Media

Oorlog, orde en chaos

Sinds een jaar of acht zit ik regelmatig in het radioprogramma van Theodor Holman, tegenwoordig OBA live geheten. In die tijd heb ik een paar honderd keer meegedaan aan discussies over de actualiteit en iets minder vaak individueel commentaar geleverd op boeken, artikelen of gebeurtenissen. Dit laatste deed ik ook afgelopen week en wel naar aanleiding van het interview met Henk Hofland in Vrij Nederland. Het kon niet anders dan mijn aandacht trekken: de ouwe meester op het omslag, zijn treurig-wijze ogen en dan de titel: ‘De oorlog is afgelopen’.

Aan een dergelijke combinatie kan ik te meer niet voorbijgaan omdat ik de mening van Hofland deel en daarover jaren geleden onder bijna dezelfde kop in hetzelfde weekblad ook een essay schreef. De strekking daarvan was dezelfde als in het betoog van Hofland: dat de wereld sinds de Val van de Muur en de gebeurtenissen in september 2001 radicaal veranderd is en verwijzingen naar de oorlog min of meer zinloos heeft gemaakt. We leven in een andere constellatie, met andere normen en andere kaders, de breuk met toen is totaal. Daarom is het veelzeggend en terecht dat Vrij Nederland een van de eerste nummers van het nieuwe jaar opent met, letterlijk en figuurlijk, zo'n ‘kop’: immers met het wegvallen van Hoflands kompanen in bello in het oude jaar is de wereld die Hofland, Blokker en Mulisch steeds weer beschreven en verhaald hebben definitief voorbij.

Aldus vertelde ik ook in OBA live. Daarop vroeg Holman mij wat dat betekende en wat voor die voorbije wereld in de plaats was gekomen. Zoekend kwamen we om te beginnen tot de conclusie dat onze gemeenschappelijke tafel in de loop van acht jaar ingrijpend veranderd is. Toen we begonnen wisten we nog redelijk waar we stonden, wie we waren en waar de scheilijnen lagen tussen goed en fout. Die kennis ontleenden we in niet geringe mate aan, inderdaad, de oorlog en hetgeen genoemd drietal, Loe de Jong, Jacques Presser, Henk van Randwijk en anderen ons daarover geleerd hadden. Dat klinkt vaag maar is het niet. Zo kun je over democratie of vrijheid oeverloos praten. Het heeft meestal weinig resultaat. Maar toegepast op de jaren '40-'45 weet iedereen meteen wat bedoeld wordt: het tegenovergestelde van toen. Hiermee had de oorlog (bedoeld is steeds vaker de shoah) een betekenis die ver uitsteeg boven de historische. Hij leverde het negatief van een maatschappelijk ideaal, 'een metafoor, een snelle manier om de nachtzijde van onze cultuur aan te duiden’, zoals politicoloog Ido de Haan in een stuk over openbaar leedwezen stelde. Dat is goed gezien. Tony Judt zei hetzelfde anders: dat de erkenning van de vreselijkheid van de shoah is als een paspoort tot de moderniteit. Vandaar dat het einde van de oorlog wellicht ook het einde van heldere maatstaven betekent. En inderdaad, Theodor en ik kwamen tegelijkertijd tot dezelfde conclusie: dat het kenmerkende van de huidige tafel verwarring is.

Nu is dat minder vreemd dan het lijkt, want in zekere zin wordt elke analyse van de actualiteit gekenmerkt door verwarring. De tijdgenoot is blind, de vis kent het water niet, enzovoort. Maar er zijn gradaties en de verwarring anno 2011 is zonder twijfel heel wat groter dan die van het eind van de jaren negentig, toen we redelijk tevreden in het heden stonden, het midden van de jaren tachtig, toen we verdomd goed wisten hoe het niet, of de jaren zeventig, toen we even goed wisten hoe het wel moest. Al die tevreden- en zekerheden zijn voorbij zoals ook de oorlog 'voorbij’ is. Dit op zijn beurt verklaart dat het moeite kost je bij dat verdwijnen neer te leggen. En ziedaar, De Pers van woensdag 19 januari: een lang interview met de huidige directeur van het Niod en daarin een pleidooi om de oorlog(sherdenking) toch vooral niet aan belang te laten inboeten. In hetzelfde kader past haar pleidooi voor een herwaardering van oorlogshelden. Een dergelijk pleidooi houdt Marjan Schwegmann niet alleen omdat zij directeur is van een instituut dat met de oorlog z'n brood verdient, zij houdt het voor zover ik kan nagaan ook omdat zij aan die oorlog haar kompas ontleent en meent dat we zonder dat kompas verdwalen. Daarin staat ze niet alleen. Sterker nog, ik ben het grotendeels met haar eens. Maar de conclusie die ik vervolgens trek is een andere: dat we niet moeten proberen op het oude kompas voort te gaan. Juist niet. Op de oude koers voortgaan betekent namelijk dat we met minder energie op zoek gaan naar nieuwe richtingen en, wie weet, langer dwalen dan nodig is. Dat is ook de stelling van Hofland. Hij heeft gelijk, denk ik. Bovendien heeft hij het meeste recht van spreken. Hij is te oud en te wijs voor omwegen.