Buitenland

Oorlog in beelden

Voor het elimineren van Castro zette de CIA nog explosieve sigaren en giftige shampoo in; voor het afzetten van Saddam Hoessein experimenteerde zij met vervalste home videos van de dictator en zijn intieme daden met kleine jongens. Het illustreert in een notendop onze omslag naar een beeldcultuur met een krankzinnige omloopsnelheid. Beelden hoeven daarin niet waar te zijn als ze hun effect maar hebben. Zo kan het dat de wereld, lang voordat de hulpvloot voor Gaza vorige week de haven in werd gesleept, al uitgebreid had kunnen kijken naar de overval door Israëlische commando’s op volle zee. De persafdeling van de Israëlische regering had ruim voor de avondjournaals een collage klaar van beelden uit verschillende standpunten en van verschillende schepen, Al Jazeera bediende het publiek met live commentaar, tot u gebracht door verslaggevers naast ernstig gewonde activisten.
De filosoof Jean Baudrillard had dit meteen herkend. Hij beschreef al begin jaren tachtig dat onze perceptie van de werkelijkheid steeds meer bestaat uit beelden die ons door massamedia worden aangereikt. De relatie van die beelden tot de werkelijkheid wordt steeds onduidelijker en steeds minder belangrijk. De beelden zelf worden onze werkelijkheid en daarmee wordt het aanreiken van die beelden de sleutel tot hoe de werkelijkheid wordt beleefd en herinnerd.
Hoe krachtig beelden kunnen zijn werd voor het eerst duidelijk tijdens de Vietnamoorlog. Die sudderde al jaren tot de beruchte executiefoto van een Vietcong-strijder bijna op eigen kracht de sluimerende protestbeweging in de VS veranderde in een massaprotest - binnen twee maanden na publicatie had president Johnson zijn terugtreden aangekondigd. Als reactie hield het Amerikaanse leger de pers zeer strak tijdens de Golfoorlog, die prompt werd beëindigd na de eerste beelden van verkoolde Iraakse soldaten.
Voor de lange termijn was het echter belangrijker wat de emir van Koeweit deed. Zijn regering huurde zo'n twintig reclamebureaus in om het Amerikaanse publiek achter een invasie van Koeweit te krijgen. Zij begonnen prompt beelden te fabriceren van huilende Koeweiti’s en wrede Irakezen, met als dieptepunt een huilend meisje dat het Congres (en de camera’s) vertelde hoe Iraakse soldaten 321 baby’s hadden laten sterven door hun couveuses te stelen - een door reclamebureau Hill&Knowlton verzonnen leugen die werd geslikt van president Bush sr. tot aan Amnesty International.
De noviteit lag niet in de leugens, maar in de schijnbaar onverzadigbare beeld- en informatiehonger van door concurrentie en informatiesnelheid opgejaagde media: ‘Eerst uitzenden, dan checken’ was de nieuwe mantra. Redacties bleken niet bestand tegen vlak voor de deadline aangeleverd kant-en-klaar materiaal. In de jaren negentig profiteerden de opstandige deelrepublieken van Joegoslavië het meest van het nieuwe mediamanagement; de grootste verliezers waren de Rwandezen, die buiten het bereik van de camera’s stierven.
Het Amerikaanse leger was van dit alles bijzonder onder de indruk en schoof het zojuist uitgevonden Information Warfare boven aan de prioriteitenlijst. Vaste mediapartner hierbij is sinds jaar en dag The Rendon Group, die ervoor had gezorgd dat er duizenden Amerikaanse vlaggetjes aanwezig waren toen het Amerikaanse leger en de persploegen Koeweit Stad binnenrolden. 'Ik ben een informatiestrijder, een perceptiemanager’, legde John Rendon eens uit. Het legt hem geen windeieren: zijn groep haalde miljoenen dollars binnen toen het om Haïti, Kosovo en de war on drugs ging en tientallen miljoenen, volgens onderzoeksartikelen in The New Republic en The New Yorker, tijdens de oorlogen in Irak en Afghanistan.
Rendons groep benadert Amerika’s oorlogen sinds 11 september 2001 als wars of images: een slag om de beeldvorming die wordt beslist met beelden. Het beste is helemaal geen beeld, want als stelregel geldt: no image, no story. Geen beelden dus van gevechten uit Irak en Aghanistan en zeker niet van body bags, geen reactie op verhalen zonder beeld zoals over de geheime CIA-gevangenissen. De grootste tegenslagen in die oorlog zijn gelekte foto’s als die van Abu Ghraib. De grootste wapenfeiten zijn de creaties van positieve helden als Jessica Lynch, die in 2003 kort werd gegijzeld in Irak. Andere partijen kopiëren de Amerikaanse benadering, zoals Hezbollah, Israël en al-Qaeda.
Het checken van feiten helpt in deze informatieoorlog weinig: het is te traag en het levert geen aansprekende tv op. Jessica Lynch mag dan het Congres hebben vervloekt omdat ze misbruikt is voor propagandadoeleinden, voor de Irakoorlog maakte dat niet meer uit. Dat beelden hun eigen leven gaan leiden zodra ze publiek bezit worden, was trouwens ook al ontdekt met de executiefoto uit Vietnam. Fotograaf Eddie Adams betreurde een leven lang de 'schade’ die zijn plaat had aangericht. 'Hij was een held’, zei hij, toen de executeur op zijn foto overleed. 'Amerika zou moeten huilen.’

H.J.A. Hofland is met vakantie