Ibrahim Mahama – ‘Ik heb graag invloed op een nieuwe generatie’ © George Darrell / White Cube

De gevel van het hoofdgebouw van Campus Middelheim van de Universiteit Antwerpen gaat deze zomer verscholen achter jute lappen. Lappen met gaten, vlekken, adressen en informatie over de vroegere inhoud. Van 1920 tot 1962 was in dit gebouw de Koloniale Hogeschool gevestigd, een opleiding voor topambtenaren in Belgische kolonies. Kunstenaar Ibrahim Mahama (Ghana, 1987) hing de jute zakken op om de aandacht te vestigen op die geschiedenis. Het is onderdeel van de tentoonstelling Congoville, waarbij vijftien internationale kunstenaars ‘de fysieke en mentale koloniale sporen’ van het terrein op en rond de tuinen van het Middelheimmuseum blootleggen.

Die jute zakken zijn al sinds 2012 het handelsmerk van Mahama. In 2015 hingen dergelijke zakken in een steeg bij de Biënnale van Venetië, in 2017 werden ze bij de Documenta in Athene aan elkaar genaaid op het Syntagmaplein, het plein voor het Griekse parlement. Later bedekten diezelfde lappen de Torwache in Kassel, de historische stadspoort. Het zijn jute zakken die gebruikt zijn voor het vervoeren van cacao, koffie, rijst of bonen vanuit Ghana naar Amerika en Europa. Voor Mahama is het een manier om aandacht te vragen voor de internationale handelsstromen, de onzichtbare arbeid die daarmee gepaard gaat, en voor de betekenis en geschiedenis van het gebouw. Hoe neutraal is een onderwijsinstelling als er zo’n beladen geschiedenis aan kleeft?

Anderhalf jaar was hij thuis, in Tamale, vanwege de pandemie. Een stad van vijfhonderdduizend inwoners, de grootste stad in het noorden van Ghana, de derde stad van het land. Op de Nederlandse ambassade in Accra kreeg hij afgelopen december de Prins Claus Prijs 2020 uitgereikt, een prijs van honderdduizend euro. We spreken half juli af in de bar van Hotel de l’Europe, Frank Sinatra klinkt op de achtergrond, ‘how deep is the ocean’. Sinds april is hij weer onderweg in Europa, hij komt net uit Brussel. Mahama – lang, energiek – logeert hier in de kamer die kunstenaar Raquel van Haver vorig jaar heeft gekregen, een van de 23 suites die het hotel heeft toegewezen aan kunstenaars, modeontwerpers en andere creatievelingen. Hij heeft twee maanden door Europa gereisd, langs de projecten waar hij aan meewerkt, over twee dagen vertrekt hij weer, terug naar Tamale.

Daar wordt hard gewerkt aan een permanente versie van zijn Parliament of Ghosts, het project waarvan nu in Arnhem, in de Eusebiuskerk, een andere versie is te zien, vanwege de kunstmanifestatie Sonsbeek. Daar staat een stellage van twee keer twee grote treden waarop losse zittingen zijn bevestigd – voormalige stoelen uit Ghanese treinen. Erachter staan twee hoge stellingkasten van gebruikt hout, in de vakken liggen foto’s van Mahama’s project in Tamale. Een opstelling die in de verte doet denken aan het Britse Lagerhuis.

De stellage is gebouwd uit de restanten van de nationale spoorwegen van Ghana. Mahama: ‘Onze eerste president, Kwame Nkrumah, wilde na het vertrek van de Britten (in 1957 – jdw) het door hen aangelegde spoorwegennetwerk uitbreiden, maar dat gebeurde niet. Nadat Nkrumah in 1966 werd verstoten door een militaire coup, zijn in de loop van de decennia die volgden de instituten en dus ook de treinen afgedankt. Stoelen en andere onderdelen zijn altijd bewaard gebleven. Het parlement is een gespreksruimte, maar ook een plek waar het bewustzijn wordt versterkt. Een plek waar je dingen kunt leren, maar ook een plek voor de voorwerpen zelf, zodat ze onderling een gesprek kunnen voeren.’

