TONEEL: Lange dagreis naar de nacht

Ook echt éng

Curriculum vitae van de familie Tyrone. Moeder Mary, morfiniste sinds de geboorte van de jongste zoon. Sindsdien kliniek-in-kliniek-uit. Een fantoomafdruk van zichzelf: ze bestaat eigenlijk niet meer.

Medium toneel

Vader James, toneelspeler, verliefd op Shakespeare, gevallen voor lucratievere rollen. Verslaafd aan grond, Ierse whisky en zichzelf. Zoon Jamie, nietsnut uit overtuiging, hoerenloper, alcoholist. Verslaafd aan haat. Zoon Edmund, mislukt dichter en journalist, tbc-­lijder, zware drinker. Verslaafd aan Baudelaire. En aan romantische ontsnappingen. We trappen af bij een hoopvol ontbijt. En eindigen in een van alcohol doordroesemde nacht. De Amerikaanse schrijver Eugene O’Neill heeft twee jaar gewerkt aan zijn magnum opus over de hel onder de mensen, Long Day’s Yourney into Night (1941). Na de laatste pagina verzuchtte hij: ‘Thank God, that’s finished.’

Bij aanvang van de voorstelling door Toneelgroep Amsterdam staan de vier protagonisten in de bezwerende omarming van een sportteam. Eenmaal los van elkaar zijn ze hopeloos alleen. De expositie van die eenzaamheid duurt eigenlijk de eerste anderhalf uur van het stuk, tot de pauze. Dat is loodzwaar en lang en misschien ook de zwakte van het stuk. Met name de rol van moeder Mary heeft daar last van. Haar aria’s zijn bekentenissen met een overdosis aan da capo. Via een reusachtige wenteltrap stijgt zij geregeld op naar haar hemel, waar het shot wordt gezet. ‘Mary in the sky with diamonds.’ Marieke Heebink toont deze rituelen met een koude huiver. Gestileerd, dus in eenvoudige, heldere grondvormen die soms doorbuigen onder het gewicht van de tekstlawines.

James Tyrone is het prototype van een _Untergang des Abendlandes-_drinker. Terwijl hij aan het ontbijt parmantig grapt over zijn snurkende nachtrust zie je in de ogen van Gijs Scholten van Aschat de blinde paniek en doodsangst over hoe deze keer de dagreis naar de nacht te overleven. Zoals iedere goede acteur zoekt hij naar het subtiel uitgelichte detail, hier het loeren naar de drankfles, het jongleren met de kurk, het uitstellen van het eerste glas. Scholten van Aschat is het dubbele gezicht van het illusionisme in dit stuk. Toneel is Tyrone’s beroep, liegen is dus zijn best onderhouden wapen. Drank is zijn verslaving, de gelogen waarheid is daarvan het bijproduct. Als de stamvader van dit onzalig mensennest in de vierde akte tegenover zijn jongste zoon een levensleugen over het werk als toneelspeler opdist en hij dat doet met de mededeling dat hij ‘dit nog nooit tegenover iemand heeft bekend’, besef je pas ná zijn keelsnoerende verhaal dat ook dit een pertinente leugen was.

Dit spiegelpaleis van liegbeesten maakt dit stuk tot zo’n doodeng spookhuis. Jan Versweyveld heeft er de perfecte locatie voor gebouwd. Kaler krijg je een gemeubileerde ruimte niet meer. Favoriete manier van voortbewegen in deze zaal is sluipen. Dus loopt iedereen op blote voeten. Je kunt er ook niet zitten. Dus belandt iedereen wel een keer op de grond. Zoals bekend de favoriete houding van zuipers. Want het dichtst bij onbeschaamd in slaap vallen. Wat ook iedereen wel een keer doet. Behalve de moeder, die met haar verhevener vorm van verslaving de ronde salontafel gebruikt als locatie voor minstens drie varianten van een showy piëta met haar jongste zoon. Die twee zonen in deze voorstelling, dat is een verhaal apart. Net als dat merkwaardige raam midden-achter. Waar zich een voorstelling-in-de-voorstelling blijkt af te spelen. (wordt vervolgd)


Lange dagreis naar de nacht door Toneelgroep Amsterdam, t/m 13 december in Amsterdam en overal in het land. Speellijst: tga.nl