Groot-Brittannië financiert publieke projecten met privaat geld

Onzichtbaar lenen

In zijn kiesdistrict Sedge field leidde het volgens Tony Blair tot voorspoed, maar in de rest van het Ver enigd Koninkrijk heeft het privaat financieren van publieke projecten een slechte naam.

LONDEN – De inwoners van het eilandje Skye aan de Schotse westkust zijn verlost van de tolheffing. Twaalf jaar geleden werd de tolbrug voor 39 miljoen ponden aan privaat geld aangelegd. Na veel protesten heeft de Schotse overheid de brug uiteindelijk voor 27 miljoen ponden opgekocht van de Bank of America, die jaarlijks twee miljoen ponden aan huurpenningen ontving van de Schotse overheid. Dit was niet zomaar een project, maar de vuurdoop van Private Finance Initiative (PFI), een omstreden variant op Public Private Partnership (PPP).

PFI is meer een verkapte privatisering dan samenwerking, zoals PPP dat is. Een PFI-project wordt uitgevoerd door een consortium met daarin een bouwonderneming, een bank en een facilitair bedrijf. Gedurende twintig, dertig of veertig jaar betaalt de overheid gebruikerskosten, een buitenkansje voor het bedrijfsleven om de staat uit te melken. Deze vaste lasten worden, bij wijze van boete doening, lager wanneer de eigenaar zich niet aan de afspraken houdt. Waar publiek-private samenwerking in Nederland nog in de kinderschoenen staat en de warme aandacht heeft van Gerrit Zalm, wordt in het Verenigd Koninkrijk vijftien procent van de publieke sector op deze wijze gefinancierd. De totale waarde van PFI-eigendommen bedraagt 56 miljard ponden.

Private Finance Initiative zorgde voor een van de weinige hoogtepunten tijdens de afgelopen parlementsverkiezingen. In het rode kiesdistrict Wyre Forest verloor de afgevaardigde van New Labour zijn zetel aan de onafhankelijke kandidaat Richard Taylor, een gepensioneerde PFI-scepticus. De reden voor dit succes: om de onverwacht hoge kosten van een PFI-ziekenhuis in het nabijgelegen Worcester te kunnen betalen, had het populaire buurtziekenhuis zijn deuren moeten sluiten. Dit veroorzaakte veel woede, onder meer bij buurtbewoner Robert Plant, die, ondanks een gezamenlijke interesse in jaren-zeventigpop, geen gehoor vond op Downing Street.

Bij een ander PFI-project in de Londense buitenwijk Orpington bleef het aantal ziekenhuisbedden gelijk, maar ontdekte de ziekenhuisdirecteur dat sommige zalen dermate dichtbevolkt waren dat er gevaar was voor de volksgezondheid. Een algemene trend is dat de interesse van particuliere investeerders voornamelijk uitgaat naar privé-klinieken. Wanneer een PFI-project in de zorg wél naar behoren verloopt – na de recente herfinanciering van het Darent Valley-ziekenhuis in Kent ontvingen de aandeelhouders 62 procent meer dividend dan ze hadden verwacht – doemt de vraag op of winst maken wel de primaire zorg van een ziekenhuis moet zijn.

De winst kan hoger uitvallen wanneer de absurd hoge aanbestedingskosten worden beperkt, zo luidt de klacht van veel aannemers. Deze kosten bedragen bij een ziekenhuis gemiddeld een kleine acht miljoen ponden. Soms is dit weggegooid geld, zoals bij de mislukte verkoop van ziekenhuisgebouwen en de bijbehorende terreinen door de staat. De verkoop zou worden uitgevoerd door advies bureau Inventures, voorgezeten door Kate Priestley, die warme contacten bleek te onderhouden met het winnende consortium. Om onbekende redenen is de verkoop stukgelopen en Inventures is na het incasseren van bonussen opgeheven, een schuld van 13,4 miljoen ponden achterlatend. Dit bedrag kan nog oplopen als het «winnende» consortium met een schadeclaim komt. Priestley heeft nu een leiding gevende functie bij een quango die de kwaliteit moet verbeteren van lokale overheden. Saillant detail: het ministerie van Volksgezondheid heeft 330.000 ponden uitgegeven aan advocaatkosten, om precies te zijn aan advocaat Simon Priestley, Kate’s zoon.

De situatie in het onderwijs, een ander tradi tioneel aandachtsgebied van de sociaal-democraten, gaat ook gebukt onder privaat gefinancierd ongemak. In de Londense wijk Southwark verbrak WS Aitkens een contract toen het onderhoud van scholen niet winstgevend bleek te zijn. Schooldirecteuren in onder meer Brighton, Norwich en Kirklee klagen over een chronisch gebrek aan onderhoud nadat Jarvis in de problemen is gekomen. Dit facilitair bedrijf heeft het grootste deel van zijn PFI-projecten inmiddels weten te verkopen aan het obscure Secondary Market Investment Fund, onderdeel van de naamloze vennootschap Star Capital Partners. Het beursgenoteerde Jarvis bleek te hebzuchtig te zijn geweest – vooral ook op gebieden waar het geen ervaring mee had – en ging bijna failliet nadat het wegens nalatigheid medeaansprakelijk was gesteld voor het trein ongeluk van Potters Bar, waarbij in mei 2002 zeven mensen om het leven kwamen. Afgelopen zomer adviseerde het ministerie van Financiën gemeenten die met Jarvis in zee waren gegaan om maar vast noodscenario’s op te stellen.

