Sylvain Ephimenco

Onzichtbaar trauma

Zelden heb ik zoveel moeite gehad om de gemoedstoestand van deze natie te analyseren. Alsof water door mijn vingers stroomde. Even was mijn hand nat, maar nu het is opgedroogd, lijkt het alsof ik gedroomd heb. Vast staat dat er in Nederland een gebeurtenis van wereldformaat heeft plaatsgevonden. Een dramatisch en traumatiserend evenement. Maar aan de oppervlakte van de realiteit is er geen trauma zichtbaar. Het moet veel dieper sluimeren, maar zo diep kom ik niet. Voorlopig niet. Om me ervan te overtuigen dat er iets gebeurd is, heb ik de foto van Pim Fortuyn liggend in een plas bloed aan de deur van mijn werkkamer gehangen. Een kwestie van discipline. Elke keer als ik de deur passeer, schrik ik weer. Alsof mijn geheugen even wordt opgefrist alvorens het weer in een lome lethargie glijdt.

Waarom lijkt het al een eeuw geleden dat Fortuyn zijn leven abrupt werd ontnomen? En waarom lijkt het alsof hij vóór zijn dood nooit echt heeft bestaan? Er is aan de vooravond van een belangrijke verkiezing die hij geacht werd te winnen een politicus vermoord. In menig land zou dit tot een volstrekt onstabiele situatie hebben geleid. Rellen, demonstraties, aanslagen, bloedvergieten. Gelukkig is Nederland hier niet het land naar. Feminien, consensusgericht, pragmatisch en, buiten de uitzonderingen die de regel bevestigen, vreedzaam en geweldloos. 6 mei is geen 11 september geworden. Vijf kogels in een lijf maken minder amok dan twee vliegtuigen in twee wereldtorens. Bovendien was Fortuyn geen echte politicus. Hij was een voetnoot van enkele maanden in een lange en stevige politiek geschiedenis die als een moloch zijn spookachtige verschijning met nagedachtenis en al snel heeft opgeslokt.

Over de moord op Fortuyn en zijn weerslag op de samenleving schrijft bijna niemand meer echt. Wel raken publicisten door de krakkemikkige aanklacht van Spong en co opgewonden. Of door een paar kogels in wat brieven. Nederlandse intellectuelen zijn dol op randverschijnselen. Er is wel een moordenaar, maar ook hij lijkt van een vloeibare consistentie. Hij zit in een cel met een zwarte balk voor zijn ogen tv te kijken en kranten te lezen. En hij zegt niets. Waarom zou hij? Justitie heeft tot nu toe haar best gedaan om hem te laten zwijgen. Drie korte verhoorsessies, meer niet. Ook dat was in andere landen niet mogelijk geweest.

Het conflict wordt, zoals vanouds in Nederland, zorgvuldig vermeden en de confrontatie op de lange baan geschoven. De moord heeft niet tot een diepgaand publiek debat geleid en niemand die om een parlementaire enquête roept. Hier of daar een commissie, dat wel, die straks een mooi rapport gaat opleveren, is het hoogst haalbare. In Den Haag glimlacht de aimabele Mat Herben tegenover de camera’s. Als erfgenaam met een zwarte rand dient hij zich netjes te gedragen. En ook al hebben sommige partijen een ongekende electorale afstraffing moeten ondergaan, nu zit iedereen collegiaal op zijn kobaltblauwe stoel. Het gaat allang niet meer om die kogels, maar om de komma’s achter de formatie. De zomer en het reces lonken.

En toch. De dood van Fortuyn heeft heel even iets grommend en dreigend zichtbaar gemaakt. Een sidderend onbehagen in een tijd van overvloed en welzijn. Een paradox die schreeuwt om analyses en niet om vooringenomen standpunten vol links dédain. De rouw rituelen rond Fortuyns dood waren geen massahysterie maar een oprechte uiting van ontreddering en verslagenheid. En, voor een minderheid van de rouwenden, van wrok en wraakzucht.

Er sluimert iets dat ik nog niet helemaal kan vatten. Een onzichtbaar trauma, diep verscholen onder de oppervlakte en een transparante malaise die zich met stilte en rust voedt. Deze heersende stilte is verraderlijk, want zinsbegoochelend. Dit is misschien wat Geert Mak als een prerevolutionair tijdperk heeft omschreven. Nederland van beneden is aan het ontwaken en met alleen minachting zal Nederland van boven niet wegkomen.