Ook de vijand moet begraven

Vorig jaar stond Coupé No.6 van de Finse Rosa Liksom op de shortlist van de Europese Literatuurprijs. Daarin ging het over een studente uit Finland die halverwege de jaren tachtig met de Transsiberië Expres door de Sovjet-Unie reist, die armoedig en disfunctioneel is en rap erodeert.

Medium de vlucht

Duizenden kilometers legt de studente af, het ene na het andere troosteloze stadje passeert de revue. Tussen de stations niets dan eindeloze sneeuwlandschappen, een constant dronken medepassagier, kromgetrokken mensen en pikzwarte Russische nachten. De voortdurende herhaling van hetzelfde maakt de lengte van de reis, de uitgestrektheid van het landschap en ook de dodelijke verveling voor de lezer zozeer invoelbaar dat het noodzakelijk is het boek af en toe aan de kant te leggen om even op adem te komen.

Het is geen plezierreisje dat deze studente aflegt. In Moskou heeft ze haar geliefde achtergelaten, er is sprake van een groot verdriet, gekte zelfs, waar de lezer flarden van meekrijgt. Het doet denken aan verfilmde verhalen als Into the Wild en, recentelijk, Tracks, over een meisje dat dwars door de West-Australische woestijn trekt om, zo wordt op niet al te subtiele wijze gesuggereerd, de zelfmoord van haar moeder te verwerken. Bij al deze verhalen is sprake van een grote innerlijke noodzaak en ontberingen die desillusies, maar ook catharsis teweegbrengen.

De reis die in De vlucht, de debuutroman van de Spaanse schrijver Jesús Carrasco, wordt opgetekend is van een ander kaliber. Een jongen van ongedefinieerde leeftijd bevindt zich aan het begin van de roman in een kuil die niet veel groter is dan zijn lichaam. Urenlang ligt hij opgevouwen in een Z-vorm, totdat hij er zeker van is dat de mannen uit zijn dorp zijn gestopt om hem te zoeken. Zijn vlucht, zo blijkt gaandeweg, is geen verwerkingstocht, maar een ontsnapping aan de maar al te reële gruwelijkheden die hem worden aangedaan in zijn geboortedorp. De demonen van deze jongen zijn geen vage verschijningsvormen uit het verleden, maar mensen van vlees en bloed die erop uit zijn hem kwaad te doen.

Dit uitgangspunt, of vertrekpunt, zo je wilt, is de grote kracht van de roman en de motor van alle gebeurtenissen. Het is een verademing dat het nu eens niet gaat om een op drift geraakte twintigersziel die zichzelf willens en wetens in gevaar brengt, maar om een noodsituatie waarin een jongen, een kind nog, zich staande moet zien te houden in een wereld die per definitie onbarmhartig is. Want niet alleen de mannen voor wie hij op de vlucht is – zijn alcoholistische vader en een molesterende dorpsrechter – zijn meedogenloos, het landschap waarin hij zich bevindt is dat net zozeer.

Medium jesus carrasco zw alejandroespadero

De achterflap vermeldt dat de auteur is geboren in Extremadura, een van de droogste en dunstbevolkte regio’s van Spanje. Het lijdt geen twijfel dat deze geboortegrond de inspiratiebron was voor het fictieve landschap, dat een kale, verzengend hete vlakte is waar elk druppeltje water lang geleden uit is weggesijpeld. Ooit was dat anders, herinnert de jongen zich, maar wanneer dat ‘ooit’ was wordt niet duidelijk, net zo min als wordt opgehelderd wanneer het ‘nu’ is: het zou het begin van de twintigste eeuw kunnen zijn, maar net zo goed het heden of een postapocalyptisch-achtige toekomst.

Het gaat nu eens niet om een op drift geraakte twintiger die zichzelf willens en wetens in gevaar brengt

Bijna niets is specifiek in dit boek: niet alleen worden plaats en tijd in het midden gelaten, ook de personages krijgen geen namen toegekend, geen leeftijden, nauwelijks achtergrond. Het verhaal wordt daardoor soms bijna abstract, een parabel die symbool zou kunnen staan voor een universeel idee over medemenselijkheid en vergeving.

Dat verhaal laat zich makkelijk samenvatten: de jongen treft een oude geitenherder op zijn weg en al gauw blijkt dat ze elkaar nodig hebben om te overleven – de eerste bezit jeugdige kracht, de tweede geiten en levenswijsheid. Samen trekken ze door het weerbarstige landschap, op zoek naar bodempjes bedorven water in drooggelegde rivieren en brakke putten. Er ontstaat een vriendschap van enig soort, al worden daar weinig woorden aan vuil gemaakt: wie dorst heeft en wordt verschroeid door de zon heeft wel wat anders aan zijn hoofd. Wanneer ze arriveren bij een spookdorp krijgen ze te maken met bloedig geweld en de ijzingwekkende dorpsrechter, die uit is op wraak, maar de woede van de jongen en de oude man grondig onderschat.

Het landschap en de gewelddadigheden beroven de jongen in korte tijd van zijn kindzijn. Hij is gedwongen keuzes te maken waar hij eigenlijk te jong voor is, zijn eigen vege lijf te redden ten koste van dat van anderen. ‘Allemaal dingen die niet pasten bij zijn nog kneedbare brein, zijn benen in de groei, zijn hypotonische spieren, zijn postuur op weg naar een grotere, hoekigere pasvorm’, zoals Carrasco het treffend omschrijft. Gelukkig is er de herder om hem te doen inzien dat menselijkheid altijd de grootste triomf is, zelfs, of misschien juist, in de meest extreme omstandigheden. Ook de vijand moet begraven.

Deze weinig verkapte moraal levert direct het grootste probleem op van het boek. De geitenherder heeft een ethisch kompas dat nooit de verkeerde kant op wijst, en de vergelijking met Christus wordt bovendien wel heel opzichtig wanneer de verwondingen aan zijn lichaam worden omschreven als ‘het ecce homo’. De dorpsrechter, op zijn beurt, is een antagonist in de minst dubbelzinnige betekenis van het woord: hij is door en door slecht, werkt de helden tegen en krijgt uiteindelijk de straf die hij verdient.

De rijke, beeldende taal van Carrasco, in de vloeiende vertaling van Arie van der Wal, maakt veel goed. De uitputting, de smerigheid en de droogte worden zó beschreven dat de lezer er zelf dorst van krijgt. Wanneer het dan uiteindelijk begint te regenen, is dat zo’n verbazingwekkend wonder dat je de zinnen moet overlezen om te geloven dat het er staat.


Jesús Carrasco - De vlucht. Vertaald door Arie van der Wal. Meulenhoff, 208 blz., € 16,95. E-book €9,99. Intemperie €21,50.

Beeld: Jesús Carrasco maakt de lezer dorstig (Alejandro Espadero).