Oorlog

‘Alle oorlogvoering is gebaseerd op misleiding’, lees ik in De kunst van het oorlogvoeren van Sun Tzu. Het is het oudste geschrift waaruit je kunt leren hoe je oorlog moet voeren.

Volgens de flaptekst van de uitgave waar ik af en toe in zit te bladeren, is het geschrift in onze tijd geschikt voor gebruik in de economische wereld. Niet alleen voetbal is oorlog, ook economie is oorlog.

Maar: ook oorlog is oorlog. Onder de aanbevelingen van Sun Tzu: ‘Als u kundig bent, lijk dan onkundig; als u actief bent, lijk dan passief.’ En: ‘Val aan waar hij onvoorbereid is; val aan waar hij u niet verwacht.’

Is het handig de strijd tegen het hedendaagse terrorisme oorlog te noemen? Er is veel over gezegd, en daar valt weinig aan toe te voegen. Wim Noordhoek haalde in zijn Avondlog het bekende strijdlied aan dat het Franse parlement onlangs zong:

Te wapen, burgers!

Vormt uw bataljons!

Laten we marcheren, marcheren,

Zodat het onreine bloed

onze voren doordrenkt.

Terwijl ik dit zit te schrijven, blijkt Navo-bondgenoot Turkije een Russisch vliegtuig te hebben neergeschoten. Hoeveel oorlogen woeden er op dit moment? Sommige zijn vlakbij, andere niet heel ver weg. Is er enig idee hoe ze tot een einde kunnen worden gebracht? Wordt erover nagedacht wat er na die oorlogen moet gebeuren?

Sun Tzu: ‘Als u zowel uw vijand als uzelf niet kent, kunt u er zeker van zijn bij elk gevecht gevaar te lopen.’

Dit weekeinde zag ik een van de laatste uitzendingen van de Joodse Omroep. Die wordt tussen neus en lippen op dit moment aan zijn einde geholpen, maar dat terzijde. Zolang de netmanager ervoor zorgt dat Boer zoekt vrouw op prime time wordt uitgezonden, is er met Nederland niets ernstigs aan de hand. Maar ook dit: terzijde.

De Joodse Omroep zond een prachtige film uit over Spinoza: maar liefst anderhalf uur informatie over zijn leven, de ontwikkeling van zijn denkbeelden en zijn invloed op onze huidige wereld. Het was een opbeurende onderbreking van de niet-aflatende stroom van narigheid op de televisie. Opbeurend omdat je in de film zag hoe in een gelovige omgeving iemand op eigen houtje atheïst kon worden. Of misschien beter: pantheïst. En in ieder geval: iemand in wiens denken geen rol is weggelegd voor profetieën.

Aan het eind van de film kwam Spinoza’s beroemde uitspraak in beeld: ‘Het is belangrijk het menselijk handelen niet te bespotten, niet te betreuren, niet te veroordelen, maar te begrijpen.’

Dat lijkt me een wijs beginsel. Maar als ik het serieus neem, daar ben ik erg toe geneigd, dan moet ik ook het enthousiasme begrijpen waarmee mensen oorlogen beginnen. Dat is me tot nu toe wel eens gedeeltelijk, maar nooit helemaal gelukt.