Tijd voor een sociale catharsis

Ook voor de theaterwereld geldt: we zijn niet zo heilig als we dachten

Het geliefde theaterwereldje van Sadettin Kirmiziyüz zit vol met viespeuken. Dit was geen geheim. ‘We keken weg, we zwegen, we roddelden, we oordeelden, maar ingrijpen deden we niet.’

Medium schermafbeelding 2017 11 03 om 11.48.44

De afgelopen weken kwam mijn geliefde theaterwereldje veelvuldig in het nieuws. Collega’s, kennissen en in enkele gevallen zelfs vrienden waren te gast bij talkshows, stuurden opiniestukken naar dagbladen of werden geïnterviewd op de radio.

Wat bleek? Mijn geliefde theaterwereldje blijkt vol te zitten met viespeuken, vooral mannen die hun handen niet thuis kunnen houden, oneerbare voorstellen doen en soms zelfs dreigen met maatregelen die carrières van – vooral vrouwelijke – studenten kunnen beëindigen.

Goh. Wat waren we verrast hè? Wat vielen onze monden open toen onze sociale media ontploften met de hashtag metoo. Och, och, och, hoe was het mogelijk dat die o zo geliefde theaterwereld van ons een poel des verderfs bleek te zijn, waar regisseurs en docenten met onderkinnen en dikke buiken die jonge actrices om hun vingers konden winden ze geile praat in de oren konden fluisteren en dit alles gewoon onder onze neuzen?

Het is heel simpel: omdat we een stel hypocrieten bij elkaar zijn.

Het was absoluut geen verrassing dat er aan de toneelscholen in Nederland seksuele relaties tussen docenten en studenten waren, maar (zo hield ik mijzelf lange tijd voor) dat moesten wel vrijwillige verhoudingen zijn, er was toch zeker een verschil tussen intimiteit en intimidatie?

Ik zat op een toneelschool waar meerdere docenten waren getrouwd met oud-studentes. Moet kunnen, dacht ik. Er is een verschil tussen intimiteit en intimidatie.

Toen twee jaar geleden een dozijn oud-toneelstudentes met hun verhalen over machtsmisbruik en ongewenst gedrag aan de Amsterdamse Toneelschool naar buiten traden, dacht ik, en met mij vele, vele anderen werkzaam in de podiumkunsten: ‘Dat werd tijd.’

Dat het vervolgens twee jaar duurde en er godbetert een hoge pief in Hollywood van zijn voetstuk moest vallen vooraleer wij hier in ons geliefde theaterwereldje de schellen van onze ogen lieten vallen, getuigt wat mij betreft nogmaals van die hypocrisie. Dappere jonge vrouwen zoals Cat Smits en Emma Pelckmans deden op televisie en in andere media hun verhaal. Dit was geen geheim. Ik herhaal: dit was geen geheim. In die zin heeft iedereen in mijn geliefde theaterwereldje vuile handen. We keken weg, we zwegen, we roddelden, we oordeelden, maar ingrijpen deden we niet, aanspreken deden we niet, in bescherming nemen deden we niet. Het waren onze zaken niet, hielden we onszelf voor, het was onze plaats niet, prentten we onszelf in.

Een van de eerste dingen die ik in mijn tijd aan de Toneelacademie Maastricht leerde, in de lessen dramaturgie, was dat er in toneelstukken die het aristotelische model volgen, met een begin een midden en een eind, altijd werd gestreefd naar een catharsis (uit het Grieks: reiniging), ‘de loutering van emoties die bij toeschouwers in een tragedie wordt teweeggebracht wanneer ze diepbewogen worden door angst en medelijden voor wat de personages meemaken’: Hamlet die de moord op zijn vader wreekt, Oedipus die zijn ogen uitsteekt, Antigone die eindelijk haar broer begraaft. Soms levert die catharsis een emotionele reactie op, denk bijvoorbeeld aan tranen van ontroering die bij het applaus over je wangen biggelen. Er kan ook nog een andere reactie zijn: de sociale catharsis, die zich buiten het theater in de samenleving kan voltrekken. De Franse socioloog Durkheim stelt dat er drie stappen zijn om zo’n sociale catharsis te laten slagen.

1: Na de emotionele reactie worden die emoties gedeeld. Dat delen werkt stimulerend voor anderen.
2: Dit leidt tot een sociaal effect, zoals sociale integratie en het versterken van bepaalde overtuigingen.
3: Individuen ervaren hernieuwd vertrouwen in het leven, kracht en zelfvertrouwen.

Ik heb lang getwijfeld of ik dit stuk zou schrijven, niet omdat ik bang ben dat ik daarmee carrière-technisch mijn eigen glazen zou ingooien, maar omdat ik – ja, laat ik in het kader van mijn eigen catharsis eerlijk zijn – tenslotte ook mijn mond heb gehouden, al die tijd.

Maar ik hou enorm veel van mijn werk, het theaterwereldje heb ik enorm lief, de mannen en de vrouwen die ik voor en achter de schermen tegenkom behoren tot mijn beste collega’s, grootste bondgenoten en trouwste vrienden. En ja, dat geliefde theaterwereldje heeft lijken in de kast. We zijn niet zo heilig als we dachten, als we onszelf voordoen. Tijd om die kast uit te ruimen en schoon te maken.