Oorblazers

De bijbel. Uitg. Nederlands Bijbel Genootschap, 1253 blz.
Na het kleurrijke, meeslepende Oude Testament, deel een van de Heilige Schrift, valt deel twee, het Nieuwe Testament, eigenlijk tegen, wat wel vaker voorkomt na het debuut van een beginnend auteur. De positieve held in dit boek is Jezus van Nazareth, een timmermanszoon uit Galilea, maar vooral een theologische wizz kid. Hij is spraakwaterverslaafd maar goed voor zijn moeder.

Eigenlijk is hij zo goed voor iedereen dat hij besluit zich ten behoeve van de mensheid te offeren. Zijn zwerftocht door het Heilige Land, gekenmerkt door goochelkunsten en orakelspreuken, eindigt in een buitenwijk van Jeruzalem, waar hij op wrede wijze door het Romeinse bezettingsleger om het leven wordt gebracht. Het zijn onmiskenbaar aangrijpende bladzijden. Niettemin, om onduidelijke redenen wordt dit verhaal niet minder dan vier keer verteld, in onderling sterk afwijkende versies - zonder verklarende voetnoten.
Viel het Oude Testament te beschouwen als een vooruitstrevende, haast postmoderne mengvorm van geschiedschrijving, epiek, zedenleer, horror en vaak uitstekende poezie, het Nieuwe Testament is daarentegen conventioneler van structuur. De gemiste kans is het portret van Judas Iskarioth, Van Nazareths dissidente antipode. Hij levert zijn chef voor het schertsbedrag van dertig zilverlingen over aan zijn tegenstanders, een stap die psychologisch noch politiek aannemelijk wordt gemaakt. Ook de andere bijfiguren komen niet erg uit de verf: de kleingeestelijke Thomas noch de lichtelijk debiele Thomas, de lamenterende Maria noch de in zijn warrige peroraties onmiskenbaar op de New Age vooruitlopende Johannes.
De meeste persoonlijkheid (zij het in negatieve zin) heeft uiteindelijk de discipel Paulus, die eigenlijk Saulus heette. Hij werd na het overlijden van Van Nazareth chef van de firma. Die is er, zo te zien, onder zijn leiding niet op vooruitgegaan. Had het geredekavel van Van Nazareth nog iets van sociale relevantie waar hij sprak over de noodzaak van het spijzen der hongerigen en het drenken der dorstigen, zijn opvolger Paulus (dus eigenlijk Saulus) ontwikkelde zich al spoedig tot een onvervalste seksist en homohater, een geharnast bestrijder van ‘mannen (die) de natuurlijke omgang met de vrouw hebben opgegeven, in wellust voor elkaar ontbrand, als mannen met mannen schandelijkheid bedrijvend, vervuld van allerlei onrechtvaardigheid, boosheid, hebzucht en slechtheid, vol nijd, moord, twist, list en kwaadaardigheid, oorblazers, lasteraars, haters van God, verwatenen, overmoedigen, grootsprekers, vindingrijk in het kwaad, hun ouders ongehoorzaam, onverstandig, onbestendig, zonder hart of barmhartigheid.’
Wat oorblazers zijn, wordt in de tekst niet toegelicht. Wij, die weten dat de (katholieke) kerk vandaag de dag zonder de actieve steun van gelijkgeslachtelijk georienteerde functionarissen in grote personeelsproblemen zou zitten, zullen het oordeel van deze Paulus (eigenlijk Saulus) niet anders dan schromelijk onrechtvaardig ervaren.
Verhaaltechnisch vertoont het boek nogal wat feilen. De dialogen zijn zwak. De vele zijwegen die worden ingeslagen werken al spoedig een zekere monotonie in de hand, terwijl het hier bepaald niet om de meest oninteressante jaren uit de geschiedenis gaat. Een gemiste kans, jammer, een bekwame eindredacteur had wellicht nog iets van het manuscript kunnen redden.