Ibrahim Mahama, Fracture. 2016-17. Tel Aviv Museum of Art, Israël © Ibrahim Mahama / Courtesy White Cube

Mahama bouwde het parlement voor het eerst als installatie in 2019 op het Manchester International Festival. In Ghana besloot hij het daarna ook neer te zetten, als uitbreiding van zijn atelier in Tamale. Niet als installatie, maar als gebouw. De kunstenaar filmde de bouw met een drone, van het graven van het gat in de grond tot de dakbedekking. Buurtkinderen gebruiken het centrale gedeelte als zwembad. Mahama: ‘In Manchester zag niemand het ontstaan van het parlement, om zulke bouwplaatsen staan vaak hoge hekken. In Tamale zagen heel veel kinderen de geboorte van het instituut. Dat vind ik belangrijk.’

De kunstenaar pakt zijn laptop. Heb ik de film al gezien die hij over de aanleg van het parlement in Tamale maakte? Mahama is prominent aanwezig op sociale media en in openbare (online) gesprekken. Kinderen worden rondgeleid in het Savannah Centre for Contemporary Art, een expositieruimte en onderzoeksinstituut, geïnitieerd door Mahama. Ook zijn atelierterrein is te zien, de Red Clay Studio: een groot stuk land met een hoofdgebouw, een paar bijgebouwen en, alsof het een vliegveld is, zes vliegtuigen. Op één van de filmpjes is te zien hoe ze over de weg naar Tamale werden gereden. Mahama gebruikt de vliegtuigen als klaslokaal, om kinderen te leren hoe drones werken, over het bestaan van treinen, van kunst. Zijn atelier is laagdrempelig. ‘Visit Red Clay Studio with your family and loved ones’, staat op de Instagram-pagina.

‘In Ghana moeten we altijd vanuit het niets beginnen, waardoor we veel flexibeler zijn’

In een filmpje leidt Mahama een schoolklas rond in het door hem al gebouwde archief. De kunstenaar legt hun uit: archieven zijn heel belangrijk voor de geschiedenis van de mensheid. ‘Het is de geschiedenis van het leven. Weten jullie wat ik daarmee bedoel? We hebben leven in ons zitten, maar deze tafel heeft ook een leven. Dat kun je hier ontdekken.’ Hij wijst op een stapel bielzen. ‘Deze balken zijn meer dan 120 jaar oud. Als deze balken konden praten, zouden ze de geschiedenis van Ghana kunnen vertellen, van de exploitatie tijdens de kolonisatie en van de tijd daarna.’ De kunstenaar opent een lade en laat een foto zien van een locomotief. Hij pakt een andere foto, van de bouw van het gietijzeren geraamte van een stationshal. ‘Kijk’, zegt hij tegen de kinderen, ‘dit is een foto van een werkplaats in Engeland. Ze bouwden stukken van een gebouw, brachten die stukken hiernaartoe, en zetten ze hier in elkaar.’

Mahama is opgeleid als schilder, hij zat op de kunstacademie in Kumasi, is nog bezig met zijn promotie. Hij raakte meer geïnteresseerd in de betekenis van de kunst dan in de materie of techniek. ‘Je kunt een schilderij maken van een vrouw op de markt en dat ophangen en verkopen. Maar ik ben meer geïnteresseerd in de vrouw dan in het maken en verkopen van het schilderij. Ik zou bijvoorbeeld iets samen met haar kunnen maken’, zegt Mahama. ‘Veel kunstenaars interesseren zich niet voor kapitaal. Ik ben me er tijdens mijn studie juist heel erg in gaan verdiepen, om te beginnen bij Marx.’

