Religieus verzet

‘Ook voor elke poot ging Jezus dood’

Dat pastoor Pierre Valkering homoseksueel was wist iedereen in zijn Amsterdamse parochie. Toen hij er een boek over schreef werd hem het preken verboden. Over een voorhoedegevecht in een diep conservatief instituut.

Pastoor Valkering van de Vredeskerk in Amsterdam hoorde deze week dat hij zijn geliefde parochie niet meer mag leiden. © Frank Ruiter / Lumen

De gewezen pastoor Pierre Valkering stond in 2016 nog op heilige grond. Op het Sint-Pietersplein in Rome overhandigde hij de paus een Italiaanse vertaling van zijn boek. Het omslag daarvan wordt opgesierd door een regenboog, de inhoud is een verzameling uitvaarttoespraken voor homoseksuele aidsslachtoffers. Uitgesproken door de vooruitstrevende jezuïet en inmiddels overleden pater Jan van Kilsdonk. Gebundeld door Valkering zelf.

Als paus Franciscus zijn hand vastpakt, zijn andere hand op zijn onderarm legt en naar voren buigt om te luisteren, fluistert Valkering hem een aantal zinnen in zijn oor: over Van Kilsdonk en zijn omgang met homoseksuelen in Amsterdam en binnen de kerk. En om met dit alles rekening te houden wanneer het Vaticaan zich uitlaat over dit soort zaken. ‘Ik heb aandacht voor die mensen. Ik draag hen met mij mee in mijn hart’, antwoordt paus Franciscus. Waarna hij wegloopt met in zijn handen een bundeling van verhalen over homo’s in zijn kerk.

Op dat moment werkt Valkering al in het geheim aan een nieuw boek: Ontkleed niet naakt staan. Daarin beschrijft hij hoe een seksueel getroebleerde puber uitgroeit tot pastoor van een van de meest progressieve parochies van Nederland, die in De Pijp in Amsterdam. In het boek duikt een vriendje op dat hij ‘bloedjegeil’ noemt en worden beschrijvingen van darkrooms, nachten uitgaan, cruisen in parken en pornofilms afgewisseld met bespiegelingen over het priesterschap, het celibaat en katholicisme. Vlak voor het verschijnen van dat boek, drie maanden geleden, raadde een aantal mensen dat had meegelezen het hem af om te publiceren: ‘Ze maken gehakt van je’, zei iemand. Een vriend noemde het een ‘kamikazeactie’. De abt van het Benedictijnse klooster in Egmond schreef: ‘Je getuigenis heeft iets van de dwaasheid van Franciscus die op het stadsplein van Assisi zijn kleren naar zijn vader wierp.’

Die vrienden hebben gelijk gekregen. Valkering is het preken verboden; hij mag geen enkele priesterlijke taak meer uitvoeren. Drie maanden geleden werd hij gesuspendeerd. ‘Dat betekent letterlijk dat je eronder hangt. En dat is ook zo. Ik hang letterlijk onder het systeem, ik bungel in het luchtledige’, vertelt hij in de sjofele studeerkamer van de pastorie, te midden van stapels papier en boekenkasten die tot aan het plafond reiken. De kerkklokken van de door hem zo geliefde aangrenzende Vredeskerk zijn goed te horen hier. ‘Het zou ongelooflijk jammer zijn als ik weg zou moeten.’ Deze week, enkele weken na het interview, maakte het bisdom bekend dat zelfs als zijn schorsing wordt opgeheven, Valkering niet in deze parochie kan terugkeren.

Zijn spijkerbroek met omgeslagen pijpjes, hipsterknotje en antracietgrijze overhemd waar losjes een collaar – een ronde priesterboord – uit de kraag hangt, contrasteren met de gedragen manier van praten die hij moet hebben overgehouden aan het preken. Ze representeren tevens de twee identiteiten die hij al een leven lang met zich meedraagt. ‘Ik ben heel duidelijk een kind van mijn tijd, de jaren zestig. De jaren van economische groei en bloei, vrijheid op allerlei manieren in de samenleving. In die tijd scheen de zon. Die kwam ook de kerkmuren binnen, ook God en Jezus kwamen in dat licht te staan.’

