Sciencepalooza

Ook vogels gebruiken straattaal

Het toenemende lawaai in almaar voller wordende steden zou ergernissen, slaapproblemen, oorsuizen en leerproblemen veroorzaken. Daarnaast zou het ook tot hoge bloeddruk en hart-en-vaatproblemen kunnen leiden. Genoeg redenen om naar een dorp te verhuizen waar je de vogeltjes nog wél hoort fluiten.

Medium wetenschap 16 2012 straattaal

Verrassenderwijs blijken niet alleen mensen last te hebben van het lawaai, ook vogels moeten zich aanpassen aan geluiden in de stad. Om een vrouwtje te bemachtigen, om een ander mannetje uit je terri­torium te jagen, werkelijk voor alle vogel­communicatie is kwetteren belangrijk. In een rumoerige stad kan het echter knap lastig worden een vrouwtje te bemachtigen als er net een vrachtwagen langsrijdt. Mensen gaan dan wat harder praten, maar de witkruingors, een klein vogeltje uit Noord-Amerika, heeft hier een veel slimmere oplossing voor bedacht.

Luis Baptista, een vogelonderzoeker uit de Verenigde Staten, had in de jaren zeventig op verschillende plaatsen in San Francisco het gekwetter van deze veel voor­komende vogeltjes opgenomen. Hij ontdekte drie dialecten: één in de stad en twee daarbuiten. Een onderzoekster uit Louisiana, Elizabeth Derryberry, herinnerde zich dit onderzoek en wilde weten of de vogeltjes door het toenemende stadslawaai anders waren gaan zingen. Na een lange zoektocht vond ze in 2003 de geluidsbanden terug. Ze bleken goed bewaard te zijn gebleven, wat een schat aan informatie zou opleveren voor de onderzoekers.

Elizabeth bezocht dezelfde plekken in de stad en nam wederom het gezang van de vogeltjes op. Vervolgens vergeleek ze de toonhoogtes van de oude en nieuwe liedjes en ontdekte dat de moderne vogelzang minder lage en meer hoge tonen bevatte dan het ouderwetse deuntje. Ook waren de drie verschillende dialecten gereduceerd tot twee: één in de stad en één daarbuiten. Alleen bij het stads­dialect waren de tonen hoger geworden, wat volgens de onder­zoekers onder druk van het toenemende stadgeruis zou hebben plaatsgevonden.

Derryberry wilde meer weten van deze bijzondere aanpassing van de witkruingorsen aan de stad. Met onderzoekers van het Smithsonian Migratory Bird Center in Washington DC heeft ze nu de stadsgeluiden in San Franscisco geanalyseerd. Aan de hand van het aantal auto’s dat de Golden Gate-brug passeerde kwamen ze, niet geheel onverwacht, tot de conclusie dat er tegenwoordig inderdaad meer achtergrondruis is dan in de jaren zeventig. Dit geruis bestaat voornamelijk uit lagere tonen, en dat zijn nu precies de tonen die ontbreken in het moderne gezang van de witkruingors! De vogels lijken dus hoger te zijn gaan kwetteren om de lage tonen te overstemmen.

Maar nu de meest spannende vraag van het nieuwe onderzoek: zouden de moderne vogels hun lager kwetterende voorouders nog kunnen verstaan? Daarvoor zochten de onderzoekers de witkruingorsen op midden in San Francisco. Gewapend met een iPod Shuffle met oude en nieuwe vogelgeluidjes en een speaker werden twintig mannelijke vogels aan hun experiment onderworpen.

Wat bleek: miscommunicatie alom. Vogels benaderden minder snel de rivaal (in dit geval dus een ­speaker), en waren minder geneigd om terug te kwetteren als de historische deuntjes werden afgespeeld. Kortom, de witkruingorsen herkenden alleen de moderne geluiden als die van soortgenoten. De historische geluiden lieten de vogels koud. In plaats van de stad te verlaten en naar het dorp te trekken, blijft de witkruingors dus lekker in de stad en past zich aan door gewoon een toontje hoger te zingen.