Oogcontact

Voor informatie: Public Affairs, tel: 020-6715770.
Reuze interessant is het om tijdens The Solo Versions I, de voorstelling van Erik Kouwenhoven, de andere toeschouwers te bekijken. Je kunt ze ook nauwelijks negeren: ze zitten aan vier zijden van het speelvlak, dus je kijkt recht in het gezicht van de overburen. Elke toeschouwer heeft een eigen ‘hokje’ van zwart doek, dat aan de voorkant en aan de achterkant open is. Voor ieder hokje hangt een lichtpeertje. Dat lichtje benadrukt de bewegingen die de toeschouwers maken. Als ze zich - geinteresseerd? - vooroverbuigen worden ze een zichtbaar onderdeel van de voorstelling. Achterover leunen betekent in de schaduw verdwijnen.

Kijken en bekeken worden, daar gaat het om in deze voorstelling. Op een podium binnen het vierkant beweegt een danseres. Ze beschrijft geometrische lijnen over de vloer, draait haar lichaam met een mechanische precisie naar de vier zijden en de hoeken van het vierkant. Zij laat zich van alle kanten bekijken, toont haar lichaam in het bijna doorzichtige pakje dat versierd is met blauwe en rode aderen. Zelf staart de vrouw ongenaakbaar voor zich uit. Pas als ze in de aandacht concurrentie krijgt van een tweede vrouw, begint ze onrustig met haar ogen te draaien, maar ze lijkt gevangen in haar strakke choreografie.
Die tweede vrouw schuift heel langzaam, liggend op haar rug, vlak langs de benen van het publiek. Haar lichaam is verborgen in een zwart kostuum met oplichtende letters, dat uitnodigt tot lezen. Met haar mooie, zachte ogen zoekt deze vrouw de blikken van de toeschouwers die ze passeert. Soms richt ze zich half op en blijft minutenlang aan een blik kleven. Het lichtje bij de uitverkoren toeschouwer gloeit daarbij hevig op - een intense gebeurtenis in de strak geregisseerde voorstelling.
Erik Kouwenhoven ontwerpt decors, onder andere voor Klaagliederen en Barnes beurtzang van regisseur Gerardjan Rijnders. Daarnaast maakt hij voorstellingen op het spanningsveld van theater en beeldende kunst. De indeling van de ruimte, het decor en de kostuums zijn in het werk van Kouwenhoven minstens zo belangrijk als de spelers. Die vormen een onderdeel van zijn nauwgezette ordening van zachte en scherpe lijnen, van staal en stof, van tijd en ruimte.
Bij Solo Versions I, het eerste deel van een drieluik, heeft dat gelijkwaardige samenspel van mensen en materialen geleid tot een sterke, performance-achtige voorstelling. Uiterst consequent zijn de twee vrouwen als contrasterende elementen tegenover elkaar geplaatst, en de toeschouwer wordt betrokken in hun relatie.
Die consequentie mis ik in The Solo Versions II, dat samen met het eerste deel van Kouwenhovens drieluik het afgelopen weekend te zien was in Felix Meritis. Opnieuw wordt hier het kijken gethematiseerd, waarbij de ruimtelijke opstelling van het publiek cruciaal is. Het vierkant is nu wit, de hokjes zijn grotendeels weg en de stoelen zijn ogenschijnlijk rommelig neergezet. Maar we mogen de stoelen niet verschuiven, en na verloop van tijd blijkt waarom. In het vierkant verschijnt de vrouw met de zachte ogen (Angelique Schippers), nu op ooghoogte van haar beschouwers. Ze danst een springerige choreografie, met als essentieel, ingeregisseerd onderdeel: oogcontact met steeds wisselende toeschouwers. De lichte toon is aangenaam na de beladenheid van het eerste deel, maar de openheid van de ruimte wordt lang niet zo betekenisvol als de beslotenheid van The Solo Versions I. Er is te weinig concentratie, de grote afwisseling in de bewegingen maakt de dans vrijblijvend, En omdat er in dit tweede deel geen dwingend beroep wordt gedaan op de toeschouwers, gaat ook het bekijken van de overburen uiteindelijk vervelen.