Onzichtbare geschiedenis

TOT ZIJN DOOD in 1994 is Ralph Ellison de schrijver gebleven van één, klassiek geworden roman: Invisible Man (1952). De verteller van Invisible Man, die zijn memoires op schrift stelt in een kolenkelder ergens in Harlem, maakt een ontwikkeling door van duisternis en onwetendheid naar licht en luciditeit, van onzichtbaarheid naar aanwezigheid, al vertoont hij zich vooralsnog niet aan de boze buitenwereld. De ondergronds vertoevende schrijver legt al biechtend de weg af naar vrijheid en democratie - complexe begrippen waar Ellison altijd aan hechtte. En hij stelt een portret samen van een onbeduidende oproerkraaier in Harlem die kunstenaar wordt: Stephen Dedalus (Ellison heeft heel veel van Joyce en Eliot geleerd). Hij ontdekt zijn eigen individualiteit en menselijkheid, de mogelijkheid om zelfstandig verstrekkende beslissingen te nemen.

De roman is vergeven van geïmproviseerde kansels en openbare preekgestoelten, van stedelingen die samendringen rond dominees, gewiekste redenaars, massamanipulators en politieke delinquenten - allemaal agitators die vooruit lijken te wijzen naar meer en minder tolerante volksmenners als Martin Luther King, Malcolm X en Jesse Jackson. Het zijn vergelijkbare bespelers van het volkssentiment die weer in Juneteenth opduiken. Het is de lang verwachte, postuum verschenen onvoltooide roman van Ellison gecompileerd uit duizenden fragmenten en aantekeningen die zijn bezorger John F. Callahan in de nalatenschap aantrof.
De politieke turbulentie van de jaren zestig en de Amerikaanse geschiedenis vol oude en nieuwe slavernij drukken hun stempel op het boek. De moordaanslag op de ex-cineast, politieke carrièrist en racistische senator Adam Sunraider brengt hem en zijn troebele verleden - in de persoon van ex-jazztrombonist, dominee, ‘vader’, historicus en staatsburger Alonzo Hickman - weer samen. In een reeks innerlijke monologen, die doen denken aan meeslepende saxofoonsolo’s en aan Jazz (1992) van Toni Morrison, reizen beiden terug naar het Zuiden, naar de tijd waarin ze een geschiedenis deelden, die van het preken. Hoe verschillend beide mannen ook zijn, rond het sterfbed van de 'blanke’ Sunraider - die zijn 'zwarte’ opvoeding en taal in zijn onderbewuste heeft weggestopt - ontstaan verhalen die niet alleen tipjes van de sluier van het familiegeheim oplichten (Wie is de moeder van Bliss alias Sunraider? Op welke manier is Hickman Bliss’ vader? Hoe vervloeien hun bruine en blanke identiteit tot iets wat Ellison graag een Amerikaanse, democratische identiteit noemde?).
IN HUN ZOEKTOCHT naar verwantschap en hun hunkering mysteries te ontrafelen vertellen beide 'oplichters’ (ze wisselen van gedaante alsof het niets is) in stilte bevrijdings- en onderdrukkingsverhalen. De hele roman - een abrupt afgebroken reeks solo’s vol associaties en hallucinaties van twee door de Amerikaanse geschiedenis beschadigde zielen - vormt een hartstochtelijk verhaal over een bevrijding die steeds opnieuw bevochten moet worden, ook al schafte Abraham Lincoln op 19 juni 1865, vlak voordat hij in een schouwburg werd doodgeschoten, in plechtige bewoordingen de slavernij af.
Bliss, de ene hoofdfiguur, is Mark Twains Huckleberry Finn die er op uit trekt en het christendom afwijst omdat die godsdienst te veel energie zou vergen. Zijn tegenspeler, Hickman, is Jim die het christendom juist omhelst omdat die religie hem gerichte energie geeft. In een van zijn vele duizenden aantekeningen, waaruit zijn bezorger John Callahan een zeer bescheiden bloemlezing heeft samengesteld, noteerde Ellison: Hickman voorafschaduwt Martin Luther King, terwijl Sunraider het verraad van het verleden herhaalt.
