Ook pragmatici kunnen zich ontpoppen tot klimaatleiders

Klimaatactivisten stonden niet bepaald te juichen toen Joe Biden de nominatie voor de Democratische presidentskandidaat in de wacht sleepte. Ze vonden hem te gematigd, een politieke windvaan zonder visie. Kon zo’n establishmentfiguur, die zich omringde met adviseurs uit de fossiele industrie en als vicepresident schaliegas promootte, serieus werk maken van een complete verbouwing van de Amerikaanse economie? Want met minder laat de opwarming van de aarde zich niet afremmen.

‘Dit is het beslissende decennium’, zei president Biden vorige week tijdens zijn openingsspeech van de door hem georganiseerde klimaattop. Het was een signaal aan de wereld: waar Trump de opwarming van de aarde nog afdeed als een hoax, beschouwt zijn opvolger het als een existentiële crisis. Biden beloofde dat de CO2-uitstoot van de grootste economie ter wereld in 2030 gehalveerd is, ten opzichte van 2005. Er komen meer bossen en minder kolencentrales, meer laadpalen en minder oliepijpleidingen. Om die beloftes te realiseren lanceerde Biden in zijn eerste honderd dagen alvast plannen om de infrastructuur op te lappen en hernieuwbare energie te stimuleren. De grote transformatie lijkt begonnen.

Biden en Rutte staan beiden niet bekend als ideologische hardliners

Een ‘Green New Deal’ wil Biden zijn klimaatplannen niet noemen – aan dat concept kleeft, zeker onder Republikeinse kiezers, het stempel van de ‘radical left’. Wel spiegelt hij zich graag aan de bedenker van de oorspronkelijke New Deal. Zoals Franklin Delano Roosevelt na de Grote Depressie het land uit de malaise hielp met een alomvattend overheidsprogramma, zo wil Biden biljoenen investeren om Amerika schoner en eerlijker te maken. Het is dan ook geen toeval dat Biden bij zijn intrede in de Oval Office een portret van fdr aan de muur hing. De geliefde oud-president is ‘een aansprekend icoon, iemand die het charisma en de autoriteit had om ingrijpende wijzigingen door te voeren’, schrijft amerikanist Sara Polak. En tegen veler verwachting in werpt Biden zich op als de leider die ‘het meest progressieve presidentschap van naoorlogs Amerika in de steigers heeft gezet’, constateert Casper Thomas, onze correspondent in Washington D.C..

Mark Rutte was niet uitgenodigd voor de virtuele klimaatconferentie. De demissionaire premier zal ook andere zaken aan zijn hoofd hebben, nu hij ondanks zijn verkiezingsoverwinning de belichaming is geworden van een verrotte bestuurscultuur en de ic’s nog altijd vol liggen met coronapatiënten. Had hij wel mogen spreken, dan zou hij zich ongetwijfeld hebben gepresenteerd als hartstochtelijk pleitbezorger van de groene zaak. ‘Er is absoluut geen alternatief!’ zei Rutte in 2018 tegen cnn vanaf de klimaattop in Polen. ‘Als we de doelen niet halen hebben we een enorm probleem.’ Eenmaal terug op het Binnenhof bleef er van die aanjagersrol weinig meer over. Tijdens de afgelopen campagne leken Rutte’s klimaatambities niet veel verder te reiken dan het bouwen van nieuwe kerncentrales. Van alle potentiële regeringspartijen heeft zijn vvd het minst milieuvriendelijke verkiezingsprogramma.

Elke vergelijking tussen Biden en Rutte gaat op vele fronten mank, maar één overeenkomst is dat ze geen van beiden bekendstaan als ideologische hardliners. Het zijn pragmatici, geen visionairen. Of zoals commentator Robert Reich het verwoordt in het artikel van Thomas: ‘Biden is politicus in de beste zin van het woord. Hij ziet de parade, rent er naartoe en gaat vooraan lopen – zolang die parade niet botst met zijn waarden.’ Dat Rutte zich tijdens een eventuele vierde ambtstermijn alsnog ontpopt tot een transformatieve leider van de klimaatparade is waarschijnlijk ijdele hoop, maar misschien bevat de Amerikaanse koerswijziging wel een les voor ons polderland: wanneer een ‘politieke windvaan’ aan de macht komt, kun je maar beter zorgen dat de wind uit de juiste richting waait.