Ook Litouwen deed niet mee aan de holocaust

Vilnius – Voor liefhebbers van sovjet-architectuur is het wegkwijnende gebouw verplichte kost: de begin jaren zeventig opgetrokken sport- en muziekhal in Vilnius. Wie het wil bewonderen, moet echter snel zijn. Turto bankas, de instantie die het onroerend goed van de Litouwse staat beheert, en twee joodse organisaties hebben een akkoord gesloten over renovatiewerkzaamheden. Die zullen het pand omtoveren tot een flitsende eigentijdse congres- en cultuurtempel.

Daarmee lijkt een einde te zijn gekomen aan een jarenlang steekspel tussen de overheid en de joodse gemeenschap (en begerige projectontwikkelaars). De inzet was niet zozeer het grauwe, met graffiti opgeluisterde bouwsel in stadsdeel Šnipiškės (even ten noorden van de historische binnenstad) zelf, maar de grond waarop het staat. Ooit bevond zich hier een joodse begraafplaats. De žydų kapinės, stammend uit de late vijftiende eeuw en de laatste rustplaats van belangrijke joodse schriftgeleerden, werd in 1831 op last van de tsaar gesloten. Vervolgens werd er een militair complex neergezet. De weinige overgebleven zerken verdwenen, toen de Sovjets dat rond 1950 weer afbraken voor de sport- en muziekhal.

Zeer waarschijnlijk liggen er nog altijd stoffelijke resten in de grond – die daarom voor de joden een grote symbolische waarde heeft. Zo’n tien jaar geleden zorgde de bouw van een appartementenblok op een aangrenzend perceel nog voor de nodige deining. Reden voor Turto bankas om nu een respectvolle en behoedzame manier van werken in het vooruitzicht te stellen.

Lang niet iedereen is echter overtuigd. Ruta Bloshtein, medewerkster van de afdeling-Judaïca van de Nationale Bibliotheek, volhardt in haar verzet – ‘De begraafplaats wordt voor de derde keer geschonden’ – en lanceerde reeds in 2016 een online-petitie tegen de moderniseringsplannen. Die is, wereldwijd, meer dan 46.000 maal ondertekend. Ook de Israëlische minister van Binnenlandse Zaken Aryeh Deri en leden van de Knesset zijn Bloshtein bijgevallen. Het heeft de kwestie in een bredere, meer beladen context geplaatst – juist omdat 95 procent van de Litouwse joden tijdens de holocaust werd vermoord, mede door wrede collaboratiepraktijken, draagt het land een speciale verantwoordelijkheid voor zijn joods cultureel erfgoed.

De relatie tussen de joodse gemeenschap en de Litouwse politiek staat inmiddels weer stevig onder druk. Arūnas Gumuliauskas, parlementslid namens een centristische partij (en historicus), heeft onlangs een wetsvoorstel ingediend, waarin te lezen valt dat ‘de Litouwse staat en natie niet hebben deelgenomen aan de holocaust, omdat zij in die periode werden bezet’.