Ook economen kunnen kiezen

Het zijn geëngageerde tijden. Binnen een paar dagen verschenen vorige week maar liefst twee heuse manifesten in de Nederlandse dagbladen. Het ene ter legalisering van drugs, ondertekend door enigszins bekende Nederlanders, het andere om te waarschuwen tegen de Europese monetaire Unie (Emu), ondertekend door zeventig economen.

Met het manifest van de economen lijkt eindelijk de discussie over de Europese eenwording in Nederland een beetje, een klein beetje op gang te komen. Voor zover er tot nu toe kritiek was op de Emu, kwam deze vooral uit de puur monetaire en ietwat nationalistische hoek. ‘Wordt de euro straks wel even hard als de gulden?’ 'Moeten wij straks niet meebetalen aan de werkloosheid in Zuid-Europa?’ De zeventig economen zijn juist bang voor het omgekeerde. In een poging de euro zo 'hard’ mogelijk te maken, dwingen de Europese lidstaten elkaar tot veel te harde en te snelle bezuinigingen, vrezen zij. Bovendien dreigt er een soort wedloop te ontstaan tussen de Europese lidstaten in het verlagen van de belastingen en het verminderen van bijvoorbeeld milieuregels. Dit alles ter versterking van de eigen concurrentiepositie.
Het is de economen niet in de eerste plaats om de gevolgen in Nederland te doen. Nederland hoeft zich, om toegelaten te worden tot de Emu, immers nauwelijks aan te passen. Maar in Zuid-Europa en in Duitsland komen de klappen des te harder aan. De nationalistische mode trotserend, maken de ondertekenende economen zich druk over meer dan Nederland aleen.
En zoals altijd, zodra het over Europa gaat, schoot politiek Nederland in een kramp. 'Te laat’ en 'gevaarlijk, het wakkert de anti-Europese sentimenten aan’, zo riep politiek Den Haag.
Collega-economen reageerden zo mogelijk nog feller. Want stel je voor, een discussie in economenland, dat hebben we al vijftien jaar niet meegemaakt.
De zeventig economen durven namelijk heel voorzichtig te beweren dat het soms nodig kan zijn om het overheidstekort te laten oplopen, bijvoorbeeld om te investeren en de werkloosheid te bestrijden. Maar dat is Keynes, en ouderwets, riepen de collega’s. Of, nog iets lager bij de grond: het manifest is nauwelijks ondertekend door macro-economen en valutaspecialisten, kortom, de ondertekenaars hebben helemaal geen verstand van de materie. Aldus minister Zalm in het programma Buitenhof en Frank Kalshoven in de Volkskrant.
Het was al enige tijd zo dat je econoom moest zijn om je überhaupt met discussies te mogen bemoeien, en tegenwoordig moet je blijkbaar eerst macro-econoom of valutaspecialist zijn.
Het nut van het manifest reikt daarom verder dan alleen de discussie over Europa en de Emu. Voor het eerst sinds een jaar of vijftien lijkt de totale consensus onder economen enigszins doorbroken. Het was die eensgezindheid waardoor economen en economische argumenten de afgelopen jaren een sacraal aanzien konden verwerven. Door het doorbreken van die consensus wordt economie weer zoiets als politiek: een kwestie van kiezen.