Oogkleppen

In Les yeux fermes van Joel Santoni kiest hoofdpersoon Yvan vrijwillig voor blindheid. Yvan is toneelspeler en vanaf een gegeven moment speelt hij buiten het theater de rol van blinde. Hij lijkt het te doen uit een soort balorigheid. Het heeft ook te maken met een groot onverwerkt en niet te bespreken verdriet. En het is een vorm van protest. Zijn blindheid geeft Yvan de gelegenheid om tegen de burgerlijke moraal op te botsen zonder dat hem dit heel erg wordt kwalijk genomen. Hij kon de overschreden grens immers niet zien?

Les yeux fermes van Santoni is al ruim 25 jaar oud en is de laatste twintig jaar niet door veel mensen gezien. Recentelijk kwam hij - niet zonder moeite - weer in het zicht doordat hij deel uitmaakte van de reconstructie van het eerste Rotterdamse festival uit 1972. Voor wie de moeite nam om in Rotterdam of in het Filmmuseum in Amsterdam naar Santoni’s debuutfilm te gaan kijken, kon duidelijk zijn dat de film ten onrechte in de vergetelheid is geraakt. Het is een sterke, originele, goed geacteerde en dwarse film. Een film die de geest van zijn tijd ademt, maar zeer krachtig is gebleven, misschien zelfs door de tijd heen aan kracht heeft gewonnen. Een film die zich goed staande houdt naast bijvoorbeeld Die Angst des Tormans beim Elfmeter van Wim Wenders, die ook in het eerste Rotterdamse festival was geprogrammeerd. De doelman van Wenders is bijgeschreven in de filmgeschiedenis, terwijl de minstens zo verontrustende blinde man van Santoni in de vergetelheid is geraakt.
Dat komt mede doordat filmhistorici net als Yvan meestal kiezen voor een vrijwillige blindheid. Bij het schrijven van filmgeschiedenis wordt over het algemeen overgeschreven uit papieren bronnen en wordt hooguit het geheugen van overlevenden nog geraadpleegd. Alleen de geschiedschrijvers van de allereerste jaren van de film hebben recentelijk noodgedwongen de stap genomen om de films zelf te gaan bekijken, omdat de papieren bronnen uitgeput zijn geraakt en er geen overlevenden meer zijn. Voor de feitelijk kersverse filmgeschiedenis van de jaren zeventig is het nog niet zo ver. De historici hebben zich niet verdrongen bij de voorstellingen van het reconstructieprogramma. Ze blijven voorlopig vertrouwen op de geschreven en orale overlevering. Zo blijft Wenders tot in lengte van dagen een belangrijker cineast dan Santoni, ook al maakt de man die ooit de hoop van de Duitse cinema was, tegenwoordig de ene pathetische draak na de andere. En het is ook Wenders die een deftig poetisch voorwoord mocht schrijven in de biografie van Huub Bals van Jan Heijs en Frans Westra, terwijl Santoni het boek ternauwernood haalde.
Nu is het natuurlijk ook niet de taak van de biografen van Bals om te werken aan het eerherstel van Santoni, maar het demonstreert hun werkwijze, die ze delen met de meerderheid van de schrijvers van filmgeschiedenis. Voor een niet onbelangrijk deel bestaat het boek uit opsommingen van filmtitels. Titels die te zamen de festivals van Bals vormden. Althans voor een deel. Want de opsommingen zijn niet volledig. Zo saai wilden de auteurs nu ook weer niet zijn. Wat wordt opgesomd zijn de titels en namen die ons nu nog vertrouwd in de oren klinken en het zijn de Santoni’s en de nog obscuurdere filmmakers die zijn weggelaten.
Maar het werk van Bals, dat de auteurs van het grootste belang zeggen te vinden, was misschien wel nog belangrijker dan zij denken. Misschien zijn er onder al die titels en namen die ons nu niet veel meer zeggen wel films van het kaliber van Les yeux fermes. Maar om daar achter te komen wordt vereist dat de historici eerst hun vrijwillige blindheid afleggen. Dat er weer of voor het eerst gekeken gaat worden naar de films uit het (recente) verleden. De querulant Yvan legt op een zeker moment ook zijn hermetisch verduisterende bril af om de wereld met nieuwe ogen te bezien. Yvan kon de wereld niet aan en verschool zich weer achter de zwarte glazen, maar daar kunnen de schrijvers van de filmgeschiedenis moeilijk een voorbeeld aan nemen.