Film / pop: Black Is King

Oogstrelend snoepgoed

Black Is King, regie Emmanuel Adjei, Blitz Bazawule en Beyoncé © Travis Matthews

Van alle hedendaagse vrouwelijke popartiesten is Beyoncé de meest ambitieuze. De allround artiest (en zakenvrouw) probeert niet alleen elk afzonderlijk project zo groot mogelijk op te zetten, ze beschouwt ook haar carrière en oeuvre als geheel, en zoekt daarbij steeds meer de diepte op. Een optreden op festival Coachella in 2018 bouwde ze uit tot een spektakel én een Netflix-documentaire, door haarzelf geregisseerd; een stemrol in animatiefilm The Lion King (2019) leidde tot een album, The Lion King: The Gift, waarop ze ruimte bood aan Afrikaanse producers en muzikanten; en sinds 2013 gaan haar albums steevast vergezeld van een ‘visual album’, wat je oneerbiedig een videoclip op filmlengte zou kunnen noemen. De film bij The Gift, sinds kort te zien op Disney+, streeft The Lion King daarbij qua pretentie ver voorbij.

Het verhaal van The Lion King – een leeuwenwelp vindt zijn weg terug naar zijn rechtmatige troon – wordt in Black Is King gebruikt om iets te zeggen over de reis die de Afrikaanse diaspora heeft afgelegd (en die misschien zelfs weer terug leidt naar Afrika) maar ook over hun wortels, die op zijn minst in symbolische zin koninklijk zijn. ‘Let Black be synonymous with glory’, horen we Beyoncé aan het begin van haar film zeggen, waarna ze in ‘Bigger’ zingt: ‘If you feel insignificant, you better think again/ Better wake up because you’re part of something way bigger’. Op Instagram deelde de notoir zwijgzame artiest al dat haar film bedoeld is ‘to celebrate the breadth and beauty of Black ancestry’. Volgens haar gaat Black Is King over trots, kennis, identiteit en legacy.

Kort gezegd biedt Beyoncés film een reeks tableaus die de muziek van The Gift van visuele context voorziet. Oogstrelend snoepgoed is het, maar het esthetische spektakel zit ’m eigenlijk vooral in de fenomenale outfits waarin Beyoncé zich hult. Beyoncé is het esthetische spektakel; zelfs als ze de spotlight tijdelijk afstaat aan een andere artiest, trekt ze als figurant alle aandacht naar zich toe. Dat komt niet alleen door de onberispelijke kleding en styling, maar alleen al in haar verschijning, haar charisma, haar onderschatte kwaliteiten als danser. Beyoncé als intergalactisch fenomeen in een set piece dat een ode brengt aan het afrofuturisme; Beyoncé hautain en ontzagwekkend in een landhuis dat de (witte) glamour van old Hollywood ademt; Beyoncé als partygirl achter in een limousine of met luipaardstippen boven op een Rolls Royce; Beyoncé als heilige oermoeder, bijbels en aards tegelijk.

De schoonheid die hier gevierd wordt is kortom Beyoncés schoonheid. Ze gebruikt haar platform weliswaar om ruimte te geven aan anderen (kledingontwerpers, muzikanten, producers, filmmakers; allemaal direct of indirect van Afrikaanse komaf) en toch maakt Black Is King je niet per se enthousiast over hun werk, of over hedendaagse of historische Afrikaanse cultuur in het algemeen: Black Is King maakt je vooral enthousiast over Beyoncé. Maar dat wil niet zeggen dat haar zelfverheerlijking geen functie heeft. Beyoncé is het lichtende voorbeeld. Of, zoals muziekblog Pitchfork schrijft: ‘Alleen al haar aanwezigheid is empowering.’ Het is de grenzeloze ambitie van Beyoncé, niet voor niets ‘Queen B’, die haar eigen stelling bewijst: zwart is koning.


Black Is King is nu te zien via streamingdienst Disney+