Oorlog is schoonheid

Alessandro Baricco
De Ilias van Homerus
Uit het Italiaans (Omero, Iliade, 2004) vertaald door Manon Smits
De Geus, 189 blz., 18,90

Een vierdubbele vertaalslag van de Ilias – Borges zou ervan gesmuld hebben, glundert de auteur. De oudste fragmenten dateren van de tweede of derde eeuw voor Chr., maar het later aan Homeros toegeschreven epos bestond al eeuwen. Het onderhavige boek nu is een Nederlandse vertaling van een bewerking van een vrij recente Italiaanse prozavertaling. Waarom? Omdat het Alessandro Baricco (1958), bestsellerauteur van onder meer de novelle Zijde, een leuk idee leek het epos in z’n geheel te laten voorlezen (hij had even lief Moby-Dick genomen). Maar hij stelde vast dat het onleesbaar was. Eerlijk vertelt hij in zijn voorwoord welke ingrepen hij toepaste voordat het in 2004 in Rome en Turijn (en voor de radio) kon worden voorgedragen. Ik zeg eerlijk, maar dat is de uitleg van een slager bij de hapklare resten van een stuk slachtvee in en op zijn toonbank ook.

Om te beginnen zijn de goden geschrapt, omdat de hedendaagse toehoorder van hun rol toch niets begrijpt. De stijl is van «alle scherpe archaïsche randjes» ontdaan – liever geen vet, slager. Een ingreep van niks noemt Baricco het verwijderen van de verteller: daarvoor in de plaats mogen diverse personages hun eigen verhaal vertellen, in de eerste persoon: «De bronzen punt boorde zich naast mijn oog naar binnen, drong langs mijn blinkende tanden, sneed mijn tong recht af, bij de wortel, en kwam er bij mijn nek weer uit. En ik viel van de wagen – ik, de held…» Ook Helena mag zelf haar zegje doen en vertellen wat zij – ik, het wicht dat van niks weet – vanuit haar koninklijk vertrek op het strand ziet gebeuren.

Nog zo’n kleine ingreep zijn de actuele toevoegingen, in cursief. En het epos kreeg nog een echt slot. Liever had Baricco de dwarse Achilles uit het verhaal gewipt. Maar hoe kreeg hij het epos met tweederde ingekort? Door zoveel mogelijk herhalingen te schrappen, zo simpel als wat: alle sporen van de oorspronkelijke vertelsituatie gewist. De vertaalslag is op een slachting uitgelopen, letterlijk, want in het nawoord wordt de weke lezer te verstaan gegeven dat oorlog erg is maar wel bron van schoonheid: oorlog is leven in optima forma. Daarom ruimde Baricco de helft van zijn beperkte zendtijd in voor gevechten, in close-up en slowmotion. Wie in die wirwar van wapentuig, lijven en namen nog iets anders dan schoonheid ontwaart moet op school minstens een hele zang van de Ilias gelezen hebben, van Homeros – dit is Homerus.