Gangsterstaat Mexico

Oorlog onder de vulkaan

De arrestatie van de burgemeester van Cancún wegens verdenking van betrokkenheid bij de drugshandel illustreert hoezeer Mexico in de greep is van de maffia. Als het zo doorgaat, heeft het land straks een drugshandelaar als president.

DE BURGEMEESTER zelf bracht als eerste het nieuws. ‘Ik word illegaal vastgehouden op het vliegveld’, meldde hij om 22.30 uur via Twitter. Even later bevestigde zijn woordvoerder dat hij officieel was gearresteerd op het vliegveld van Cancún en zou worden overgebracht naar een zwaar beveiligde gevangenis helemaal aan de andere kant van Mexico. De beschuldigingen omvatten onder meer het onderhouden van een innige relatie met de drugskartels, het witwassen van miljoenen dollars en medeplichtigheid aan de moord op een generaal en diens twee adjudanten. Zijn vrouw sprak direct van een complot en riep 'iedereen die gelooft in God en de goddelijke rechtvaardigheid’ op haar echtgenoot te steunen, want die is niet alleen onschuldig maar ook nog eens de 'kandidaat van God’.
Gregorio Sánchez Martínez, kortweg Greg, is de hoogste publieke functionaris die tijdens het bewind van de Mexicaanse president Felipe Calderón is gearresteerd wegens zijn betrekkingen met de drugskartels. Hij is niet alleen burgemeester van Cancún, Mexico’s voornaamste badplaats die jaarlijks door miljoenen buitenlanders wordt bezocht, maar was bij zijn arrestatie ook kandidaat bij de gouverneursverkiezingen in de deelstaat Quintana Roo op 4 juli. Hij is het zoveelste bewijs van wat de meeste Mexicanen al lang weten: dat de drugskartels hun beschermheren en medewerkers tot in de allerhoogste politieke kringen hebben. En een nieuw bewijs dat daarbij het lidmaatschap van de partij niet uitmaakt, want Greg was kandidaat namens de linkse oppositiepartij PRD.
Generaal b.d. Tello Quiñones was vorig jaar door de burgemeester zelf aangetrokken om een bataljon supersoldaten te leiden die de
georganiseerde misdaad in Cancún te lijf moesten gaan. De badplaats is al sinds jaar en dag een van de belangrijkste doorvoerhavens van Zuid-Amerikaanse cocaïne op weg naar de Verenigde Staten. De generaal was nog geen veertien dagen actief toen hij werd ontvoerd. Zijn lichaam werd later gevonden doorzeefd met kogels en met sporen van zware marteling.
De moord was voor de centrale overheid van Mexico het sein om het leger naar Cancún te sturen. De stad lijkt als zoveel andere in Mexico beheerst te worden door de drugsmaffia. De zuivering leek radicaal. Het hoofd van de politie ('De Viking’) werd gearresteerd en overgebracht naar Mexico-Stad, net als de directeur van de gevangenis ('De Poema’) en de zwager en rechterhand van de burgemeester, een Cubaan genaamd Boris del Valle, een halfbroer van de Cubaanse vrouw van Gregorio Sánchez die rondliep met een pistool in zijn broeksband. Greg werd verschillende keren verhoord, maar ontsprong vooralsnog de dans.
De 44-jarige Sánchez lijkt een personage uit een B-film. Een kleine, donkere man die zich het liefst hult in felgekleurde shirts en zich steevast laat begeleiden door zijn aanzienlijk grotere vrouw Niurka, een geblondeerde Cubaanse die vijf jaar geleden dankzij haar huwelijk met Greg de Mexicaanse nationaliteit verwierf. Gregorio groeide op in een arm gezin van veertien broers en zussen in de zeer gewelddadige deelstaat Guerrero. Op jonge leeftijd begon hij een houthandel in Chiapas, aan de grens met Guatemala, waar veel uit Colombia afkomstige cocaïne Mexico binnenkomt. Halverwege de jaren negentig vestigde hij zich als 'zakenman’ in Cancún. Hierheen trekken elk jaar tienduizenden werklozen uit de armste regio’s van Mexico op zoek naar werk in de toeristenindustrie. In de eerste jaren in die stad van de onbegrensde mogelijkheden verwierf hij enige naam als zanger en animator op politieke bijeenkomsten.
