H.J.A. Hofland

Oorlog met China

Het is absoluut zeker dat China en het Westen met elkaar in conflict zullen raken. Maar waardoor, wanneer en hoe? Moeten we op den duur rekening houden met een Koude Oorlog, of nu al scenario’s bedenken waarin een kernoorlog tot de mogelijkheden wordt gerekend? Een groot Aziatisch bondgenootschap dat de leiding van het Westen zal overnemen? Zeeslagen in de Stille Oceaan, Chinese legers die aan de westkust van Amerika landen? Gebeurtenissen die de verbeeldingskracht van Hollywood tarten? Waarom niet? Wie in 1932 had voorspeld dat zeven jaar later een oorlog zou beginnen die in de volgende vijf jaar een groot deel van Europa zou verwoesten, was voor gek verklaard. Het is dus beter nu al te denken aan conflictbeheersing dan daarmee te beginnen

als het te laat blijkt te zijn. De aandacht voor de Chinese groei is in Amerika al veel groter dan bij ons. De voorhoede van de publieke opinie weet dat daar een moderne supermacht in aanbouw is. De tijd is aangebroken om ook de consequenties die gevaarlijker zijn dan vreed zame economische wedijver te onderzoeken.

Robert D. Kaplan is een strategische denker die na de Koude Oorlog al een reputatie van onverschrokkenheid had gevestigd. In The Atlantic Monthly (juni 2005) heeft hij een essay geschreven waarin hij uitlegt dat «de crisis die we nu in het Midden-Oosten beleven, niet meer is dan wat geknars en gepiep (a blip). De Amerikaanse krachtmeting met China in de Grote Oceaan zal de eenentwintigste eeuw tekenen. En China zal een veel groter tegenstander zijn dan Rusland ooit is geweest.»

Er is voor het Westen geen mogelijkheid om de economische groei van China te remmen. Dat is geen punt van discussie. In de officiële Amerikaanse ideologie van de gemondialiseerde vrije markt wordt dat ook met instemming aanvaard. Hoe meer handel, hoe minder bedreigingen voor de wereldvrede. Maar groei van de economische macht op Chinese schaal heeft automatisch geopolitieke gevolgen. Kaplan maakt een vergelijking met het terrorisme. De statenloze terroristen plegen hun aanslagen waar zich een veiligheids vacuüm voordoet. De Chinezen specialiseren zich in het vullen van het economische vacuüm. Waar zich zo’n opening voordoet, op de eilanden van Oceanië, in de zone van het Panamakanaal, in de achtergebleven Afrikaanse landen vestigen ze economische nederzettingen en diplomatieke vertegenwoordigingen waarmee ze de Amerikaanse invloedssfeer aantasten.

Dat is de vreedzame kant van de expansie. Tegelijkertijd werkt China aan de uitbreiding van zijn vloot, waarbij het vooral om de onderzeeboten gaat. Dat zegt Kaplan er niet bij, maar hier begint Europa een rol te spelen. Nog altijd is het wapenembargo van de Europese Unie van kracht. Dat wordt gerechtvaardigd met de verwijzing naar de schending van de mensenrechten. Dit bezwaar is achterhaald, zeggen de Europeanen en vooral de Fransen. «China op één hoop te vegen met een mislukte staat als Zimbabwe is een belediging voor een land dat door de EU graag wordt gezien als een nieuwe strategische partner», vindt president Chirac. Europese handelsbelangen eisen dat het embargo nu zo vlug mogelijk wordt opgeheven. Het is een van de minder opvallende maar diepste meningsverschillen met Amerika.

Volgens Kaplan krijgt Europa binnen niet al te lange tijd in de verhouding tot China een andere rol toebedeeld. Dat is door president Bush met zijn fixatie op Irak niet begrepen. Kaplan citeert de Duitse commentator Josef Joffe, die drie jaar geleden de Verenigde Staten in deze tijd heeft vergeleken met het Pruisen van Bismarck. De grote mogendheden van toen hadden Pruisen meer nodig dan elkaar. Zo kon Berlijn onder wijs beleid van de IJzeren Kanselier worden tot de as waaraan de andere naties de spaken waren. Die functie had Washington na 11 september kunnen vervullen, te beginnen met de aanval op de Taliban in Afghanistan. Maar in plaats van gebruik te maken van de hernieuwde Atlantische solidariteit begon Bush aan Irak, waardoor hij Frankrijk, Duitsland, Rusland, Turkije en nog een reeks landen van Amerika vervreemdde.

Door de opkomst van China zullen binnen afzienbare tijd de internationale verhoudingen opnieuw ingrijpend veranderen. Dat door de economische groei overal op aarde de wedijver om de toegang tot de schaarser wordende olie zal toenemen, is langzamerhand een gemeenplaats. De vraag is welke vormen de wedijver zal krijgen. Kaplan denkt dat bij voortgezette economische expansie in Azië het westelijk bondgenootschap tot een hermobilisatie zal worden gedwongen, opnieuw onder Amerikaanse leiding, waarbij het Pacific Command, Pacom, de rol zal vervullen die in de Koude Oorlog de Navo was toebedeeld. Maar dit zou de Navo niet overbodig maken. Onder leiding van Pacom zouden de Europese leden van de Navo een expeditionaire macht moeten vormen die zich zou specialiseren in amfibische operaties. Dit alles in de eerste plaats bij wijze van afschrikking, zodat het risico van een oorlog met de wapens zo klein mogelijk zou worden gehouden.

Een Koude Oorlog met China. Die met de Sovjet-Unie heeft ongeveer 42 jaar geduurd, en (als we Vietnam en Afghanistan niet meerekenen) aanmerkelijk minder levens gekost dan twee jaar oorlog in Irak. Dit alleen al maakt het de moeite waard er nu vast verder over na te denken.