De laatste jaren ziet Mahama steeds meer kunstgalerieën in Ghana. ‘Daar zie je vooral veel figuratieve schilderijen en beelden van zwarte lichamen. Dat mag natuurlijk, maar wat kunst kan doen vind ik belangrijker. In plaats van allerlei kleine baantjes te nemen en dan mooie kunst te maken die qua vorm of techniek andere kunstenaars inspireert, heb ik liever invloed op een nieuwe generatie, waardoor ze op nieuwe ideeën komen. Kunstenaars zijn tijdreizigers, we kunnen verschillende plekken en perspectieven tonen, uit de toekomst en uit het verleden. En zo belichten wat veel mensen niet zien. Zolang hun leven en inkomen niet in gevaar zijn, zijn mensen snel tevreden. Ik vind dat we ook naar de toekomst moeten kijken. En kunst is daarbij een gereedschap.’

Met het geld van de Prins Claus Prijs wil hij een onafhankelijke kunstschool oprichten in Tamale. Een school waar de leerlingen intern wonen, zodat ze niet elke dag tien kilometer naar school hoeven te lopen. En een school met eigen onderwijsmethodes. Mahama: ‘Daarmee willen we hun bewustzijn meer openstellen voor de wereld. Stel je voor dat die kinderen over tien of vijftien jaar invloed kunnen krijgen op onze maatschappij. Kapitaal zit in de mensen, niet in de kunst.’

In landen zoals Nederland zouden ze zich bij het buitenlandbeleid niet alleen op de regering moeten concentreren, vindt Mahama. In plaats daarvan moeten ze op zoek gaan naar ondernemende individuen, mensen met een visie die het verschil willen maken en bewezen hebben dat te kunnen. ‘Ghana investeert veel te weinig geld in cultuur. Bij cultuur wordt vaak gedacht aan traditionele waarden. Maar we hebben instituten nodig die ons laten kijken naar cultuur in alle complexiteit’, vindt Mahama. ‘Van architecturaal, archeologisch of antropologisch perspectief, of welk perspectief dan ook. Kunstenaars hebben een grote verantwoordelijkheid in het herdefiniëren van wat cultuur is, en wat de grenzen daarvan zijn.’

Door het winnen van de prijs kwam Mahama in contact met een vertegenwoordiger van de Nederlandse ambassade die hem helpt bij het opzetten van een route langs de door de Hollanders gebouwde forten aan de kust. Mahama wil daar een mobiele bibliotheek laten rijden. Sommige forten zijn in slechte toestand, sommige zijn goed onderhouden, maar hij wil ze nadrukkelijk allemaal opnemen in de route.

En hij heeft meer plannen: ‘Ik wil ook een open call doen waarbij mensen voorwerpen die betekenis voor hen hebben in bruikleen geven. Uiteraard met een contract, zodat ze ook eigenaar worden van het museum.’ Mahama vertelt ook over zijn plannen met een verlaten olympisch zwembad. Hij wil er een opleidingsinstituut van maken, waar kinderen dingen leren door te zwemmen. Op dit moment heeft het bad een eigen ecosysteem met salamanders, vissen en kikkers. Mahama laat een tekening zien in een van zijn notitieboeken: een ontwerp waarbij je, als je zwemt, nog steeds de kikkers ziet. Hij wil de twee ruimtes naast elkaar laten bestaan.

De kunstenaar trekt zich duidelijk niets aan van grenzen tussen bijvoorbeeld een zwemles en een archief. ‘In Europa is op het gebied van instituten alles uitgekristalliseerd, waardoor je snel vast zit in je denken. Wij moeten altijd vanuit het niets beginnen, waardoor we veel flexibeler zijn. Daarom ben ik in Ghana gebleven. Juist om een heel nieuwe constellatie neer te zetten’, zegt hij.

‘Kinderen moeten leren hoop te hebben, en niet bang zijn om fouten te maken. Jonge mensen moeten weer in het leven en in de wereld geloven. Ook in dingen die dood zijn zit leven.’