film: God Bless America

Onze tijd

Medium film g47042344 st 3

Ooit ervan gedroomd een ster van reality-tv te vermoorden? Dan is dit de juiste film voor jou. Zo kopt The Atlantic in zijn bespreking van God Bless America, een briljante, bloedige satire over morele verrotting in het politieke en culturele leven. Het is een Amerikaanse film, maar het werk legt allerlei herkenbare Nederlandse ontwikkelingen bloot. Commentatoren die de grenzen op allerlei gebieden opzoeken met statements en meningen die grenzen aan racisme en haat; politici die kritiekloos en visieloos meedrijven op een golf van oppervlakkigheid. En cynische media die hun bestaan danken aan het perpetueren van de lege sensibiliteit van celebrity culture. En vooral dit: het idee dat authentieke ervaringen alleen maar mogelijk zijn indien digitaal vastgelegd en opgenomen in de onophoudelijke stroom van sociale media.

Het is een film die past bij onze tijd, en regisseur Bobcat Goldthwait laat geen gelegenheid onbenut om zijn eigen visie op de dingen bij monde van zijn personages kenbaar te maken. Het gevaar van prekerigheid is derhalve sterk aanwezig, en toch voelt het werk niet didactisch of moralistisch aan. Het is winst dat Goldthwait de satire in extremis doorvoert. Van meet af aan is duidelijk dat het geweld een onwerkelijke kwaliteit heeft. Zo is het mogelijk dat we kunnen lachen wanneer het hoofdpersonage in een van de eerste scènes een baby met een shotgun uit elkaar knalt, omdat die te veel lawaai maakt.

De wonderlijke naam van de regisseur, die eerder rare rollen vertolkte in populaire films als de Police Academy-_serie uit de jaren tachtig, past bij het bizarre verhaal. Wanneer de doorsnee kantoorwerker Frank (Joel Murray) zijn baan verliest en vervolgens hoort dat hij een hersentumor heeft, valt bij hem alle schroom weg; opeens voelt hij zich vrij zijn diepste frustraties over de vervlakking van de moderne cultuur te botvieren. Samen met de anarchistische tiener Roxy (Tara Lynne Barr) trekt hij moordend door het land. Wie hen niet bevalt wordt neergeschoten: een asociale dubbelparkeerder, mensen die door de film heen praten, televisiepresentatoren, _celebrities, kortom, mensen die ‘het leven niet verdienen’.

Frank is zelfbewust, net als de film waarin hij een personage is. Als verteller zegt hij: ‘Ik weet dat het niet normaal is te doden, maar ik ben niet meer normaal.’ Dat raakt de kern: Frank is zijn menselijkheid kwijt, en volgens de regisseur is dat universeel. Dat komt doordat we onze beleving van authenticiteit zijn kwijtgeraakt. Plezier bestaat niet meer tenzij het opgenomen is. In gesprekken met het meisje Roxy, die conservatief klinkt en dat ook is, maar die meer nog een reïncarnatie van comicsheldin Hit Girl is, stelt Frank dat mensen er niet meer toe in staat zijn in het echt gewone gesprekken met elkaar te voeren. Als we al praten, dan is dat via sociale media. En dan nog zijn de onderwerpen anoniem: beroemdheden, politiek, sport, cultuur. Nooit meer gaat het over het persoonlijke, het intieme, het menselijke. Er valt geen welwillendheid meer bij de mensen te ontdekken.

Reality-tv is het ultieme symbool van de collectieve angst en haat. Tot de tanden toe gewapend trekken Frank en Roxy naar een studio waar een _Voice of Holland-_achtige show wordt opgenomen. De Amerikaanse versies van Marco Borsato, Trijntje Oosterhuis, Nick en Simon en Roel van Velzen worden op spectaculaire wijze neergeschoten. Ze verdienen het, zegt Frank. En dan richt hij zich tot de camera: ‘Amerika is een wreed land geworden. We belonen diegene die het hardst schreeuwt, we hebben geen schaamte meer, geen besef van goed of fout. We zijn onze ziel kwijtgeraakt.’


Nu te zien

Beeld: Dutch Filmworks