Oom wanja (1) toneel

Tsjechovs Oom Wanja is het drama van de stilstand. Het merendeel van de personages beweegt niet. Fysiek doen ze van alles, maar geestelijk staat hun leven stil. Ze leven op een landgoed en lijken tot elkaar veroordeeld. De stilstand is hen tot een loden last geworden.

Het ontwerpersduo van deze productie (Geert van der Velden, decor; Imeen Rijsdijk, licht) heeft voor de benauwende toestand waarin deze mensen verkeren een gigantische klem ontworpen: een in geel uitgevoerde dubbele vijfhoek, een hellende speelvloer en een in spiegelbeeld geplaatst plafond. Rechtsachter is in de vloer een rechthoekig gat uitgespaard, waar sommige personages af en toe suggestief in kijken - als naar een kelder waar hun vroegere idealen in zijn opgestapeld.
Naast het gat in de vloer zit de mater familias, Marija (Annelies van der Bie). Zij leest pamfletten van intellectuelen die zichzelf tegenspreken. In het tweede bedrijf, waarin iedereen voortdurend wil slapen maar dat niet doet, is zij de enige die slaapt: op haar stoel, in een innige omarming met een stapel boeken.
Centrale personages zijn Wanja (Maarten Wansink) en Sonja (Debbie Korper). Zij beheren dit landgoed. En in de avonduren beheerden zij vroeger het geestelijk eigendom van de pater familias, de gepensioneerde professor in de kunstgeschiedenis Alexander (Joop Doderer).
Na de dood van zijn eerste vrouw, dochter van Marije en zus van Wanja, heeft hij besloten een jongere vrouw te trouwen, de beeldschone Helena (Marleen Stoltz). Die brengt nogal wat heren op het landgoed het hoofd op hol, onder wie Wanja en de inwonende huisarts Astrov (Cees Geel), die weer heimelijk wordt begeerd door Sonja. Inwonend zijn verder Telegin, een aan lager wal geraakte grootgrondbezitter (Gerrit Bons), en Marina, een huishoudster (Truus Dekker).
Al deze mensen draaien vier bedrijven om elkaar heen zonder elkaar werkelijk te raken. Ivar van Urk laat dat in zijn regie om te beginnen zien door in het eerste bedrijf niks te laten gebeuren. Men drentelt wat heen en weer, men komt op en gaat weer af, men zit wat zompig aan een tafel, men luistert naar een distributieradio, men drinkt, men deelt wat katten naar elkaar uit - maar er gebeurt he-le-maal niks! Dat lijkt dodelijk. Maar er hangt een zinderende spanning in de lucht.
Ik moest denken aan Peter Zadeks enscenering van De kersentuin in het afgelopen Holland Festival. Daar gingen de acteurs in het eerste bedrijf ook tot op de bodem van de nikserigheid. De kostumering had in die voorstelling net zo'n hoog lulligheidsgehalte als hier (ontwerp: Lukas Kwant). Sonja loopt rond in een ouderwets soort broekpakje met daaroverheen een doorschijnend zwart partyjurkje. Helena, de femme fatale van het stuk, drentelt heen en weer in een strakke jurk met een iets te nadrukkelijke split. Astrov, de homme fatale, zit strak in de kleren en heeft een opvallend gebleekt kapsel. Alles is één tandje te vet aangezet. En wanneer na het eerste bedrijf de zompige (house?)muziek weer aangaat, denk je als toeschouwer: in welk gekkenhuis zijn we beland? Precies de goeie ingang tot de rest van het stuk. Ivar van Urk en zijn mensen gaan hierna stevig incasseren. (wordt vervolgd)