Israel

Oog om oog

«Palestijnse vlag» zeggen mag niet, parlementsleden en vredesactivisten mogen niet met Arafat praten en president Katsav mag niet verzoenen. De regering-Sharon is onverzettelijk.

Jeruzalem — Op het Rabin-plein voor het stadhuis van Tel Aviv zouden honderd doodskisten worden geplaatst. Vijftig kisten zouden worden bedekt met de Israëlische vlag; de Palestijnse vlag zou de andere vijftig kisten bedekken. De organisatoren wilden met deze stille demonstratie aantonen dat het geweld aan beide kanten van het conflict dood en verderf zaait.

Deze Israëlisch-Palestijnse vredesdemonstratie werd door de Israëlische autoriteiten verboden. Een Palestijnse vlag kon niet door de beugel van de nationalistische leiders van de joodse staat. De woorden «Palestijnse vlag» mogen trouwens sinds kort niet meer door journalisten van de Israëlische staatsomroep worden gebezigd. Het ding dient als de «PLO-vlag» of de «vlag van het Palestijnse Gezag» te worden aangeduid, om niet de indruk te wekken dat er van enige soevereiniteit sprake zou zijn. «Beter de pijn van vrede dan de kwellingen van oorlog.» Deze woorden van de oud-premiers Begin en Rabin werden enkele weken geleden door een nieuwe vredesbeweging opnieuw de ether ingestuurd. Het radiospotje mag inmiddels niet meer door de Israëlische staatsradio worden uitgezonden.

Beide vredesacties waren het werk van het Forum van Nabestaande Ouders, een Israëlisch-Palestijnse vredesbeweging. Het forum wordt gevormd door ouders en andere familieleden van Israëlische en Palestijnse slachtoffers van gewelddadigheden die door beide zijden zijn gepleegd. Aan het forum wordt al door 190 Israëlische en 140 Palestijnse families deelgenomen. Met hun gemeenschappelijke acties willen ze de bevolking in Israël en de Palestijnse gebieden stimuleren de ogen en oren te openen. Alleen met open vizier kan de wederzijdse haat worden omgebogen in wederzijds respect en erkenning voor elkaars nationale en menselijke verlangens om in vrede en veiligheid ieder in z'n eigen soevereine staat te leven.

Arik was de zoon van Jitschak Frankenthal, een 51-jarige orthodoxe jood uit Jeruzalem die het initiatief heeft genomen tot deze vredesacties. In 1994 werd Arik op twintigjarige leeftijd tijdens zijn verlof van militaire dienst door leden van de islamitische Hamas-beweging ontvoerd en vermoord. Zijn vader wil in Ramallah samen met Yasser Arafat symbolisch eer betonen aan zijn zoon en de andere Israëlische en Palestijnse slachtoffers. In tegenstelling tot de kisten in Tel Aviv zullen de doodskisten in Ramallah zowel met Palestijnse als met Israëlische vlaggen zijn bedekt.

Talloze Israëli’s zijn blind en doof voor de mensonterende onderdrukking en vernedering die de Palestijnse bevolking al bijna 35 jaar moet ondergaan. Ook de meeste joden in de diaspora volgen blindelings en zwijgzaam het bezettingsbeleid van de Israëlische regering. Natuurlijk is er van alles aan te merken op de corrupte, ondemocratische en mensenrechten schendende Palestijnse Autoriteit. Israël zal echter vrede moeten sluiten met zijn Palestijnse vijanden. Niet als joodse heer en meester die de Palestijnse verschoppelingen de vredesles leest, maar als integere partner op basis van gelijkheid.

In kringen van Israëlische vredesgroepen en mensenrechtenorganisaties wordt er steeds vaker op gewezen dat Israël hard op weg is een politiestaat te worden. Ultranationalisme, onverdraagzaamheid en autoritair en rechteloos optreden zijn in de Israëlische samenleving dagelijkse praktijk.

Israëlische vredesactivisten en mensenrechtenstrijders die tegen de overgrote meerderheid van de joodse bevolking van Israël stand hebben gehouden, wijzen op de talloze parallellen met het vroegere apartheidsbewind in Zuid-Afrika, de militaire junta’s in Chili en Argentinië en het Duitsland van de jaren dertig. Israëlische legerofficieren zijn inmiddels al zo bewust van het feit dat zij in de bezette gebieden oorlogsmisdaden hebben gepleegd, dat ze bij de legertop juridisch advies hebben ingewonnen. Voor de zekerheid wilden ze weten of ze bij een bezoek aan bijvoorbeeld België of Nederland de kans lopen te worden aangehouden. De Geneefse Conventie bestempelt de praktijken van het Israëlische leger in de bezette gebieden, zoals de sloop van Palestijnse huizen, het in hechtenis houden zonder proces, deportatie, marteling, liquidatie en het schieten op gewonde vijanden «ter bevestiging van zijn dood», tot oorlogsmisdaden.

De pasjesregelingen voor Palestijnen die in Israël werk zoeken, worden steeds verder verfijnd. Zelfs Palestijnse journalisten komen niet meer in aanmerking voor een perskaart van de Israëlische persdienst. Ze zijn aan een aparte pasjesregeling onderworpen. Door beperking van hun bewegingsvrijheid kunnen ze niet normaal hun werk doen. Uri Avnery, de 78-jarige nestor van de Israëlische vredesbeweging en leider van Gush Shalom, het vredesblok, ziet overeenkomsten met het Duitse Hannover uit zijn jeugdjaren, toen de nazi’s steeds meer hun invloed deden gelden.