Ondertussen stelde de National Audit Office, de PFI-waakhond, dat de manier waarop bepaald wordt of er waarde voor geld wordt geleverd, berust op «pseudo-scientific mumbo jumbo». De Association of Chartered Certified Accountants (ACCA) was nog stelliger door te beweren dat PFI vaak «pisspoor value for money» geeft. Vrijwel wekelijks worden dan ook ministers naar het Lagerhuis gedirigeerd door volksvertegenwoordigers uit getroffen gebieden. Het enthousiasme van de regering wordt er niet minder door, maar sterker. Toen minister Jack Straw te horen kreeg dat hij van Binnen- naar Buitenlandse Zaken zou verhuizen, privatiseerde hij, als kroon op zijn werk, nog snel een paar gevangenissen, waarbij een goede vriend van hem, een privatiserings goeroe die tweemaal getuige was op zijn bruiloft, als «expert» diende. Zijn collega van Handel besloot een natuurkundig laboratorium in Teddington op te kopen omdat het na acht jaar nog niet was opgeleverd. In het Lagerhuis wist ze toch te spreken over een «PFI-success story». Voor de minister van Defensie dreigen problemen nu het bedrijf Mowlem in een financieel permafrost is beland, waardoor de bouw van kazernes op het Salisbury Plain in gevaar komt.

Hoewel PFI-contracten de status van staatsgeheim hebben, is wel duidelijk dat de banken de winnaars zijn, met de adviseurs van KPMG op een nette tweede plaats. Voor de banken is het vooral plezierig omdat bedrijven duurder lenen dan de overheid. De rol van de banken en adviseurs uit zich onder meer in de cartografie van het Old Boys Network. Gealarmeerd door de slechte tijding is het Britse Rijkswaterstaat bijvoorbeeld extern advies gaan inwinnen bij een ex-directeur van Barclays Bank, fanatiek financier van PFI-projecten. Het Partnership UK, dat namens de schatkist de blijde PFI-boodschap verkondigt, wordt op zijn beurt geleid door een commissaris van de Halifax Bank of Scotland, een andere PFI-investeerder, terwijl het Partner ship for Schools onder de hoede staat van Mike Grabiner, een goede bekende van de minis ter van Financiën en commissaris van Apax, een grote financieringsmaatschappij. De baas van Grabiner, Ronnie Cohen, financiert volgens het blad Private Eye de campagne van Gordon Brown om het leiderschap van de partij. De architect van de PFI-revolutie is overigens Sir Steve Robson, commissaris bij de Royal Bank of Scotland.

Bovenal is Private Finance Initiative de Heilige Graal van New Labour. Nieuwe scholen en ziekenhuizen kunnen «contant» worden betaald door de belastingen te verhogen, maar politiek betekent dat een enkeltje oppositie. Koste wat het kost wil New Labour voorkomen dat het wordt gezien als een collectief van potverteerders. In plaats van «tax and spend» kiest de regering voor «buy now, pay later». Daarom wordt blindelings voor PFI gekozen, ook als er een relatief goedkoop alternatief vanuit de publieke sector is. De accountants van ACCA concludeerden dat PFI in wezen een accounting scam is. Anderen noemen het «Enron voor gevorderden». PFI is niet zozeer het hart van Blairs sociaal-kapitalistische hegelianisme, maar vooral dat van de florissante boekhouding van zijn penningmeester. «PFI is de eerste vorm van onzichtbaar lenen», vatte Lord Saatchi samen tijdens een Hogerhuis-debat.

Dat tweederde van de Britten niet gelukkig zegt te zijn met PFI betekent niet dat Blair ook hiermee in de politieke problemen komt. De Conservatieve partijleider Michael Howard probeerde aan de vox populi tegemoet te komen door PFI het grote zwarte gat in de begroting van Financiën te noemen. Echter, als minister van Binnenlandse Zaken was hij negen jaar geleden nog een groot voorstander van privaat gefinancierde gevangenissen. PFI was immers een kindje van de Tories, grootgebracht door de derdeweggers van New Labour.

Adam Smith beweerde ooit dat een onderwerp waar beide grote partijen het over eens zijn niets anders dan een samenzwering tegen de burgers kan zijn. Waarschijnlijk geldt dat nu weer. Op korte termijn zijn de belasting betalers ontzien, maar op langere termijn zullen ze bloeden. Overigens zijn de gebouwen van de Britse belastingdienst gefinancierd door Mapeley Steps, een onderneming die is gevestigd in Bermuda, een belastingparadijs.