Cancún is een ideaal onderkomen voor de georganiseerde misdaad, dankzij de miljoenen buitenlandse toeristen, de onbeperkte handel in onroerend goed en de bouw van hotels zonder vergunning in beschermde natuurgebieden. Hier gebeurt alles wat God heeft verboden. Evenals bij de ongecontroleerde uitbreiding van het iets zuidelijker gelegen Playa del Carmen, een favoriete bestemming van veel Nederlanders. Voor hij burgemeester werd was Greg actief in 'diverse ondernemersactiviteiten’. Zo is hij eigenaar van het bouwbedrijf Jaguar en van het houtbedrijf met de merkwaardige naam BBG Comunicación. Volgens het OM is dat een dekmantel voor het smokkelen van cocaïne verstopt in boomstammen.
Cancún en de deelstaat Quintana Roo hebben een reputatie op het gebied van politieke kopstukken die direct werken voor de drugskartels. In 2001 belandde ex-gouverneur Mario Villanueva in de cel wegens zijn banden met Amado Carrillo Fuentes, die zijn bijnaam De Heer der Hemelen dankte aan zijn enorme vloot vliegtuigen waarmee hij de drugs rechtstreeks de VS binnenvloog. Hilarisch is het verhaal hoe Villanueva erin slaagde de Amerikaanse president Clinton tijdens een officieel bezoek aan Mexico te laten logeren op het landgoed van een naaste medewerker van het kartel.
Gregorio Sanchéz presenteert zich altijd als een godvruchtig man en een actief evangelist. Maar, zeggen zijn tegenstanders, 'zijn evangelie is het onbegrensde geloof in zichzelf en in God, in die volgorde’. Tijdens zijn campagne voor het burgemeesterschap herhaalde hij steeds dat hij altijd heeft bereikt wat hij zich heeft voorgenomen. Greg spreekt als een tv-predikant, luistert zijn speeches graag op met een liedje en onderstreept tegenover een ieder die het horen wil zijn charisma. Hij wordt gedreven door zijn absolute liefde voor de mensen, zegt hij, en zijn grote voorbeelden koning David en Che Guevara verenigen zich in hem om het volk de veranderingen te geven die het nodig heeft.

MIDDEN IN DE CHAOS van vorig jaar, toen al zijn medewerkers werden gearresteerd, liet burgemeester Sánchez zich door zijn geloofsgenoten toejuichen. Voor de deur van het stadhuis van Cancún meldden zich een paar duizend Zevendedagsadventisten, de evangelischen die geloven dat Jezus elk moment kan terugkeren op aarde en dat het huidige tijdsgewricht het begin van het einde van het menselijk leven op aarde is. Het is een van de talloze evangelische groepen en sekten die met de dag meer aanhang verwerven in Mexico en de rest van Latijns-Amerika en hard bezig zijn de almacht van de kerk van Rome te ondermijnen.
De corrupte Mexicaanse politici en politiemensen die met de kartels samenwerken, zijn niet het probleem, betoogde de burgemeester: 'De onveiligheid is niet een probleem van de politie of de regering, maar het gevolg van het onverantwoordelijke gedrag van de ouders die hun kinderen niet weten op te voeden. De crisis die wij doormaken is niet economisch maar een waardencrisis, en mijn plicht is het op te roepen tot het heroveren van de collectieve trots. Hier willen wij geen lafaards.’ Vervolgens zette een pastor van de kerk een 'lofzang op de vreugde’ in en de burgemeester hief zijn handen ten hemel en zwaaide met het volk mee op het ritme.