Als kleuter opgroeiend in Noord-Holland raakt hij begeesterd door de kerk. ‘Als kind krijg je het geloof met de paplepel ingegoten en bij mij kwam dat heel goed binnen. Ik vond het allemaal prachtig, ik was een kind met een grote verbeelding. Ik leefde met sprookjes en poppenkasten. Het geloof lag in het verlengde daarvan. Sindsdien ben ik met Jezus en de hele rataplan gaan leven.’ Als hij zich als kind in jurken tooit, zet hij ook graag een sinterklaasmijter op.

Parallel aan de liefde voor de kerk ontluikt zijn homoseksualiteit, eerst in de vorm van een fascinatie voor ribfluwelen en spijkerbroeken. Zo herinnert hij zich dat hij op schoot zit bij een jonge oom en een prettige ervaring heeft wanneer deze over zijn been aait. Als hij elf jaar oud is, krijgt hij aandacht voor klasgenoten en de ‘door ribfluwelen broeken omspannen edele delen van bepaalde jongens’.

Geen moment botsen die twee identiteiten. Zelfs niet wanneer Valkering theologie gaat studeren in Amsterdam, waar de bevrijdende energie uit die tijd zelfs tot de studielokalen en christelijke woongroep doordringt. De ene na de andere priester in spe komt uit de kast. Tijdens Roze Zaterdag trekt Valkering met huisgenoten naar Leiden met een processiekruis en spandoeken met leuzen als: ‘Ook voor elke poot ging Jezus dood’. Iemand tooit zich die dag in een speciaal op de kop getikte roze kazuifel; het soort kledingstuk dat Valkering droeg voor zijn feestelijke mis met boekpresentatie eerder dit jaar.

Pas na zijn afstuderen komen zijn homoseksualiteit en diepe geloofsovertuiging voor het eerst in conflict. Wanneer hij als pastoraal werker aan de slag gaat, ziet hij zich gedwongen om een ander postadres en telefoonnummer te nemen dan die hij deelt met zijn Amerikaanse vriend in De Pijp. Het is een fraai staaltje pia fraus, vroom bedrog. ‘Ze hebben geen recht op jouw waarheid, omdat het zelf geen waarachtige mensen zijn’, zei de onder studenten en homoseksuelen populaire Pater van Kilsdonk hem toen. Een man die in die tijd als een vader voor hem wordt en zelfs huilt van opluchting, wanneer blijkt dat Valkering als student geen hiv heeft opgelopen.

Na de ontmoeting met de paus in 2016 krijgt hij bericht dat bisschop Jos Punt not amused is over zijn bezoek aan het Vaticaan. Kort daarna verbiedt hij Valkering om mee te varen op een boot tijdens de jaarlijkse Canal Parade. Valkering zwicht maar gaat toch naar de kade met in zijn kielzog de camera’s van de Amsterdamse zender at5. Hij zwaait de boot uit en maakt nog een aantal statements zoals: ‘De roomse kerk schittert hier door afwezigheid.’ Rond die tijd zou bisschop Punt al eens hebben gevraagd of de rebellerende pastoor zich wel aan het celibaat hield. Een duidelijk antwoord kreeg hij dit voorjaar toen Valkering gekleed in een roze kazuifel in een volle Vredeskerk zijn boek vol seksuele ontboezemingen overhandigde aan Boris Dittrich, een prominent voorvechter voor homorechten. Op de achterkant van dat boek staat de ronkende tekst: ‘Welke prijs moet hij eventueel betalen voor deze coming-out?’ Waarmee de actie aansluit bij een lange reeks van provocaties en berispingen vanuit het bisdom. Dat hij deze keer echt te ver ging, wist hij. ‘Het verschil is dat ik over mijzelf heb gesproken. Dat is een groot verschil. Eerder ging het over “het thema”. Nu heb ik mijn eigen seksualiteit ingebracht en dat staat natuurlijk op gespannen voet met hoe de kerk idealiter haar priesters ziet.’

