MALCOLM X: A LIFE OF REINVENTION

Ook al homo

Niet alleen oude mensen worden soms milder in hun oordelen, ook een hele samenleving kan met het verstrijken van de tijd welwillender kijken naar degenen die ooit als een bedreiging werden ervaren. Voormalige rebellen kunnen op die manier af en toe worden omhelsd als dierbare knuffelberen. De voormalige Bürgerschreck van blank Amerika, Malcolm X (1925-1965), lijkt een dergelijk lot beschoren. Werd hij in de laatste jaren voor zijn gewelddadige dood voortdurend in de gaten gehouden door de FBI omdat hij een gevaar voor de nationale veiligheid zou zijn, in de jaren tachtig en negentig groeide hij uit tot een icoon van multicultureel Amerika, werd zijn (samen met Alex ‘Roots’ Haley geschreven) autobiografie door Time uitgeroepen tot een van tien belangrijkste non-fictieboeken uit de twintigste eeuw, en kwamen de Amerikaanse posterijen in 1999 met een Malcolm X-postzegel.
Dat laatste was opmerkelijk, aangezien zijn vaderland ver achterliep op het Iran van ayatollah Khomeini, dat al in 1984 een zegel met de beeltenis van de radicale moslimleider had uitgebracht. Terwijl hij in Amerika steeds vaker in één adem werd genoemd met de principieel geweldloze Martin Luther King - vergeleken met wie hij zich alleen maar ietsepietsie radicaler had uitgedrukt (zoals Emiel Roemer nu eenmaal iets pittiger debatteert dan Job Cohen) - werd hij door de tweede man van al-Qaeda, Ayman al-Zawahiri, geprezen als een belangrijke zwarte revolutionair, aan wie 'rassenverraders’ als Barack Obama, Colin Powell en Condoleezza Rice een voorbeeld hadden moeten nemen. Ook de Amerikaanse, blanke Taliban-strijder John Walker Lindh, die eind 2001 in Afghanistan krijgsgevangen werd gemaakt, was sterk beïnvloed door de zwarte moslimleider. En tegelijkertijd was Malcolm X onder de hiphopjeugd populair, omdat hij in zijn jonge jaren een hustler, trickster en zelfs een pimp was geweest.
Deze waardering in uiteenlopende kringen wordt wat minder vreemd na lezing van de biografie die Manning Marable van hem schreef, en die terecht als ondertitel heeft: A Life of Reinvention. Malcolm X, die eigenlijk Malcolm Little heette, vond zichzelf voortdurend opnieuw uit en in de 39 rusteloze jaren van zijn leven riep hij dikwijls dingen terwijl zijn gedachten alweer een eind verder waren.
Dankzij de immense bestseller The Autobiography of Malcolm X en vooral door Spike Lee’s film uit 1992 menen veel mensen het levensverhaal van deze drugsverslaafde inbreker die zich bekeerde tot de islam en zich ontwikkelde tot een belangrijk politiek leider wel zo'n beetje te kennen. Hoewel er over hem al heel veel boeken zijn geschreven, maakt deze biografie van Marable - die enkele dagen voor publicatie ervan overleed - een allesbehalve overbodige indruk. Niet alleen schetst hij een heel overtuigend beeld van de maatschappelijke context waarbinnen Malcolm X zich ontwikkelde, ook komt hij met nieuwe feiten en interpretaties. Zo laat hij zien dat in de autobiografie het criminele verleden van Malcolm X flink werd overdreven, om zo het contrast met de later zo ascetische, gedreven leider beter te doen uitkomen. Ook maakt hij aannemelijk dat de hoofdpersoon, ondanks zijn uitgesproken machismo, in zijn jeugd betaalde homoseksuele contacten had. En met betrekking tot de moord op Malcolm X komt hij met sterke aanwijzingen dat twee van de drie mannen die ervoor veroordeeld zijn onschuldig waren, en dat de echte daders nooit bestraft zijn.
Zeer verhelderend is Marable’s verhaal over de Nation of Islam, de sekte die in de jaren dertig was opgericht door Elijah Muhammad en die rond 1960 vooral door de activiteiten van de charismatische Malcolm X enorm groeide en ook bokslegende Mohammed Ali onder zijn leden telde. Orthodoxe moslims beschouwden Elijah Muhammad, die zichzelf presenteerde als de nieuwe profeet, als een ketter en oplichter, en na verloop van tijd begon de sekte ook meer te lijken op een criminele organisatie waarvan de leden met geweld onder de duim werden gehouden en veel geld moesten ophoesten voor hun geestelijk leider en diens familie. Bovendien was het een racistische organisatie, die niets zag in de desegregatie van Amerika en de integratie van de zwarte bevolking. De retorisch zeer begaafde Malcolm X noemde de blanken steevast blue eyed devils, betreurde dat hij een blanke grootvader had zodat ook in zijn aderen white rapist blood stroomde, jubelde toen een vliegtuig met rijke blanken uit Atlanta neerstortte en verklaarde niet te kunnen huilen om de dood van John F. Kennedy. Namens de Nation of Islam had hij meermalen contact met de Ku Klux Klan en de American Nazi Party, die in zijn ogen veel eerlijker waren dan de blanke liberals die zich zo begaan met het lot van de zwarte medemens toonden.
In de laatste twee jaar voor zijn dood begon hij te beseffen dat de islam zich niet liet verzoenen met racisme, terwijl hij ook oog kreeg voor de corruptie van en het seksueel misbruik door Elijah Muhammad. Nadat hij met de Nation had gebroken en toenadering zocht tot de zwarte leiders van de burgerrechtenbeweging, die hij daarvoor had gezien als Uncle Toms, leek het een kwestie van tijd voordat hij uit de weg zou worden geruimd. Dat gebeurde op 21 februari 1965, een dag die bij veel zwarte Amerikanen even scherp in het geheugen is geëtst als de moorden op Kennedy en Martin Luther King.

MANNING MARABLE
MALCOLM X: A LIFE OF REINVENTION
Allen Lane, 592 blz., € 26,99