Greg werd ingeleid door zijn Cubaanse vrouw Niurka Sáliva, die hem verdedigde tegen 'de verdraaiers van de waarheid en de vijanden van Cancún’: 'Het is een zegen een burgervader te hebben die niet alleen niet bang is voor de politieke prijs die hij moet betalen en die de stad saneert van de verrotting, maar die ook weet hoe hij de ziel moet redden.’
De 'Cuba-connectie’ is een andere duistere kant van Gregorio Sánchez en zijn vrouw. Het echtpaar zou een dikke vinger hebben in de handel in illegale Cubanen, die bij hun vlucht van het communistische eiland steeds vaker het Mexicaanse schiereiland Yucatán proberen te bereiken. In de internationale wateren worden zij opgepikt door luxe jachten, voorzien van moderne sportkleding en als toeristen Cancún binnengevaren. De kosten voor de operatie worden gedragen door familieleden in Miami.
De burgemeester omringde zich de afgelopen twee jaar met Cubanen. Zoals Boris del Valle, een halfbroer van zijn vrouw die in Cuba gewerkt had voor de geheime dienst. Gregs schoonvader is een voormalige kolonel van de Cubaanse staatsveiligheidsdienst. Een andere halfbroer sloot een schijnhuwelijk met een Mexicaanse en scheidde direct na het verkrijgen van de Mexicaanse nationaliteit. Toen hij in 2005 ziek werd kreeg Niurka de kans op een humanitair visum naar Mexico te komen. Ze was al in Cuba getrouwd met Greg, maar had geen uitreisvisum gekregen.
Gebreken in de opvoeding, waarop Gregorio Sánchez in zijn toespraak tot zijn geloofsgenoten hamerde, zijn hemzelf niet onbekend. Zijn broers Daniel en David Enrique werden in 2006 aangehouden wegens relaties met de drugshandel. Zijn broer Feliciano zit in de gevangenis in Mexico-Stad omdat hij een bende ontvoerders leidde die handlangers tot binnen de politie van Cancún had. Een van zijn zusters, Magdalena, werd twee jaar geleden gearresteerd toen zij op een vlucht uit Colombia arriveerde met in haar tas driehonderdduizend dollar. De zoon van Gregorio Sánchez opende het vuur op de nieuwe vriend van zijn ex en werd maanden door zijn vader verborgen gehouden tot deze had geregeld dat er geen vervolging plaatsvindt.
Volgens het SIEDO, het speciale Mexicaanse openbaar ministerie voor de strijd tegen de georganiseerde misdaad, controleren de twee drugskartels Zetas en de groep van Beltrán Leyva Cancún volledig. Op het meest toeristische vliegveld van Mexico zouden de vliegtuigen met cocaïne uit Colombia achter elkaar landen, actief geholpen door de medewerkers van de burgemeester. Die wordt er door het OM ook van beschuldigd present te zijn geweest bij een uniek topoverleg vorig jaar januari in Acapulco van de leiders van de zes kartels die de dienst uitmaken in Mexico. Het lijkt echter hoogst onwaarschijnlijk dat een dergelijke top met een hoog Godfather-gehalte echt heeft plaatsgevonden: de meest gezochte mensen van Mexico, die bovendien op voet van oorlog met elkaar leven, allemaal bijeen in een vergaderruimte.

NATUURLIJK HEEFT de arrestatie van burgemeester en gouverneurskandidaat Gregorio Sánchez tot heftige politieke commotie geleid. President Calderón wordt ervan beschuldigd zich op deze manier direct te mengen in de verkiezingen in Quintana Roo. De president zegt dat er keiharde bewijzen zijn op grond waarvan de man is gearresteerd. Maar het gekozen tijdstip, vlak voor de verkiezingen, geeft natuurlijk te denken, want dezelfde verdenkingen tegen hem bestonden al toen hij twee jaar geleden werd gekozen tot burgemeester, en vorig jaar toen bijna zijn complete staf werd opgepakt.