De Israëlische minister van Toerisme Benny Eilon bepleitte onlangs de verbanning van de Palestijnen uit de bezette gebieden. Zijn collega-minister Avigdor Lieberman deed er in een populair tv-programma nog een schepje bovenop door op te roepen tot verdrijving van de Arabische staatsburgers van Israël. Dit soort ministeriële geluiden kunnen in Israël ongestraft in het openbaar worden geuit, waarbij kritiek, protest en veroordeling over het algemeen achterwege blijven.

Op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook worden Israëlische militairen die hun boekje te buiten gaan bij het neerslaan van de Palestijnse intifada, de hand boven het hoofd gehouden. De regering-Sharon gaf zelf het voorbeeld met haar liquidatiebeleid, dat erop is gericht Palestijnse activisten die van moordaanslagen worden verdacht en radicale Palestijnse leiders uit te schakelen. Sinds de El Aqsa-intifada op 28 september 2000 begon als reactie op het provocerende bezoek van Sharon aan de Tempelberg in Jeruzalem, werden bovendien meer dan 150 Palestijnen ongestraft door joodse kolonisten gedood. Het hoofd van de Shin Beit, de Israëlische binnenlandse veiligheidsdienst, heeft vorige maand eindelijk volmondig toegegeven dat in de bezette gebieden joodse terreurgroepen opereren. Vaak gebeurt dat in samenwerking met militaire eenheden.

Onder invloed van de bijna 35 jaar durende bezetting wordt de Israëlische democratie gaandeweg verder uitgehold. De media worden steeds meer gemuilkorfd en de politieke oppositie wordt in toenemende mate het zwijgen opgelegd. Zelfs president Katsav, nota bene zelf van de Likoed-partij, kreeg begin deze maand het lid op de neus toen hij in een toenaderingspoging tot het Palestijnse Gezag met een voorstel kwam om de voortdurende geweldsspiraal te doorbreken. Katsav wilde in een toespraak voor het Palestijnse parlement in Ramallah tot een staakt-het-vuren van een jaar oproepen om vredesonderhandelingen een kans te geven. De president werd teruggefloten door partijgenoot Sharon, die in het voornemen een «staatsgevaarlijke» onderneming zag.

Katsav is niet de enige die zijn vredesstreven ziet gedwarsboomd. Knesset-leden mogen Arafat niet in Ramallah bezoeken, zodat ze hun parlementaire taak niet kunnen uitoefenen, en Israëlische vredesgroepen is het eveneens verboden het Palestijnse leiderschap te ontmoeten. Zo kan de Israëlische regeringspropaganda, steunend op de vrijwel gelijkgeschakelde media en gerechtvaardigd door de zelfmoordaanslagen van islamitische extremisten, de publieke opinie in Israël eenvoudig bespelen. «De onthouding van de mogelijkheid om zo'n ontmoeting te houden, vormt een schending van de vrijheid van meningsuiting en van beweging», zei een advocaat van een Israëlische vredesgroep.

Ook in Israël werkzame buitenlandse correspondenten worden door de regering-Sharon aan de schandpaal genageld. Woordvoerder kolonel Ra'anan Gissin heeft buitenlandse journalisten in Israël een paar weken geleden uitgemaakt voor «ontkenners van de holocaust». De journalisten hadden in de ogen van de woordvoerder van premier Sharon gezondigd door niet voetstoots aan te nemen dat de in de Rode Zee onderschepte scheepslading wapens bestemd was voor de Palestijnse gebieden.

De steun voor het onverzoenlijke beleid van Sharon begint aan het Israëlische thuisfront niettemin langzamerhand af te brokkelen. De door de Palestijnse zelfmoordaanslagen zwaar gehavende Israëlische vredesbeweging is de laatste paar maanden weer kracht aan het winnen en actiever geworden. Het inzicht breekt door dat Sharon geen realistisch vredesbeleid op tafel kan leggen als er ooit weer zal worden onderhandeld.

Geconfronteerd met de huidige gewelds spiraal en de uitzichtloosheid van de politieke situatie zoeken steeds meer Israëli’s hun heil elders in de wereld. Uit voorzorg hebben Israëli’s al duizenden relatief goedkope woningen gekocht in Oost-Europese hoofdsteden als Praag en Boedapest. Israëli’s proberen op alle mogelijke manieren buitenlandse paspoorten te bemachtigen. Zelfs het leger mist mankracht, want militaire reservisten bedenken tegenwoordig allerlei uitvluchten om onder hun opkomstplicht uit te komen.

In dit klimaat van wanhoop en vertwijfeling hebben zowel Israëlische als Palestijnse vredes activisten hun hoop op de Europese Unie gevestigd. Een in Ramallah opgetekende Palestijnse boodschap luidt: «Laat de Europeanen ervoor zorgen dat de door Israël en het Palestijnse Gezag getekende overeenkomsten van Oslo, Wye en Taba, en de voorstellen van senator Mitchell en CIA-hoofd Tenet, worden uitgevoerd.» Hiermee kan Europa een bijdrage leveren aan vrede in het Midden-Oosten.