Oogsten, vriezen, zaaien

TEGENSTANDERS VAN HET invriezen van eicellen om een uitgestelde kinderwens te realiseren redeneren niet zuiver. Hun hoofdargument is dat laat moederschap medische complicaties bij de bevalling oplevert; de babysterfte in Nederland is nu al groot vergeleken met andere Europese landen.

Maar het probleem is de afnemende kwaliteit van oude eitjes. Het AMC doorbreekt dit met de optie van jonge eitjes voor oude moeders, waardoor de kans op afwijkingen bij het kind afneemt. Gezonde vrouwen zijn doorgaans tot op hoge(re) leeftijd lichamelijk vitaal genoeg om een kind te dragen, te baren én op te voeden.
De weerstand komt uiteraard van de christelijke coalitiepartijen, die per definitie huiverig zijn voor ingrijpen in de existentie. Dat is hun goed recht, maar werp dan niet medische bedenkingen op terwijl het eigenlijk sociale en ethische bezwaren zijn.
Niet-religieuze tegenstanders vinden eiceltechniek luxegeneeskunde. Dokters moeten zich puur bezighouden met ziekte en de samenleving hoeft niet op te draaien voor het levenspatroon van een generatie die haar verantwoordelijkheid niet op tijd neemt. Ook deze redenering is troebel. Dan is preventieve geneeskunde – hét speerpunt van minister Klink (CDA) – ook onjuist en zouden de zorgkosten voor een ongezonde levensstijl derhalve niet uit algemene middelen vergoed mogen worden. Met IVF of ICSI (hulp bij traag sperma) moeten we dan trouwens ook stoppen.
Natuurlijk is het allerbeste recept voor een soepele, gezonde voortplanting zo vroeg mogelijk beginnen. Biologisch is de ideale leeftijd voor vrouwen nog altijd 24 jaar.
De realiteit is echter al jaren dat vrouwen het eerste kind laat krijgen (gemiddeld 29 jaar). Daar zijn allerlei maatschappelijke oorzaken voor. Meisjes worden enerzijds gestimuleerd te werken, anderzijds blijft kinderopvang het stiefkindje van de verzorgingsstaat. Bovendien is het vinden van een ‘geschikte partner’ wel degelijk een probleem in de geïndividualiseerde samenleving. Gesteld dat er geen extra medische risico’s zijn, dan getuigt het van realisme om jong eitjes te oogsten.
De gehanteerde leeftijdsgrens voor de vrouw om ze te zaaien is vijftig jaar. Ook daar is nu veel kritiek op: als dat kind pubert, gaat moeder met pensioen. Dat is voor het kind misschien bezwaarlijk, maar wat zijn gunstige omstandigheden om op te groeien? In hoeverre mag de overheid meebeslissen? De overheid grijpt nu ook niet in door een minimumleeftijd te stellen en tienerzwangerschappen te smoren. Niet bij drugsgebruikers die soms het ene na het andere verslaafde kind ter wereld brengen van God mag weten welke vader. Niet bij vaders die een ‘tweede leg’ beginnen en te stram zijn om voor een huilend kind uit bed te komen. En niet bij zwakbegaafden die vanaf de geboorte van hun kind worden omgeven door hulpverleners.
De voorplanting blijft gelukkig – en ja, soms helaas – een privé-aangelegenheid. En laten we eerlijk zijn, alle vrouwen willen het liefst normaal zwanger worden.