Dit soort acties van het door de regering gestuurde OM is niet nieuw. Vorig jaar werden midden in een verkiezingscampagne in de staat Michoacán twaalf burgemeesters van de Partij van de Democratische Revolutie (PRD) opgepakt en de broer van de PRD-gouverneur Leonel Godoy werd aangeklaagd als de voornaamste link tussen de drugskartels en de politiek in de thuisstaat van Calderón. Weken later werden ze één voor één weer vrijgelaten wegens gebrek aan bewijs, maar de klap aan de PRD was uitgedeeld. Het heeft er veel van weg dat Felipe Calderón de partij die hij volgens velen vier jaar geleden door fraude van het presidentschap van Mexico afhield, de genadeklap wil toedienen.
Vrijwel direct na zijn aantreden in december 2006 verklaarde Calderón openlijk de oorlog aan de drugskartels door naast de vijftigduizend federale politieagenten nog eens vijftigduizend militairen de straat op te sturen. Mexico is de voornaamste doorvoerhaven van Zuid-Amerikaanse cocaïne naar de Verenigde Staten, de grootste gebruiker, maar het land produceert zelf ook steeds meer heroïne en marihuana. De strijd tegen de kartels wordt bemoeilijkt doordat deze zijn geïnfiltreerd in alle instituties: de plaatselijke en federale politie, de geheime diensten, de politiek op alle niveaus tot aan gouverneurs die op de betaallijst staan. De kartels zijn behalve in een oorlog met de Mexicaanse autoriteiten in een heftige onderlinge strijd om de doorvoerroutes verwikkeld.
Calderón wordt ervan beschuldigd de door hem verklaarde drugsoorlog voor zijn eigen politieke doeleinden te misbruiken. De oorlog blijft met opzet beperkt tot de straat: gewapende strijd van leger en federale politie tegen de kartels, arrestaties en inbeslagname van drugs, maar de president laat de politieke banden van de maffia’s evenals hun economische macht met rust. De drugsoorlog is zo ongeveer nog het enige onderwerp dat de Mexicanen constant bezighoudt. Niet zo vreemd, want er vallen meer slachtoffers dan in Afghanistan.
Sinds het begin van de narco-oorlog zijn al meer dan 23.000 doden gevallen, volgens de officiële door de regering gepubliceerde cijfers. Meer dan 55.000 verdachte criminelen zijn gearresteerd, maar dat zijn hoofdzakelijk kleine dealers. De inzet van het leger heeft een averechts effect gehad en het aantal doden blijft schrikbarend snel stijgen: van 2837 in 2007 tot 6844 in 2008, tot 9635 in 2009. In het eerste kwartaal van 2010 stond de teller al op 3335, zodat het totaal dit jaar dik boven de tienduizend komt te liggen. Dat er sprake is van een echte oorlog bewijst ook het feit dat vorig jaar meer dan duizend politieagenten en 130 soldaten in de strijd zijn omgekomen
Vrijwel overal in Mexico treft de automobilist roadblocks. Bij elk van de tolpoortjes op de snelwegen staan soldaten met hun automatische wapens op de auto’s gericht. Dagelijks woeden in tal van steden complete veldslagen tussen het leger en de privé-legers van de kartels, met tientallen doden als gevolg. Het nieuwe record kwam begin juni op 85 doden binnen 24 uur. De privé-legers beschikken over steeds zwaardere wapens en het gebruik van bazooka’s en antitankgranaten is aan de orde van de dag.
Een paar dagen voor de verkiezingen van 4 juli werd de gouverneurskandidaat van de oppositiepartij PRI in de staat Tamaulipas in een hinderlaag gelokt en vermoord. De actie was een onvervalste guerrilla-aanval: de weg werd geblokkeerd, het campagnekonvooi gestopt door een grote groep zwaarbewapende mannen die iedereen lieten uitstappen en vervolgens neermaaide. Behalve de 46-jarige kandidaat Rodolfo Torre Cantú kwamen ook een lid van het parlement van de staat en drie lijfwachten om. Vier anderen raakten zwaargewond.
