Spanningen tussen Somalië en Ethiopië

Oorlog in de Hoorn

In de Hoorn van Afrika wordt met medeweten van de Verenigde Staten een nieuwe frontstrijd gevoerd in de oorlog tegen terrorisme. Lokale conflicten in Ethiopië en Somalië worden onderdeel van een grimmige tegenstelling.

De eerste minister van de overgangsregering van Somalië, Ali Mohammed Ghedi, trad afgelopen maandag af. De president, Abdullahi Ahmed Yusuf, nam dat ontslag zonder veel spijt aan: tussen de twee heren boterde het al langer niet. Ze waren door de omstandigheden tot elkaar veroordeeld. De krachtigste supporter van de overgangsregering in Somalië is Ethiopië. Met steun van de Amerikanen wil de Ethiopische premier Meles Zelawi, die persoonlijk bevriend is met Ghedi, uit alle macht voorkomen dat er naast zijn land een islamistische staat ontstaat.

Het aftreden van Ghedi komt niet onverwacht. Somalië heeft in feite geen gezaghebbend landsbestuur sinds dictator Siad Barre in 1991 werd verdreven en er een burgeroorlog uitbrak. De vorming van de interim-regering was een hoopvol teken, maar het machteloze bestuur bleek een marionet van de Ethiopiërs. Sinds Ethiopische troepen vorig jaar december de Somalische regering te hulp schoten om de opstand van de Unie van Islamitische Rechtbanken neer te slaan, is het land opnieuw in de greep van geweld. Daarvan is Ghedi het slachtoffer geworden: hem wordt verweten dat hij de opstand niet afdoende heeft neergeslagen, dat hij de Ethiopische troepen het land heeft binnengelaten en dat hij ze vooralsnog niet heeft laten vertrekken. Afgelopen zondag vuurden Ethiopische troepen op demonstranten in Mogadishu. De internationale gemeenschap, de VS voorop, liet Ghedi daarop vallen.

De tegenstellingen tussen Ghedi en Yusuf zijn niet alleen politiek, maar weerspiegelen de vele breuklijnen die Somalië zo’n explosief karakter geven. Ghedi behoort tot de Hawiye-clan, de grootste van het land, die met name Mogadishu beheerst – waar Yusuf, lid van de Darod-clan, afkomstig uit de (separatistische) deelstaat Puntland, nooit echt voet aan de grond heeft gekregen. De Hawiye hadden zich eerder al aan de islamitische opstand verbonden het ontslag van Ghedi zou voor Yusuf dus op een bittere pil kunnen uitdraaien, omdat het de tegenstanders van zijn regering verenigd heeft.

Deze etnische, sociale en religieuze breuklijnen zijn op zichzelf al gecompliceerd genoeg, maar omdat de conflicten ook onder de noemer ‘oorlog tegen terreur’ worden gebracht, worden de geschillen vrijwel onoverbrugbaar. Sinds de aanslagen van 11 september 2001 maakt de cia jacht op leden van een al-Qaeda-cel in Oost-Afrika die betrokken zijn bij de aanslagen op de Amerikaanse ambassades in Nairobi en Dar es Salaam in 1998. Dezelfde groep zou verantwoordelijk zijn voor de aanslag op het Paradise Hotel in Kenia in 2003. De cel houdt zich schuil in Somalië, waar vandaan ze mogelijk nieuwe aanslagen voorbereiden. De cia zoekt daarom in de loop van 2002 samenwerking met Somalische krijgsheren, die het sinds 1991 de facto in Somalië voor het zeggen hebben. Zij pakken verschillende mensen op, die op zanderige landingsbanen even buiten Mogadishu worden overgedragen aan de cia. Een aantal van hen verdwijnt volgens Matt Bryden, voormalig onderzoeker van de International Crisis Group, in het geheime netwerk van gevangenissen van de Amerikanen.

