Hoofdcommentaar: Oorlog

Oorlog van achter de dijken

Afgelopen zaterdag sprak de Amerikaanse president George W. Bush de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties toe. «De tijd voor medeleven na de aanslagen is voorbij, de tijd voor actie is nu aangebroken», zei hij. «Elk land heeft een belang in deze zaak. Terwijl wij hier bijeen zijn, beramen de terroristen nog meer moorden, misschien in mijn land of misschien in het uwe.»

«Tijd voor actie» — het is een nieuwe zet in Bush’ pogingen de wereld te betrekken bij de Amerikaanse strijd tegen de schim van het terrorisme. Tijd voor actie? De Britten en Amerikanen zijn al vier weken bezig Afghanistan te bombarderen!

Toch voegde Nederland de daad bij Bush’ woord en stelde maximaal 1400 militairen van marine en luchtmacht ter beschikking. Als ze het nodig vinden, kunnen de Amerikanen putten uit fregatten, een onderzeeër, maritieme patrouillevliegtuigen, een transportvliegtuig, een tankvliegtuig en zes F16’s uitgerust met fotoapparatuur voor verkenningstaken. Het is niet de bedoeling dat de eenheden worden ingezet bij gevechten. Nederland ondersteunt slechts humanitair en logistiek, maar, zei premier Wim Kok, «we moeten niet doen alsof we daar een beetje kinderwerk verrichten».

Nederland steunt de Ameri kanen in hun strijd tegen het terrorisme, alleen is onduidelijk of dat nu militair is of niet. Koks definiëring komt zo’n beetje neer op niet-militair met wel-militaire middelen. Het is kenmerkend voor de waas die hangt rond de oorlog waarin Nederland betrokken is geraakt. Het is alsof Nederland niet helder wil zien welke weg het is ingeslagen. Want het is een weg die kan leiden tot militair geweld, en dat is men achter de dijken zeer ontwend.

Is Nederland nu in oorlog of niet? Waar Britten en Amerikanen onbekommerd spreken over «oorlog» komt het o-woord bij Nederlandse gezagsdragers niet over de lippen. Nederland heeft immers aan niemand oorlog verklaard en niemand heeft Nederland expliciet de oorlog verklaard, is de rechtvaardiging. Het rookgordijn dat daardoor wordt opgetrokken, maakt het voeren van een genuanceerde discussie moeilijk. Het kritisch bestuderen van oorlogshandelingen lokt in het «linksofoob» wordende Nederland al snel smalende reacties uit: geitenwollen sokken, pacifisme, gebroken geweertjes, anti-Amerikanisme, anti-oorlogssofties. Het is haast onmogelijk geworden hardop na te denken zonder dat te doen in het directe kader van een oorlogsondersteunend betoog.

Nederland voert wel degelijk oorlog — het inzetten van militaire middelen om politieke doelen te bereiken wordt doorgaans als zodanig gedefinieerd — en om een oorlog goed te voeren, moet je helder blijven. Het politieke doel van de coalitie tegen het terrorisme is het uitschakelen van Osama bin Laden en zijn terreurnetwerk al-Qaeda, een doel dat elk vredelievend mens, waar ook ter wereld, zal onderschrijven. Alleen over de aan te wenden middelen en de methode bestaan meningsverschillen.

Dat terreurnetwerken niet met fluwelen handschoentjes aangepakt kunnen worden, is duidelijk. Het inzetten van militaire middelen is dan ook geoorloofd. Met wapensystemen alleen is de strijd tegen het terrorisme echter niet te winnen. De internationale gemeenschap, maar met name de Verenigde Staten die in bepaalde delen van de wereld zo verketterd worden, zullen zich moeten gaan bezighouden met nation building in Afghanistan en met een politics of the heart in de rest van de wereld. Verover de harten, dan loop je minder risico vanuit het duister beschoten te worden, schieten ze toch, zet dan alle militaire middelen in die je ter beschikking hebt om je belagers te verdelgen. Het is de altijd tot succes leidende doctrine van contraterreureenheden als de Britse Special Air Service.

De Nederlandse bijdrage zou niet expliciet voor gevechtstaken ingezet moeten worden, is de redenering die het kabinet naar buiten uitdraagt. De F16-toestellen van de Koninklijke Luchtmacht zullen dus geen bommen afwerpen. Maar zo eenvoudig is het niet. De Nederlandse F16’s kunnen worden ingezet om foto’s te maken van potentiële doelwitten en een Nederlandse tankvliegtuig kan Amerikaanse toestellen tijdens het bombarderen van brandstof voorzien. In directe zin is Nederland dan niet bij de gevechtstaken betrokken, maar in indirecte zin toch wel degelijk.

Premier Kok gaf bovendien de garantie dat de Nederlandse bijdrage beperkt blijft tot de operatie in Afghanistan. Hij onderbouwde dit vorige week met een verwijzing naar VN-resolutie 1368, lid 3. Deze resolutie behelst echter niet meer dan een uitspraak over de misdaden van 11 september en dat de verantwoordelijken voor deze daden gepakt moeten worden. Of de daders nu door Afghanistan of door een ander land de hand boven het hoofd wordt gehouden, laat de resolutie in het midden. De Nederlandse regering zal in het kamerdebat met een andere onderbouwing van deze flinterdunne waarborg moeten komen.

Bovendien zou het parlement de regering stevig moeten ondervragen over het nut dat Nederland militaire middelen ter beschikking stelt. Nederland heeft geen enkele inbreng in het grotere bestek van de acties, militair dan wel humanitair, waarin zijn F16’s en fregatten zullen worden ingezet. Ook zonder de Nederlandse militairen kunnen de Amerikaans-Britse acties verder doorgang vinden, en het kleine Nederlandse krijgsapparaat is reeds overbelast wegens de vredesmissies waar het regelmatig aan deelneemt. In Bosnië zelfs structureel, al jarenlang. Nederland kan zich beter bezighouden met de zo broodnodige nation building in Afghanistan. In plaats van zich stoerder te gedragen dan het in feite is.