De PRI, die zeventig jaar lang Mexico regeerde, is nog steeds aan de macht in Tamaulipas, de noordelijke staat die grenst aan Texas en waar de drugsoorlog zijn heftigste gezicht toont. De staat is het domein van het Golfkartel, maar die suprematie wordt betwist door de Zetas, een groepering gevormd door gedeserteerde elitetroepen die oorspronkelijk als het huurleger van het Golfkartel fungeerden, maar vorig jaar 'voor zichzelf begonnen’. Volgens de oppositie worden de voornaamste politieke beslissingen hier al jaren genomen door het Golfkartel.
Er zit ook een andere, zeg maar zakelijke kant aan het verhaal van de arrestatie van Gregorio Sánchez. Al maanden circuleren in Mexico verhalen dat de regering-Calderón heel opzichtig het kartel van Sinaloa, geleid door Joaquín Guzmán, bevoordeelt. Guzmán, bijgenaamd El Chapo (Het Kleintje), is de succesvolste drugscapo van dit decennium, die al een paar jaar figureert op de lijst van rijkste mensen ter wereld van het Amerikaanse blad Forbes.
Het Britse blad The Economist schreef begin dit jaar een opzienbarende reportage over deze voorkeursbehandeling, en Eduardo Buscaglia, een van de voornaamste Mexicaanse kenners van de drugswereld, bevestigt de stelling. El Chapo is verantwoordelijk voor 45 procent van de drugshandel in Mexico, maar van de 55.000 mensen die onder Calderón zijn gearresteerd wegens drugsdelicten behoren er slechts 941 tot de organisatie van El Chapo.
De dood eind vorig jaar van Arturo Beltrán Leyva, de leider van het gelijknamige kartel en de gezworen vijand van El Chapo, was een grote overwinning voor de laatste. In dit verband is de arrestatie van Gregorio Sánchez dus een steun in de rug voor El Chapo, want de burgemeester van Cancún wordt ervan beschuldigd te werken voor diens concurrenten.
Tijdens de ruim drie jaar drugsoorlog zijn nauwelijks politici aangepakt. Logisch, want wanneer die op de korrel zouden worden genomen zou ook een flink aantal van de partijgenoten van de president voor de bijl gaan. De gouverneurskandidaat in de drugsstaat bij uitstek Sinaloa, Jesús Vizcarra, wordt met rust gelaten, hoewel hij verdacht wordt van nauwe banden met Ismael Zambada García, een bondgenoot van El Chapo. Bovendien wordt hij gesteund door Enrique Peña Nieto, de gouverneur van de deelstaat Mexico die algemeen getipt wordt als de volgende president van Mexico. Even ongestoord kan in Durango de kandidaat van de oppositiecoalitie José Rosas Aispuro campagne voeren, ook al staat hij volgens ingewijden op de loonlijst van El Chapo.
En dan is er nog een derde invalshoek in de zaak van de gearresteerde burgemeester van Cancún. Die zou zijn bedoeld om de raadselachtige verdwijning van een van de machtigste en meest omstreden mannen van Mexico te overschaduwen. Halverwege april verdween de 69-jarige Diego Fernández de Cevallos, alias El Jefe Diego, ex-presidentskandidaat, oud-senator, en sterke man binnen de Partij van Nationale Actie (PAN) van president Calderón. Diego Fernández zou zijn ontvoerd toen hij op een avond thuiskwam op zijn landgoed in de staat Querétaro, maar de hele kwestie is een aaneenrijging van ongeloofwaardige details.
El Jefe is het toonbeeld van de onkiese relatie tussen politiek, geld en drugsmaffia in Mexico. In 1994 was hij de presidentskandidaat die op het punt stond te winnen toen hij zich een week voor de verkiezingen zonder enige verklaring terugtrok. Ook later heeft hij nooit opgehelderd waarom hij het presidentschap aan zijn neus voorbij liet gaan. Zeker is dat hij korte tijd later de eigenaar bleek te zijn van het duurste stuk grond in het land, aan de kust in Acapulco, een cadeau van de autoriteiten voor bewezen diensten. Ook trad hij op als advocaat voor de Heer der Hemelen, de drugscapo Amado Carrillo. Hij verdiende de laatste jaren tientallen miljoenen als advocaat in rechtszaken tegen de staat terwijl hij op hetzelfde moment senator was. Fernández beschouwde zichzelf als een onaanraakbare die zelfs geen lijfwacht nodig had.