Het bisdom benadrukt dat de suspensie niets met zijn geaardheid te maken heeft. ‘Uiteraard was de homofiele geaardheid van pastoor Valkering al jaren bekend, maar niet zijn langdurige schending van zijn celibaat’, laat een woordvoerder van bisschop Punt weten. ‘Ook als een priester na allerlei seksuele escapades (hetero- of homoseksueel) gewoon weer de heilige eucharistie viert, wordt dit binnen de kerk als ernstig gezien.’

Wat Valkering betreft kan zijn kwestie niet gereduceerd worden tot het celibaat. Toen hij als elfjarige ontdekte homoseksueel te zijn, volgde er een lange periode van zwijgen. ‘Waarin ik met niemand kon spreken, behalve met God en in het gebed.’ De keuze voor het celibaat was aanvankelijk een uitweg die volgens hem vele katholieke priesters hebben gevonden: dan maar helemaal geen intimiteit. ‘Steeds meer zie ik in hoe traumatisch en sterk medebepalend voor mijn volwassen leven, ook als priester, die periode is geweest. Begrip daarvoor, laat staan compassie, lijkt echter geheel afwezig te zijn.’

‘Gedreven door zelfhaat wordt er een kruistocht gevoerd tegen homoseksualiteit door mensen die zelf homoseksueel zijn’

Hij voelt zich gesterkt door de studie van de Franse socioloog Frédéric Martel, die begin dit jaar in zijn studie Sodoma beschreef hoe de meerderheid van de kardinalen in het Vaticaan homoseksueel is. ‘Gedreven door zelfhaat wordt er een kruistocht gevoerd tegen homoseksualiteit door mensen die zelf homoseksueel zijn. Gelovigen zien dat en verliezen hun vertrouwen in het instituut dat juist het geloof levend moet houden. Ik denk dat het broodnodig is dat wij elkaar de waarheid vertellen. Nu doet men alsof dit boek gaat over individuele zondigheid. Alsof dit alleen maar gaat over mijn worsteling met het celibaat.’

Heeft u het hun niet te makkelijk gemaakt? U staat pontificaal op de voorkant van een boek dat zeer persoonlijk is. Kritische collega’s maar ook welwillende lezers zetten het weg als een egodocument.

‘Je kunt niet authentiek over dit probleem spreken als je niet je eigen verbinding expliciteert. Anders krijg je weer dat schimmenspel dat zo kenmerkend is voor dit thema. Dat is juist onderdeel van het probleem.’ Valkering valt even stil en zegt dan langzaam formulerend: ‘Ik snap best dat ik het de kerk moeilijk maak. Die details over mijn seksleven kunnen misschien schokkend zijn. Maar ze zijn niet uniek, ik ben niet uniek. Wat heeft gespeeld in mijn leven speelt voor tal van priesters.’

Het bisdom maar ook anderen hadden in plaats van een openbare biecht liever gehad dat u het direct met hen had besproken.

‘Binnen de kerk is het heel moeilijk om hierover te praten, dat kun je zien aan eerdere reacties. In die zin was dit een noodsprong. Laat ik daar maar mee volstaan.’

‘You are living a lie’, is een uitspraak die Valkering zich nog altijd herinnert. Begin deze eeuw hoorde hij van een kortstondige liefde uit Noorwegen dat iemand dat over hem had gezegd. Het typeert het dubbele front waarop Valkering opereert. Terwijl hij binnen de kerk probeert de grenzen op te rekken en daar soms met twee benen overheen stapt, snappen vele ongelovigen niet hoe hij vertegenwoordiger kan zijn van een kerk die zich tegen homoseksuelen keert. ‘Dat begrijp ik. Het levensgeluk van homo’s wordt ondergraven door de kerk. Daarmee worden levens beschadigd.’

