Oog met muts

Malevich had zijn Zelfportret in twee dimensies beter Zonder titel kunnen noemen. Want nu zie je onvermijdelijk een blauw mutsje, of, op z’n kop, een blauw been.

Rechts op deze bladzijde is van Malevich Zelfportret in twee dimensies afgebeeld zoals hij het in 1915 heeft geschilderd. Daarnaast zien we hetzelfde schilderij maar dan op z’n kop. In het Stedelijk Museum hangt het zo nu ook – in een accrochage die, voorzover mogelijk, een reconstructie is van hoe Malevich’ schilderijen waren opgehangen in een groepsexpositie in Petrograd in 1915. Later, in Moskou in december 1919, hing het ook nog een keer op z’n kop. Op de foto van de schilderijen op een tentoonstelling in Berlijn, in 1927, zien we vervolgens Zelfportret in twee dimensies wel rechtop hangen. Bij het installeren van die zaal is de kunstenaar zelf aanwezig geweest. De Berlijnse foto laat verder een rustige, afgemeten installatie zien met tussen de schilderijen ook weloverwogen tussenruimtes. Het was een ruime presentatie die er een stuk moderner uitzag dan die in Petrograd en Moskou. Maar daar in Berlijn verkeerde Malevich met vrienden en bekenden uit het Bauhaus die in hem natuurlijk een gelijkgestemde modernist zagen. Misschien hadden zij hem geholpen. De schilderijen hingen daar zo aan de wand dat ze ieder voor zich ruimte kregen en elkaar niet, zoals eerder in Petrograd en Moskou, optisch dwars zaten. Daar was ook minder ruimte beschikbaar. Het is goed denkbaar dat er, om zo veel mogelijk werken kwijt te kunnen, nogal wat passen en meten aan te pas kwam. Dat Zelfportret in twee dimensies correct recht hangt zoals het ooit in Berlijn hing, komt doordat die expositie in Malevich’ loopbaan zo belangrijk en maatgevend was. De werken die daar hingen zijn daar ook gebleven en later deels in het Stedelijk terechtgekomen.

Maar misschien kon het Malevich in die vroege tijd van rommelige suprematistische avant-garde niet schelen hoe de schilderijen precies hingen – en dat hangt dan samen met wat er allemaal in gaande was en wat er ontdekt werd. De ruimte voor de accrochage in Petrograd in december 1915 was een hoek en twee wanden. Die hingen van boven tot onder vol. Zo volgepakt zagen exposities er toen uit. Toch was er een ideologisch accent. Boven in de hoek, overdwars, had Malevich Zwart vierkant gehangen – precies dus op de plek waar in Russische woonkamers traditioneel een icoon hing, met gloeiend olielampje. Voor het nieuwe avontuur, waarin de kunst abstract werd, was dat vierkant niets minder dan de enigmatische beginselverklaring. Juist zo hing het ook boven in het midden van de historische presentatie. Het duidde de richting aan. Zo radicaal was het ook dat in de jaren daarna de meeste schilderijen toch complexer en bijna verhalend werden in compositie – en minder strak.

Malevich zag zijn kunst als een avontuurlijke beeldtaal die zich in alle richtingen ontvouwde

Voorzover ik weet stonden bij Malevich bij het schilderen de doeken op een ezel. Hij heeft Zwart vierkant dus, alsof het een stilleven was, met penseelbewegingen van boven naar beneden en van links naar rechts geschilderd. Het vierkante schilderij had, toen het gemaakt werd, dus een boven- en een onderkant. Dat kon echter conceptueel anders zijn toen het schilderij gemaakt was. Dan kan het werk op vier manieren misschien toch goed hangen. Omdat een schilderij als Zelfportret in twee dimensies (waarin het compacte vierkant nadrukkelijk geciteerd wordt) voor alles als vrijmoedig en niet-orthodox bedoeld was, kwam in Malevich’ hoofd vrij makkelijk de gedachte op dat ook dat misschien wel op z’n kop kon hangen. Dat heeft hij dus geprobeerd. Misschien om het beter te laten voegen in de mise-en-scène van de wand, misschien ook omdat Malevich in de manier van tentoonstellen de nadruk wilde leggen op de ongebonden vrijmoedigheid van zijn kunst – die hij wellicht ook minder zag als afzonderlijke schilderijen dan als een avontuurlijke beeldtaal die zich in alle richtingen ontvouwde.

In zijn abstracte idioom blijven vaak verhalende aspecten hangen. Eigenlijk is het jammer dat het Zelfportret die titel heeft – want dan ga je natuurlijk dat cirkeltje zien als oog, met daarvoor een hoekige gele neus en daarboven een blauwe muts. Bijvoorbeeld. Hang je daarna het schilderij op z’n kop, dan duiken weer andere figuratieve suggesties op. Ik lees de omgekeerde blauwe muts als het been van een parmantig stappend mannetje. Heb je dat eenmaal gezien, kom je er niet meer vanaf. Zulke visuele verknopingen gaan ontstaan als je zoals Malevich altijd gedrongen abstracte figuraties componeert rond het midden van een doek. Zo was zijn handschrift. De werken van collega Mondriaan zijn daarentegen vanuit een ruimtelijk vlak gedacht en zijn afgemeten delingen van dat vlak waarbij elke nadruk op het centrum wordt vermeden. Het was misschien beter geweest had Malevich zijn schilderijen Zonder titel genoemd.

PS De frisse tentoonstelling Malevich en de Russische avant-garde is nog tot 2 februari 2014 te zien in het Stedelijk Museum in Amsterdam