Hoofdcommentaar: Oorlog

Oorlog is nooit heilig

Leven we sinds vorige week dinsdag werkelijk in een nieuw tijdperk? Bevinden we ons misschien zelfs midden in die door velen gevreesde «heilige oorlog», een botsing van beschavingen ingegeven door twee elkaar uitsluitende godsdiensten? Niet alleen Amerikaanse geestendrijvers, ook sommige Nederlandse commentatoren en deskundigen menen dat de aanslagen in de Verenigde Staten alleen het werk kunnen zijn van islamitische fanatici en dat ze om een nietsontziend antwoord, een gewapend beschavingsoffensief, vragen.

Hoe gemakkelijk is het dezer dagen voorbij te gaan aan het feit dat lang niet vaststaat wie de daders en hun opdrachtgevers zijn. Zelfs als de daders allen Arabieren blijken te zijn, wil dat nog niet zeggen dat ze handelden uit geloofsovertuiging. Zelfmoordaanvallen kunnen evengoed worden begrepen als een uiterste daad van zelfverdediging, als een uiting van blinde politieke of persoonlijke woede. Een daad die ook voor een, al dan niet christelijke, Nederlander niet ondenkbaar is. Stel dat Nederland betrokken wordt in een gewapend conflict, dat Nederlandse mannen worden opgeroepen in militaire dienst en dat Nederlandse huisvaders hun leven wagen ter bescherming van hun land, volk en kinderen. De stap naar zelfopoffering of het uitmoorden van onschuldigen is dan niet groot, zoals onze eigen koloniale oorlogsgeschiedenis bewijst.

Maar moeten we ons laten meeslepen door de krachttaal van president Bush, zijn ministers en de grote Amerikaanse media? Die taal staat bol van kruistochtretoriek en keukentafelmetafysica, van verwijzingen naar «kwade machten» en offers in naam van het nageslacht, het uitverkoren volk en Onze Lieve Heer zelve. Het lijken veel te grote woorden, zelfs volslagen anachronismen uit de mond van padvinders als Bush en Powell die zich in bomberjacks rond de tafel laten filmen terwijl ze beraadslagen over hun «kruistocht tegen het Kwaad». Maar het is taal die Osama bin Laden en zijn gastheren, de Taliban, op wie de Amerikaanse leiders het hebben gemunt, niet zullen misverstaan. Zij spreken die taal al jaren. Het is hun grootste overwinning tot nog toe dat velen in het Westen, onder wie leiders en intellectuelen, die taal nu ook spreken.

In 1998 stelde Bin Ladens organisatie Al Qaeda met enkele andere groepen een manifest op, getiteld Het Internationaal Islamitisch Front voor Jihad tegen Joden en Kruisvaarders. Uit dat manifest is de afgelopen dagen vaak geciteerd: «Het besluit om de Amerikanen en hun bondgenoten — zowel burgers als militairen — te doden, is een individuele plicht voor elke moslim die het kan doen, in elk land waar dat mogelijk is.» Pas nu beseffen we dat Bin Laden en met hem vele Arabieren en andere moslims het niet kunnen verdragen dat de VS «al meer dan zeven jaar» (lees: sinds de Golfoorlog) de «landen van de islam» bezet houden op «de allerheiligste plaats, het Arabisch schiereiland». Voor Bush en vele Amerikanen met hem geldt sinds een week hetzelfde: hun tempel is verwoest.

Nu heeft het misbruik van het woord war een lange voorgeschiedenis in de VS. Te denken valt aan het oneigenlijk gebruik ervan in de term war on drugs. De vraag is in hoeverre de aangekondigde oorlog tegen het terrorisme zich zal onderscheiden van al die andere zinloze, miljardenverslindende low intensity conflicts in derdewereldlanden die de VS de afgelopen vijftig jaar hebben gevoerd. Opvallend is dat Wim Kok zich in vergelijkbare termen uitliet als Bush: «een oorlogsverklaring aan onze democratie, aan het gehele vrije Westen». En Blair: de «beschaafde wereld» wordt bedreigd.

Amerika is het speerpunt van de beschaving. Nota bene zelfs links en intellectueel Frankrijk was het daar afgelopen week mee eens. Jean-Marie Colombani, in het hoofdredactioneel commentaar van Le Monde: «Wij zijn allen Amerikanen.» En Libération waarschuwde tegen blinde wraak maar stelde ook dat extreem hard moet worden opgetreden tegen culprits.

Angst en het idee tot dezelfde stam te behoren overheersten de angst om met het steunen van de VS ook te grove vergeldingsacties te steunen die eigenlijk niet helemaal te rechtvaardigen zijn.

De VS tonen nog eens dat de Amerikanen een uitverkozen volk zijn. En zij zijn een uitverkoren volk. Op het oude continent werden de puriteinen vervolgd om hun geloof en trokken naar het nieuwe Amerika om daar een zuiver, godvruchtig rijk te vestigen. «Het Amerikaanse volksbesef is gegroeid vanuit een begrip van religieuze rechtgeaardheid en met de zending om Gods rijk te vestigen», stelt filosoof en Midden-Oostenkenner Ludo Abicht. De Amerikaanse samenleving is doordrenkt van het gevoel dat de VS het voorbeeld zijn van het ideale, rechtvaardige land. Het is zozeer onderdeel van de American way of life dat het protest binnen de sa menleving, dat van de strijd tegen racisme, werd geleid door een dominee die zei: «I have a dream». In die met religieuze symboliek geladen droom was Amerika het toonbeeld van rechtschapenheid.

Louter isolationisme is daarom geen optie voor de VS. De American way of life wil dat de VS op zijn minst in moreel opzicht de wereld leiden. Naar alweer een American century. En Nederland? Dat hobbelt erachteraan. Zo is de European way of life. Misschien moet Nederland inderdaad meedoen aan militaire acties. Maar liever zou het in Europees verband kunnen zoeken naar oplossingen, waarbij het Arabisch-Israëlische conflict prioriteit verdient. Dan kunnen Begin, Sadat, Arafat, Rabin en Peres als voorbeeld dienen: zij hebben de moed gehad de wraaklust van hun achterban en geloofsgenoten te trotseren in een poging de geweldsspiraal te stoppen.