Ook Google draait mee in de ‘draaideur’

New York – In de Verenigde Staten is het inmiddels zo gewoon dat publieke functionarissen na hun ambtstermijn een goed betaalde lobby- of adviesfunctie in het bedrijfsleven nemen – en vice versa – dat het gebruik een term heeft gekregen: de draaideur (the revolving door).

Bekende voorbeelden van gebruikers van de draaideur zijn oud-diplomaat Richard Holbrooke, die onder Democratische presidenten prominente regeringsfuncties vervulde maar onder Republikeinse presidenten op Wall Street werkte, of generaal Petraeus, die na zijn vertrek bij de cia een miljoenenfunctie kreeg bij investeringsfirma kkr.

De draaideur wordt vooral geassocieerd met ‘oudere’ sectoren als de financiële en de energiesector, maar ook een relatief jong technologiebedrijf als het in 1998 (onder het motto ‘Don’t be evil’) opgerichte Google draait vrolijk mee in de draaideur. Zo werd vorige week bekend dat Joshua Wright toetreedt tot Wilson Sonsini Goodrich Rosati, het advocatenkantoor dat Google vertegenwoordigde toen het bedrijf zich voor de Federal Trade Commission (ftc) moest verantwoorden voor vermeende monopolistische praktijken. Net bij die ftc was Wright, een Republikein, tot afgelopen augustus commissaris.

Om de draaideur rond te maken: ook tussen 2011 en 2013 was Wright de ontvanger van Google-geld. Voordat hij tot de ftc toetrad, was hij namelijk verbonden aan George Mason University, waar zijn academisch onderzoek deels gefinancierd werd door Google. In die periode publiceerde hij vier academische artikelen, waarin hij onomwonden Google’s positie inzake antitrust- en patentkwesties verdedigde. Een van die artikelen gaf hij als titel mee: The Case Against the Antitrust Case Against Google.

De toetreding van Wright tot Wilson Sonsini Goodrich Rosati, het kantoor waarmee Google bij voorkeur werkt, is extra saillant omdat Google momenteel opnieuw onderzocht wordt door de ftc – ditmaal omdat het de eigen mobiele Android-diensten op oneigenlijke wijze zou bevoordelen boven de concurrentie.

Voor alle duidelijkheid: niets aan dit alles is illegaal. Het zet alleen de ethiek van een academicus en publieke functionaris als Wright in een zeker daglicht, evenals de beslissing van de ftc om uiteindelijk geen antitrust-rechtszaak tegen Google aan te spannen. En laten we het ‘Don’t be evil’-motto niet vergeten.