Kiezen tussen de twee identiteiten wil en kan hij niet – dus probeert hij ze te verenigen. ‘Er zijn oneindig veel mensen die in de afgelopen decennia afscheid hebben genomen van de kerk. Vaak vanwege dit soort thema’s. Gewone gelovigen in Nederland zijn in overgrote meerderheid helemaal niet gelukkig met hoe de leiding van hun kerk zich opstelt en stappen op. Ik ben altijd voor dit geloof blijven staan – al denk ik soms ook: hebben zij die het verlieten nou gelijk? Of heb ik gelijk?’ Al vindt hij het antwoord op die vraag niet echt interessant. ‘Mijn homoseksualiteit en mijn geloof zitten diep in mij. Ik kan dat niet loslaten. Net als dat je niet van de wereld kunt stappen, kan ik niet uit mijzelf stappen.’

Het schimmenspel dat Valkering de afgelopen 25 jaar speelde, leidt tot ingewikkelde situaties. Zo trouwt en zegent hij als priester geen huwelijken van mensen van hetzelfde geslacht. Iets wat hem nog altijd steekt. Wanneer een van zijn beste vrienden hem niet vraagt om zijn huwelijk met een andere man te voltrekken is hij opgelucht, een gevoel dat hij ‘bitterzoet’ noemt.

‘Er zijn veel homoseksuelen die hier op de kerkbanken zitten. Mensen die gelovig zijn. Maar als zij zich willen laten verbinden moet dat heimelijk, haast illegaal, gebeuren. Als je daar als priester aan meewerkt zijn de rapen gaar.’ Ook hier zoekt hij de randen op van wat kan. Zo werkt hij soms toch mee aan ‘relatievieringen’ maar verschijnt dan als privépersoon, gekleed in een zwart jasje met een rood T-shirt. ‘Ik verzwijg dan niet dat ik priester ben, maar toch is het dubbel.’

‘Het is broodnodig dat wij elkaar de waarheid vertellen’. © Frank Ruiter / Lumen

Het is maar de vraag in hoeverre Valkering zijn werelden kan verenigen. De bijval vanuit de samenleving was weliswaar groot: talkshows nodigden de priester uit, journalisten kwamen welwillend luisteren en Femke Halsema stuurde als Amsterdamse burgemeester een bos bloemen naar de pastorie. Maar binnen de kerk is steun zeldzaam. ‘Opinievormend en politiek correct Nederland buitelde over elkaar heen om begrip te tonen voor de Amsterdamse priester’, schreef pastoor Bernard Zweers in Trouw. Hij verwijt Valkering een onemanshow te hebben opgevoerd over de rug van zijn parochianen. ‘Waarin hij geen respect toont voor hun gevoelens maar alleen zijn eigen streven centraal stelt. Ik vind dat laakbaar en schrijnend.’

Gevraagd naar steun vanuit de kerk staat Valkering op, loopt naar een bureau en bladert door stapels correspondentie en krantenartikelen. ‘Ik vrees dat je gelijk hebt. Ik heb weliswaar 27 brieven ontvangen van priesters waarvan er achttien bevestigend waren. Maar publiekelijk zijn er nauwelijks evident ondersteunende geluiden van collega’s geweest.’

‘Het levensgeluk van homo’s wordt ondergraven door de kerk. Daarmee worden levens beschadigd’

Een van de pastoors die zich via het Nederlands Dagblad publiekelijk uitspraken tegen Valkering is Jan-Jaap van Peperstraten. ‘Ik mag Pierre graag en ben vooral verdrietig over de situatie. Toch ken ik geen enkele pastoor die Pierre hierin steunt, ongeacht politieke “kleur”. Hij is zo radicaal buiten zijn wijdingsbeloften gaan staan dat niemand er wat mee kan. Hij zegt eigenlijk dat hij zich nooit echt aan het celibaat heeft gehouden. Dat is toch wat anders dan een priester die na jaren worstelen dan toch een keer door het ijs zakt. Die kan nog wel rekenen op sympathie.’

Uw grote voorbeeld, de progressieve jezuïet pater Van Kilsdonk, werd in 1962 ook geschorst door de kerk omdat hij kritiek had op bisschoppen en de paus. Hij voelde zich verraden door de mensen die het wel met hem eens waren maar die hem in het openbaar niet durfden te steunen. Is er wel iets veranderd binnen de kerk?