Sinds de oorlog over de Ogaden in 1977, die dictator Siad Barre begon om de oostelijke regio van Ethiopië (waar veel Somaliërs woonachtig zijn) te veroveren, steunt Ethiopië een groot aantal krijgsheren in Somalië. Eritrea, waarmee Ethiopië in de jaren negentig een grensconflict uitvocht en nog altijd in oorlog is, bewapende op zijn beurt de Somalische Unie van Islamitische Rechtbanken, zo blijkt uit een rapport van medio 2006 van de Verenigde Naties. Meteen toen de Unie van Islamitische Rechtbanken de macht in Mogadishu greep, reisden internationale jihadisten af naar Mogadishu om zich in de strijd te werpen. Ook Iran zou wapens aan de rechtbanken leveren. Via de Unie van Rechtbanken worden ook rebellenbewegingen in Ethiopië bevoorraad. Het Ogaden National Liberation Front (onlf) van etnische Somaliërs in Ethiopië is daar één van.

De situatie escaleert dit jaar als het onlf op 28 april een brutale actie uitvoert op een olie-installatie in Oost-Ethiopië, waarbij 74 mensen om het leven komen, onder wie negen Chinese arbeiders. Ethiopië reageert met een grootschalige actie van het leger. Een groot deel van de regio, waar 1,8 miljoen mensen wonen, wordt afgesloten. Artsen zonder Grenzen wordt de toegang tot de regio geweigerd en het Rode Kruis wordt eruit gezet. Ook wordt alle handelsverkeer met de regio geblokkeerd. De mensenrechtenorganisatie Ogaden Human Rights Committee heeft tot op heden 656 gevallen van buitengerechtelijke executies gedocumenteerd, zegt medewerker Abdulkadir Sulub vanuit Genève. De organisatie werkt ondergronds en brengt via bannelingen informatie naar buiten. Volgens Sulub hanteert het Ethiopische leger de tactiek van de verbrande aarde. Inmiddels zouden ruim tweehonderd dorpen zijn platgebrand en is de bevolking verjaagd.

Ethiopië geeft toe dat er een grootscheepse militaire operatie aan de gang is, maar ontkent de mensenrechtenschendingen. Het afbranden van dorpen wordt bevestigd door Artsen zonder Grenzen en door de VN-missie die de regio begin september bezocht. De Ethiopische regering wil graag dat de rebellenbeweging onlf op de terroristenlijst wordt gezet, maar zover is Amerika nog niet. Amerika overweegt wel om Eritrea op de lijst te zetten.

Hoewel de Veiligheidsraad van de VN vorig jaar december een resolutie aannam om een Afrikaanse interventiemacht in Somalië te stationeren, is er tot nog toe alleen een contingent van twaalfhonderd Oegandezen in Mogadishu gearriveerd. Hun actieradius is dus nogal beperkt. Andere Afrikaanse landen zijn vooralsnog zeer terughoudend met het sturen van troepen. Bovendien blijft het onduidelijk wat deze troepenmacht precies moet doen in een situatie waarin er geen akkoord is tussen de strijdende partijen.

De VS en de Europese Unie hebben al hun kaarten gezet op de interim-regering van Yusuf. Deze kan alleen overleven met de steun van Ethiopische troepen, en dus leunt de strategie van het Westen zwaar op de aanwezigheid van die Ethiopische troepen in Somalië – hoewel de EU daar op subtiele wijze afstand van heeft genomen, zo subtiel, dat die manoeuvre behalve door haarzelf door niemand wordt begrepen. Tegelijkertijd negeren de VS en de EU mensenrechtenschendingen die door datzelfde Ethiopische leger in eigen land worden begaan. Weliswaar heeft het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden een wet aangenomen om hulp aan Ethiopië aan voorwaarden te verbinden als de situatie in de Ogaden niet verbetert, maar president Bush zal daar waarschijnlijk een veto tegen uitspreken.

Die strategie kan averechts werken. Bondgenoot Ethiopië kan ernstig verzwakt raken door de verschillende conflicten waarin het land is verwikkeld, ook al heeft het het grootste leger van het continent. De kans dat de uitslaande brand in Somalië naar Ethiopië overslaat, is denkbaar. Er woont een grote Somalische minderheid in het land en een nog groter aantal islamieten, bijna vijftig procent. Dan is het gevaarlijk om met vuur te spelen.

(met bijdrage van Koen Kleijn)