Popmuziek

Onzichtbare gitaren

Muziek: Keane

Het tweede album van Keane, Under the Iron Sea, is in de week van verschijnen op 1 binnengekomen in de Nederlandse albumlijst. Dat komt vast doordat er «Keane» op de hoes staat, net als op het debuut Hopes and Fears. Dat album is vijf miljoen keer verkocht en heeft van Keane een standvastig merk gemaakt. Die plaat heeft een homogeen geluid: elk nummer is lichtvoetig, poppy en aanstekelijk. Coldplay-fans wisten al snel dat ze bij Keane goed zaten, want het Engelse drietal heeft ook de gevoelige hoge zang en is risicomijdend.

Het eigene aan de keurige popliedjes van Keane is dat de band geen gitarist heeft. De kraakheldere pianoklanken van Tim Rice-Oxley zijn leidend; de bas komt uit een doosje. Op Under the Iron Sea is wel een gitaar te horen, maar toch ook niet. In muziekblad Oor heeft zanger Tom Chaplin laten optekenen dat hij het zo geweldig vindt dat Rice-Oxley zijn piano zo ontzettend goed als een gitaar kan laten klinken. Nou is er al decennialang een oplossing voor een band die een gitaargeluid wil: een gitaar kopen, maar dat past niet in het marketingplaatje van Keane, dus wordt op de piano een gitaar nagebootst en blijft het sprookje intact. Zeker inventief: het merk «Keane» wordt in bescherming genomen. Maar tegelijkertijd hypocriet en vergezocht. Door op zeker te spelen blijft Keane in het gezelschap van namen als Coldplay en Robbie Williams: ook al zou de pers een album van deze artiesten de grond in boren, een miljoenenpubliek zal zich toch in polonaise naar de platenzaak begeven.

Nu is Under the Iron Sea gelukkig beter. Keane is het songschrijven niet verleerd. Het naar Tears for Fears neigende Nothing in My Way is prachtig en de sferische opener Atlantic belooft veel goeds. Die belofte komt niet uit: de helft van de plaat is matig, die liedjes ontberen onder andere een memorabele melodie. Keane lost dat op door overdreven als zichzelf te klinken: de piano wordt wat feller afgesteld en Chaplin haalt nog wat meer hoge noten. Als achtergrondmuziek irriteert het echter niet. De meeste kopers liggen er niet wakker van en zetten de plaat fijn op repeat als er ’s avonds bezoek komt. Keane is binnen. De band is allesbehalve chique, maar weet precies hoe de marketingmachine werkt.

Keane, Under the Iron Sea, Islands/Universal