‘De suspensieperiode van Van Kilsdonk viel gelukkig samen met de geweldige dynamiek die leidde tot het Tweede Vaticaans Concilie. Aggiornamento was de term uit die tijd: het bij de tijd brengen van de kerk. Het meer laten aansluiten bij wat mensen ervaren en beleven. Plots mochten we de mis vieren in de volkstaal en er kwamen zelfs beatmissen. De kerk ging mee in die culturele omslag. De schorsing van Van Kilsdonk was een achterhoedegevecht van conservatieven.’

Uw parochie is een progressief eiland in een traditioneel instituut. Een Gallisch dorp. Bent u niet degene die een achterhoedegevecht voert?

‘Of het een achterhoedegevecht is weet ik niet.’ Hij denkt na. ‘Wat ik wel weet is dat ik dit moest doen omdat het voor mijzelf relevant is en in mijn optiek voor alle gelovigen. Kort na de jaren zestig keek Rome naar Nederland en dacht: het ontspoort allemaal. Daarop heeft de kerk geprobeerd dat te corrigeren door bisschoppen te benoemen van een behoudende snit. Die moesten dat ontspoorde kerkvolkje weer in het gareel brengen. Dat heeft behoorlijke spanning en een grote strijd opgeleverd, die strijd is er nog altijd.

De aandacht voor uw zaak is verdwenen maar u bent nog steeds geschorst. Hoe gaat u uw strijd levend houden?

‘Ik heb mijn bijdrage geleverd. Het is de vraag wat het gaat doen. Of het überhaupt iets heeft betekend en of het verandering gaat brengen. Dat kun je niet helemaal traceren, dat heb je niet in de hand. Ik moet het nu loslaten.’

Valkering zit nu op de achterste bank van de Vredeskerk. Met Pasen, twee weken na zijn spectaculaire coming-out en schorsing, besloot hij terug te komen als gewone kerkganger. ‘Sommige parochianen waren wat schuw. Maar de meesten zijn hartelijk en ondersteunend. Voor sommigen was het wel alsof ze water zagen branden, alsof ze een verschijning kregen, toen ik daar zat op die laatste rij. Alsof ik uit de dood was opgestaan, wat dan weer heel goed aansloot bij de tijd van het jaar.’ Met het bisdom heeft hij verschillende gesprekken gevoerd en er is correspondentie. Of hij ooit terugkeert als pastoor? ‘Ik weet het echt niet. Spijt heb ik niet. Dat had ik denk ik wel gehad als ik het niet had gedaan.’ Terug naar de Vredeskerk kan dus sinds afgelopen week niet meer, en mocht hij ergens anders pastoor willen zijn, dan moet hij zich houden aan de strikte lezing van het celibaat.

U staat voor een ingewikkeld dilemma: als u terugkeert moet u zich houden aan het celibaat en moet u afstand doen van uw eigen idee daarover. En afstand nemen van dat deel van uw identiteit.

‘Het is voor mij zonneklaar dat ik als priester niet verder kan als ik mij na publicatie van dit boek niet conformeer aan het celibaat, zoals de kerk dat voor de priesters wenst. Met de publicatie van dit boek heb ik mij gebonden. Ik heb al verklaard dat ik mij al langere tijd aan het celibaat in strikte zin houd en dat zal blijven doen. Dit dilemma is dus inmiddels non-existent.’

Toch neemt u afscheid van iets wat u vindt en waar u voor strijdt.

‘Ja’, zegt Valkering zachtjes, waarna hij secondenlang zwijgt. De langste stilte uit het gesprek. ‘Ik heb een eigen invulling die heel wezenlijk is. Maar ik kan mij aanpassen aan de kerkelijke visie. Inmiddels kan ik dat.’

Is dat een concessie aan uw eigen ideaal?

‘Ja’, hij is weer stil. ‘Dat moet dan maar. Daar komt het eigenlijk wel op neer. Ik hoop vooral dat ik terugkom.’