Het enige wat van El Jefe is teruggevonden is zijn chip: het gps-zendertje dat in zijn lichaam was geïmplanteerd en hem altijd en overal 'vindbaar’ maakte. Het zou door zijn ontvoerders uit zijn lijf zijn gesneden en later gevonden zijn door een toestel van de Mexicaanse luchtmacht dat het signaal opving. Dat is de enige informatie waarover de Mexicanen beschikken. Officieel hebben de autoriteiten alle onderzoek stopgezet om de onderhandelingen tussen ontvoerders en familie niet te hinderen. De regering heeft ook een radiostilte verordonneerd. Zelfs het machtige tv-conglomeraat Televisa zwijgt de verdwijning van Fernández dood.
Het zal weinig Mexicanen verbazen indien niemand ooit meer iets zal vernemen van Diego Fernández. President Calderón noemt hem 'mijn vriend’, terwijl het een publiek geheim is dat de twee gezworen vijanden binnen één partij zijn. De arrestatie van de burgemeester van Cancún heeft de aandacht aardig afgeleid en geeft tegelijk de indruk dat in de drugsoorlog ook de hoogste koppen kunnen rollen. Niettemin konden op 4 juli in andere staten nieuwe 'drugsgouverneurs’ worden gekozen. Dat is een stap verder op weg naar het doemscenario verwoord door niemand minder dan Gerardo Ruíz Mateos, de Mexicaanse minister van Financiën: als de oorlog tegen de georganiseerde misdaad niet snel wordt gewonnen, zal de volgende president van Mexico een drugshandelaar zijn.


Geweld
De ontploffing van een autobom in de noordelijke stad Ciudad Juárez op 15 juli duidt op een verdere escalatie in de drugsoorlog, zozeer dat nu wordt gesproken van narcoterrorisme: ‘Dit is het soort aanslagen waar soldaten in Afghanistan en Irak het doelwit van zijn.’ Een aan handen en voeten gebonden politieagent in een auto werd gebruikt als lokaas. Toen de politie en een reddingsteam arriveerden werd de bom via een mobiele telefoon tot ontploffing gebracht. Twee agenten, een arts en een hulpverlener kwamen om het leven.
Het nieuws in Mexico vandaag de dag is een eindeloze litanie van geweld. Twee dagen na de autobom richtte een commando van zo’n dertig geüniformeerden een slachtpartij aan op een feest in Torreón: zeventien doden. Het was al het vijfde bloedbad van deze omvang dit jaar. Vorige week vielen acht doden in de staat Chihuahua bij een veldslag tussen honderd politieagenten en een groep van zo’n vijftig paramilitairen. Twee dagen later ontdekte het leger een clandestien massagraf in de staat Nuevo León, met de resten van 51 doodgeschoten personen, vooral jonge mannen, maar ook drie vrouwen. Ook dit soort vondsten, die de omvang van het geweld illustreren, komt steeds vaker voor. In mei vond de politie 55 lijken in een afgrond vlak buiten de toeristenstad Taxco.Het geweld is zo gewoon geworden dat de meeste executies en schietpartijen eindigen in wat een verzamelbericht heet, een kort overzichtje van de doden van de vorige dag, zelden minder dan dertig, vol lugubere details over afgehakte hoofden, martelingen en door verdwaalde kogels omgekomen kinderen.Diego Fernández de Cevallos, de ex-presidentskandidaat die in mei verdween, zou nog in leven zijn. Het enige nieuws over hem in de afgelopen weken is dat uit kringen rond de familie is vernomen dat de ontvoerders een losgeld van dertig miljoen dollar eisen.