Oog op kinderhoogte

Elke Kinderboekenweek zijn er tien Griffels beschikbaar, waarvan twee voor informatieve boeken. Die worden niet vaak allebei uitgereikt en in hun rapporten luiden jury’s dan ook met regelmaat de noodklok over het teleurstellende aanbod op dit gebied. Dit jaar echter zijn in de categorie non-fictie zowaar twee bekroningen aangekondigd - ‘s Nachts op dak van K. Schippers en Klik, ik heb je van Marije van der Hoeven - en in het tamelijk brave Griffel-rijtje zijn dat eigenlijk tevens de meest opvallende en belangwekkende keuzen.

In ’s Nachts op dak zijn vijftig minibeschouwingen over schilderijen, tekeningen en foto’s gebundeld die eerder op de Kinderpagina van NRC Handelsblad verschenen. Wie Schippers’ werk een beetje kent, zal niet verbaasd zijn dat zijn onorthodoxe, uiterst precieze oog ook heel goed op kinderhoogte kan kijken. Dat hij vervolgens voor zijn waarnemingen een passende toon en vorm heeft gevonden, is het zilveren schrijfgerei meer dan waard.
Verrassender nog is de aanpak van Marije van der Hoeven. Haar ideeen zijn enigszins verwant aan die van Schippers, want ook bij haar gaat het om heel goed kijken, op zoek naar een niet direct zichtbaar verhaal. Maar de fotografe verschaft haar jeugdige lezers nog een extra oog: dat van de camera.
Van der Hoeven wil kinderen in de eerste plaats overtuigen van de opwinding die er valt te beleven aan een onbevangen blik, een flinke dosis verbeeldingskracht en het toestel in de aanslag. Bij ongeveer vijftig van haar zwart-witopnamen vertelt ze zowel iets over de zeggingskracht en de bedoeling als over de ontstaansgeschiedenis.
Hoe legde ze bijvoorbeeld haar eigen, met schelpen versierde schaduw op het strand vast of de jongen die de voorstelling op een zeventiende-eeuws schilderij imiteert? En hoe kun je in het donker met zaklantaarns een woord ‘schrijven’?
De kracht van de samenhang binnen een serie wordt geillustreerd met portretstudies van kinderen met dezelfde bal en allerlei huizen die een gezicht lijken te hebben. Mooi is het idee dat je als fotograaf alles kunt sparen, en vooral herinneringen. Een foto van een olifant is immers even licht als een foto van een veertje.
Van der Hoeven formuleert haar beknopte teksten zorgvuldig en laat de lezer delen in haar fascinatie voor de fotografie en voorkeuren voor bepaalde onderwerpen: circus, olifanten, zolders met vergeten spullen. Maar meer nog dan de woorden zijn het Van der Hoevens humoristische, surrealistisch getinte beelden die de kijker langzaam maar zeker in de ban krijgen. Het zijn evenzovele bevestigingen van een haast terloopse uitspraak aan het begin van het boek: 'Een kiekje overvalt je. Een foto maak je niet zomaar.’ Precies zo is ook het boek zelf gemaakt: didactisch doordacht, zorgvuldig vormgegeven en mooi uitgevoerd.
Naast elke foto is als bijschrift een zogenoemde 'bladertekst’ opgenomen. Die bevat suggesties om bepaalde opnamen met elkaar te vergelijken, bijvoorbeeld qua camerastandpunt, licht en donker, compositie of beweging. Voor de echte beginners lijken me deze opmerkingen vaak te beknopt en daardoor cryptisch. Maar Klik, ik heb je is dan ook niet bedoeld als handleiding voor aankomende fotografen. Het boek is meer een kijkje in de creatieve keuken.
Vooral kinderen met wie een belangstellende volwassene zo af en toe even meekijkt om de hoek van de deur, hebben kans op de 'schatkamer’ die Marije Van der Hoeven hun bij bewust gebruik van hun fototoestel in het vooruitzicht stelt.