Media

Oog om oog, genoegdoening

De Amsterdamse zender AT5 was de eerste die het bericht bracht. Een vijftigjarige man die op heterdaad betrapt zou zijn bij een inbraak in het Frans Otten Stadion in Amsterdam werd door de eigenaar van het complex, zijn twee zonen en een bewaker zodanig met een honkbalknuppel bewerkt dat hij in coma raakte. Volgens het viertal was er in het pand de afgelopen tijd al vijftien keer ingebroken en om die reden hadden ze besloten te gaan posten om de inbreker een lesje te leren.

We zijn drie weken verder. De man ligt nog steeds in coma.
Intussen heeft Mark Rutte, minister-president van een kabinet dat vindt dat mensen zich in eigen huis of bedrijf zo nodig met geweld moeten kunnen verdedigen tegen overvallers of inbrekers, gezegd dat hij weliswaar niet op deze specifieke zaak kan ingaan, maar overigens van mening is dat geweld in zulke gevallen ‘proportioneel’ moet zijn. 'Als je dat niet snapt, heb je een probleem en dan is er de rechter om iemand daarop aan te spreken.’
Niettemin deed de publicatie van het bericht een luid gejuich opstijgen op de sites van verschillende media, te beginnen die van De Telegraaf. Hoewel nog volstrekt niet duidelijk was of de man ook werkelijk een dief was - laat staan of hij ook verantwoordelijk gesteld kan worden voor de eerdere inbraken - regende het reacties waarin ’s mans 'verdiende loon’ werd toegejuicht en het viertal werd bewierookt als 'helden’, naast, uiteraard, de gebruikelijke stroom van jammerklachten over een falend politie- en justitieapparaat. Een reflex die we inmiddels maar al te goed kennen: Gesundes Volksempfinden lijkt onverzadigbaar.
Wat is er nodig om een einde te maken aan dat publieke chagrijn, die onuitputtelijke verongelijktheid, dat wantrouwen en die ontevredenheid? Nederland scoort de laatste jaren erg hoog op alle positieve lijstjes: het rijkste land van Europa (behalve Luxemburg, maar dat telt niet helemaal mee), een laag werkloosheidscijfer, betrekkelijk geringe tegenstellingen tussen arm en rijk, uitstekende voorzieningen op het terrein van onderwijs, zorg en gezondheid, de meest tevreden pubers ter wereld, de minste verkeersdoden - het kan niet op. We zijn zelfs bereid toe te geven, meer dan in elk ander land in Europa, dat we eigenlijk wel gelukkig zijn met ons leven.
En toch, steeds weer, die verongelijkte toon, op GeenStijl en in De Telegraaf, maar ook in de kolommen van andere, serieuzere kranten, op de radio, van de kant van het publiek zo goed als van columnisten en redacteuren. De criminaliteit daalt al jaren, de straffen blijken al aanzienlijk zwaarder te zijn geworden, zwaarder zelfs dan in andere landen, maar nog is het niet genoeg. Dat taakstraffen in verhouding erg effectief blijken te zijn wanneer het erom gaat recidive terug te dringen, blijkt nauwelijks een belemmering om te blijven ageren tegen wat men graag afschildert als softe straffen. Hetzelfde geldt voor het systeem van tbs.
En dan zijn er natuurlijk - sinds Pim Fortuyn heeft laten zien dat je dit soort emoties effectief kunt mobiliseren - altijd politici bereid het vuurtje verder op te stoken. Speculerend op gevoelens van onvrede en wraakzucht - en minder van angst, zoals zo vaak wordt aangenomen - prediken zij een evangelie van lik op stuk, oog om oog, genoegdoening, om de daders werkelijk iets te laten voelen, ze te laten lijden. De ironie is dat deze geluiden komen uit de hoek van de spraakmakende 'verdedigers van de westerse beschaving’, haar ware beschermers, de moderne kruisvaarders, de hoeders van de - onlangs uitgevonden - 'joods-christelijke traditie’, zoals Geert Wilders vorige week nog eens in de Volkskrant uiteenzette, in een rabiate aanklacht tegen Turkije, alsof er werkelijk zoiets bestaat als een joods-christelijke traditie, behalve dan die van haat en discriminatie, oftewel van twee millennia antisemitisme.
Met hun onophoudelijk aandringen op een hardere strafpleging, hun verdediging van eigenrichting, zelfs de herinvoering van de doodstraf, bewegen conservatieve en rechts-radicale politici, opiniemakers en media zich steeds verder van de waarden die ze zeggen te verdedigen. Sterker nog, in hun pleidooien worden de contouren zichtbaar van wat je een rechts-populistische sharia zou kunnen noemen. Geen spoor van vergeving, mededogen, begrip, matigheid, rust en redelijkheid - fundamentele waarden van zowel het humanisme als de nieuwtestamentische ethiek -, maar een gretig inhaken op de vette stroom van onderbuikgevoelens, zoals we die wel tegenkomen op straat en in de kroeg, maar vaker nog op nieuwssites, in kranten of in populaire radioprogramma’s.