Toneel

‘Oorlog en ontucht raken nooit uit de mode’

TONEEL Troilus en Cressida

‘We zijn in Troje’, zegt de proloogspreker in William Shakespeare’s Troilus en Cressida (1602). Het beleg van Troje door de Grieken is in zijn laatste fase. De militairen vervelen zich. Achilles, de Griekse held, wil niet meer vechten. Hector, de Trojaanse koningszoon, is ongeduldig. Zijn broer Troilus heeft andere zorgen: hij is verliefd op de Griekse Cressida, die binnen de muren van Troje wordt gegijzeld. Grote Liefde in tijden van oorlog – geen gelukkige combinatie. Daarover handelt dit ambivalente toneelstuk, dat ontstond tussen Hamlet en Othello. In de bewerking die de jonge regisseur Floris van Delft bij het Noord Nederlands Toneel van dit stuk maakte (twee uur zonder pauze) benadrukt hij dat oorlog een mannenzaak is. De enige volgroeide vrouwenrol in zijn adaptatie is Cressida, een verdwaalde vamp, die dat weliswaar niet wil zijn, maar die het spel wel móet meespelen, ongelukkigerwijs in beide kampen – ze wordt na haar huwelijksnacht uitgeruild. Cressida is de enige grote verliezer.

In de eerste twintig minuten wordt de oorlog-als-gezelschapsspel verbeeld door het gooien met water. Na tien minuten dacht ik: dit gaan we toch niet de volle twee uur doen? Ik kon nauwelijks tekst verstaan. Het waterballet hield net op tijd op. Het verhaal van Troilus en Cressida is dubbelzinnig. De deskundigen hebben nooit raad geweten met dit stuk. Ze noemen het een problem-play. Wat vooral verwijst naar de vraag: is dit nu een historisch stuk, een liefdestragedie of studentencabaret? Floris van Delft houdt zich met die vragen niet bezig. Hij toont vooral dat oorlog op den duur iedereen gek maakt. Als cliché lekker makkelijk. Maar maak van een cliché maar eens een mooie toneelvoorstelling.

Daarin slagen regisseur en ensemble. Ze hebben goed naar de ritmes in de partituur van Shakespeare geluisterd. Op momenten leggen ze de _hit and run-_anarchie van de enscenering stil. Dan krijgen we de kans te luisteren naar bespiegelingen. Over het verlangen naar orde in tijden van wanorde. We luisteren naar scherpe dialogen. Over hoe geile lust, verliefdheid, jaloezie en trouw een kansloze strijd voeren – in het prachtige spel van Sophie van Winden (Cressida) en Yorick Zwart (Troilus). Die hier tegen het einde van het stuk een huiveringwekkende, rechtstreekse confrontatie hebben, die Shakespeare als monologues intéreurs heeft geschreven – mooie ingreep van de regie. Het naderende einde van de Trojaanse oorlog zit bij Shakespeare vol wreedheid. In deze voorstelling worden die wreedheden achteloos afgewerkt. De Trojaanse muren worden nonchalant gesloopt. Een Griekse generaal leest vanachter de batterij microfoons (het Griekse kamp) de lijst voor van de doden. De dood als persconferentie, zonder gelegenheid tot het stellen van vragen. De cynische commentator Thersites (voor mij dé ontdekking van de avond: Jef Hoogmartens) zegt: ‘Ontucht, ontucht, altijd maar oorlog en ontucht. Die raken nooit uit de mode. Dat ze aan hun eigen hitsigheid kreperen!’ Kort daarop draagt de ontketende Achilles het ontzielde lijf op van zijn jonge minnaar Patroclos. Hij doet een lijkwassing. Hij laadt zich op voor wraak. Oorlog als routine, in verbluffende beelden, van een ijzige eenvoud. Troilus heeft tot slot nog even het hoogste en het laatste woord. Zijn gedumpte minnares Cressida zit dan naast het volgekotste pierebad stilletjes te janken.

Troilus en Cressida, Noord Nederlands Toneel, De Machinefabriek Groningen, tot en met 21 oktober. www.nnt.nl