevige man, meestal glimlachend, met donkere wenkbrauwen en een borstelige grijze snor – en door de rood-witte Libanese vlaggen met de groene cederboom. Hariri had vanaf 1992, na vijftien jaar burgeroorlog, het land weer opgebouwd en hij wilde af van de Syrische patronage.
Buiten vermengt een zilte zeewind zich met uitlaatgassen. Aan de tent hangt een opgeblazen foto van de massademonstratie die volgde op de moord, honderdduizenden mensen gingen de straat op. Na deze zogenoemde Cederrevolutie in 2005 verliet het Syrische leger het land. Maar het geweld was niet afgelopen. In de zomer van 2006 viel Israël Libanon binnen. Behalve stellingen van Hezbollah werden bruggen en wegen vernietigd en er vielen meer dan dertienhonderd Libanese burgerslachtoffers. En in mei vorig jaar bezette het leger van de pro-Syrische Hezbollah met veel machtsvertoon korte tijd grote delen van Beiroet.

‘HET IS IN FEITE meer crisismanagement wat de Unie zou moeten doen in Libanon, maar daar is de ENP niet voor uitgerust’, zegt Nadim Hasbani, Libanees en senior media-analist van de Internationale Crisis Groep in Brussel. Er kan elk moment weer een nieuw conflict ontstaan. Een deel van het land is anti-Syrisch, pro-westers, pro-Arabisch en pro-modern, een deel is pro-Syrisch en pro-Iran. De problemen zijn groot: het grensconflict met Syrië, de Palestijnse vluchtelingenkampen, de enorme staatsschuld, de grote inflatie, de werkloosheid en het VN-tribunaal dat sinds 1 maart in Leidschendam de moord op Hariri onderzoekt. ‘Wat als niet Syrië maar bijvoorbeeld Hezbollah betrokken blijkt bij de moord op Hariri? Dan is het een binnenlands conflict’, stelt Hasbani. En dan de verkiezingen. Tot nu toe vonden alleen enkele geweldsincidenten plaats: ‘Elke politieke moord echter kan het hele land doen schudden op zijn grondvesten. De staat is zwak in Libanon, wat als de meerderheid van de stemgerechtigden voor Hezbollah kiest? Hoe zal Israël reageren?’