Met Juneteenth heeft Ralph Ellison weer twee snaken, tricksters of confidence men in de Melville-traditie aan de Amerikaanse literatuur toegevoegd, personages die zich anders voordoen dan ze zijn, oplichters uit lijfsbehoud die van gedaante wisselen en hun nieuwe identiteit te gelde maken als de opdringerige werkelijkheid ze daartoe dwingt.
NIET ALLEEN Ellison gebruikte Herman Melville als literair boegbeeld om iets fundamenteels te zeggen over de Amerikaanse literatuur en het democratische gehalte van de jonge Verenigde Staten. Ook Charles Johnson, die in 1998 de filosofische roman Dreamer publiceerde over leven en sterven van Martin Luther King, citeert graag Melville. Dreamer, een boek met tientallen kleine knipogen en literaire verwijzingen naar Invisible Man, had nooit kunnen verschijnen zonder Ellison, die met die ene roman alomtegenwoordig lijkt te zijn in de Amerikaanse literatuur. Met zijn modernistische stijl en zijn eigenzinnige verwerking van nieuwe schrijfprocédés die het turbulente stadsleven adequater weergeven dan het negentiende-eeuwse beschrijvende naturalisme, heeft Ellison ervoor gezorgd dat latere schrijvers zich eerst dwars door hem heen moesten schrijven om hun eigen stem te kunnen vormen. Schrijvers als James Baldwin (The Fire Next Time, 1963), Ishmael Reed ('writing is fighting’), John Edgar Wideman (zijn schrijnende vader-en-zoonautobiografie Fatheralong, 1997) en Toni Morrison (Paradise, 1998). Evenals Ellison putten zij zowel uit de modernistische traditie van Joyce, Faulkner en Dos Passos als uit de overgeleverde volksverhalen vol sluwe vossen, teerpoppen, dubbelgangers, schizofrenen, mulatten, halfbloeden en andere mengfiguren die zich graag onzichtbaar wanen. Ze zijn allemaal buitengewoon gevoelig voor het verleden van plattelandsblues en stadsjazz, voor de Amerikaanse geschiedenis waarin nieuw territorium, noem het de 'zucht naar het westen’, een catastrofale hoofdrol speelt. Het is niet toevallig dat de staat Oklahoma, die in Toni Morrisons Paradise zowel hel als hemel vertegenwoordigt, in Ellisons nagelaten roman Juneteenth een cruciale rol vervult (Ellison werd in 1914 in Oklahoma City geboren). In een interview zei Ellison eens: 'Oklahoma was een droomwereld. En nadat de Reconstructie was verraden (de periode waarin de Zuidelijke staten opnieuw bij de Federatie werden ingelijfd - gb), kwamen de mensen, zwart en blank, naar dat gebied. En uit dat gebied ontstond Oklahoma.’
De geografie, geschiedenis en menselijke diversiteit van Oklahoma, schrijft Callahan in zijn informatieve voorwoord bij Juneteenth, belichaamden voor Ellison de actuele en potentiële rijkdom van het land. Uit de tragedie - het verbannen van indianenstammen en het Reconstructieverraad waardoor de ex-slaven weer tweederangsburgers werden - ontstond een territorium dat ondanks alles vele mogelijkheden bood. En zo groeide Oklahoma zowel bij Morrison als bij Ellison uit tot een literair experiment.
RALPH ELLISON had een passie voor de Amerikaanse geschiedenis en wist daar hoop uit te putten. Saul Bellow heeft zich eens laten ontvallen dat Ellison een veel dieper inzicht in die historie had dan hij, 'maar het werd geleidelijk aan duidelijk dat hij het niet alleen had over de geschiedenis maar dat hij zijn levensverhaal vertelde en dat verbond met de Amerikaanse geschiedenis’.
Juneteenth is een onvoltooide roman. Maar kan een boek waarin de geschiedenis, getuige het T.S. Eliot-motto, de gedaante aanneemt van onderworpenheid en vrijheid, wel een begin, een midden en een einde hebben?