Oogopslag

Diverse keren heb ik nu gezien dat iemand op televisie uitlegt dat zijn leesmethode (of leermethode) geweldige voordelen biedt. In een minuut of tien ben je door een boek van driehonderd bladzijden heen, weet je wat je hebt gelezen, onthoud je wat je hebt gelezen en verras je vriend en vijand met de meest uiteenlopende details en hoofdzaken. Je solliciteert naar een baan en wordt onmiddellijk aangenomen; je hebt al een baan en maakt promotie. Snelheid bezorgt iedereen een carrière.

Het gaat ongeveer zo. Je pakt een boek, slaat het open bij het begin en gaat met je vingertoppen van boven naar beneden over de bladzijde terwijl je, al dalend, je vingertoppen ook van links naar rechts en omgekeerd laat gaan. Elke bladzijde opnieuw, een paar seconden lang. Hierbij kijk je, zo te zien, op een soortement geconcentreerd ontwijkende manier naar wat de vingertoppen doen, naar de weg die ze afleggen en naar woorden en andere zaken die ze al dan niet verbergen. Je kijkt en je kijkt niet. Je doet boodschappen en je doet geen boodschappen. Je eet en je eet niet. Je slaapt en je slaapt niet.
Ik droomde vannacht dat ik wilde weten wat er in de eenentwintigste eeuw allemaal zou kunnen misgaan. Ik schafte een boekje van honderdachttien bladzijden aan en had haast. Aandeelhouders stonden al op de stoep, jaarcijfers moesten nog worden berekend, de plezierboot voor het personeel was besteld en tal van mediators zouden hun opwachting maken. Ik droomde dat ik elf seconden nodig had voor het hoofdstuk ‘Algemene problematiek’ en zestien seconden voor het hoofdstuk 'Vakmanschap en academiologie’.
De leesmethode werkte. Ik droomde dat ik me precies wist te herinneren wat ik met mijn vingertoppen had gevoeld. 'De zevende wet van de productieontwikkeling: Er is geen probleem zo groot of het past wel ergens in. De wet van Herman: Een goede zondebok is net zo goed als een oplossing. De problematiek van Einstein: We kunnen geen problemen oplossen met hetzelfde denkwerk als we ze scheppen. De grondregel van Bacon: De waarheid komt eerder voort uit dwaling dan uit verwarring.’ En 'De wet van de terugblik: Je kunt aan de rails niet zien welke kant de trein op ging.’ En 'De wet van Utvich: Een nauwkeurige meting is meer waard dan de mening van duizend experts.’
Angstzweet brak me uit. Ik liep sneller dan mijn schaduw. Ik had dingen onthouden, die ik niet wilde weten - al droomde ik. Hoe kon ik die dingen kwijtraken? Ik twijfelde even en koos ervoor de trap te nemen. Vier etages hoger werd ik wakker. Ik nam plaats op een bank en zette de televisie aan. Opnieuw zag ik de man die ik al diverse keren had gezien, en opnieuw prees hij de geweldige voordelen van zijn methode aan. Ik ging met mijn vingertoppen over het beeldscherm en wreef de man weg, en daarmee mezelf, en daarmee dit stukje, en daarmee de dingen die fout zouden kunnen gaan. Duizelig pakte ik vervolgens het boekje van Arthur Bloch en probeerde ik met één oogopslag de tijd te vertragen tot een wetteloos iets.