OP DE HOEK van het grote plein, langs de weg langs de Middellandse Zee, vlak bij de plek waar vier jaar geleden de bom onder Hariri’s auto ontplofte, staat een gevechtswagen geïnstalleerd met daarop een soldaat in camouflagetenue met zijn geweer in de aanslag.
We draaien met het busje een zijstraat in, een road block verspert de weg. Na vijf minuten bereiken we het paleis van parlementslid en leider van de Beweging van de Toekomst Saad Hariri, de zoon van de vermoorde oud-premier. Aan de lichtroze marmeren muur in de gang hangen foto’s van zijn glimlachende vader. In de ontvangstkamer staat zijn portret op de leren stoel aan de kop van een meterslange glimmende houten tafel. Zijn zoon, een middenveertiger met een donker baardje, gaat tegenover hem zitten. ‘We hebben honderd miljoen euro om ons rechtssysteem te hervormen’, verklaart hij. Hij is blij met Europa’s steun. ‘Ik wil graag beginnen. Maar eerst moet er stabiliteit in het land komen.’ Saad Hariri, zelf uit soennitische hoek, stelde toen hij de leiding van zijn vader overnam een brede, gematigde coalitie samen uit verschillende partijen en religies, een coalitie die streeft naar deconfessionalisering en democratisering. Hiermee won hij met een grote meerderheid in het voorjaar van 2005 de verkiezingen.
Nu lijkt het tij te keren in het voordeel van Hezbollah. Het echte probleem in Libanon, stelt Hariri, is een politiek probleem: ‘Het lijkt confessioneel, maar het gaat niet over religies.’ Er zijn volgens de politicus twee opties voor Libanon: een democratisch of een fundamentalistisch land worden. ‘Hezbollah is niet openminded. Ik geloof dat Libanezen open zijn, vrij. Wij willen een open samenleving, een centrum van Arabische cultuur waar West en Oost elkaar ontmoeten.’
Oppositiepartij Hezbollah is een tegenstander die niet schroomt om de wapens op te pakken. Vorig jaar mei zelfs tegen de eigen bevolking. Nawwaf Massaoui, de vertegenwoordiger voor buitenlandse relaties, strijkt door zijn gewatergolfde haren en leunt achterover in zijn groenfluwelen stoel. Hezbollah is sinds de jaren negentig een politieke partij en heeft sociale projecten ontwikkeld voor de vaak achtergestelde sjiitische bevolking. Maar Hezbollah heeft ook een eigen leger dat meer wapens heeft dan de staat, en het heeft Syrië en Iran als ‘ouders’. Anders dan de Nederlandse regering beschouwt de Europese Commissie Hezbollah niet als een terroristische organisatie. ‘Wij kijken uit naar een goede samenwerking met de EU-landen,’ antwoordt Massaoui op de vraag hoe zijn partij bij winst naar Europa en het buurlandenverdrag kijkt.
Een van Hezbollah’s belangrijkste punten is het bestrijden van Israël. De Palestijnse vluchtelingen zijn het symbool van Israëls onrecht. ‘Waar horen de Libanese Palestijnse vluchtelingen te zijn? Wie heeft ze verjaagd? En wie laat ze niet terugkeren?’ Voor Massaoui retorische vragen. ‘Zonder ons zou Israël Zuid-Libanon bezetten, de regering doet niks. Wij zijn de enigen die weerstand bieden.’

‘HET PALESTIJNSE probleem zorgt voor instabiliteit in ons land’, beaamt de premier van Libanon, Fouad Siniora, in zijn paleis in Beiroet. Het gaat om zo’n vierhonderdduizend mensen, tien procent van de vier miljoen mensen tellende bevolking, die al sinds 1948 in twaalf kampen verspreid over het land zitten. Velen zijn er geboren, maar ze zijn geen staatsburgers, hebben geen recht op werk, geen recht op bezit en wachten op het onmogelijke, de terugkeer naar hun huizen. Palestijnen zijn soennitisch. Zodra zij het staatsburgerschap krijgen en integreren in de samenleving, verschuift de confessionele balans in het land. Partijen als Hezbollah hebben geen belang bij opheffing van de situatie. De kampen zijn een kruitvat vol spanningen. Onlangs nog bombardeerde het leger een kamp in het noorden vanwege de extremistische cellen van Fatah al Islam die zich er ophielden. ‘Libanon is het theater, het slagveld, waar alle groepen met elkaar vechten’, eindigt Siniora. ‘Wij willen vrede.’

OM DE HOEK bij het Plein der Martelaren in het centrum van Beiroet schieten in een zaaltje van het EU-kantoor op overheadsheets de ‘key challenges’ voorbij. De Unie staat met lege handen als het om deze problemen gaat. Ze dringt er bij de Libanese regering op aan om de Palestijnen het recht op werk en bezit te geven, maar vooralsnog biedt Europa vooral hulp – drinkwater, huisvesting – in de kampen. Europa steunde in 2008 de Palestijnse vluchtelingen in Libanon met 448 miljoen euro. Daarmee is de Europese Commissie de grootste donor. Maar politiek kan het nog weinig gewicht in de Libanese schaal leggen. Niemand weet ook wat er met het buurlandenverdrag tussen de Unie en Libanon gebeurt als Hezbollah de verkiezingen wint. ‘Als Libanon een moderne staat wil zijn, met democratische standaards, moet het zichzelf hervormen’, concludeert een EU-medewerker. ‘Wij kunnen daarbij helpen.’